Er zijn factoren die het risico op het krijgen van baarmoederhalskanker verhogen. Aan sommige kunt u niets veranderen, maar aan andere wel.

Leeftijd
De ziekte komt voor op alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen tussen 30 en 65 jaar. Het is dus een kanker die op vrij jonge leeftijd voorkomt.

Wisselende partners
De kans op besmetting met HPV is groter naarmate een vrouw of haar partner meer wisselende seksuele contacten hebben. Maar dat betekent niet dat wanneer een vrouw baarmoederhalskanker heeft, zij of haar partner ‘dus’ meer wisselende contacten heeft (gehad)! Eén seksueel contact is immers al voldoende om besmet te raken met dit wijd verspreide virus.

Seks op jonge leeftijd
Baarmoederhalskanker komt ook vaker voor bij vrouwen die al vanaf jonge leeftijd seks hebben. Dit komt waarschijnlijk omdat de baarmoederhals bij jonge vrouwen nog aan het veranderen is. Daardoor wordt hij gevoeliger voor infecties.

Roken
Baarmoederhalskanker komt vaker voor bij vrouwen die roken. Onderzoek wijst uit dat bij rokers het afweersysteem minder goed werkt. Het lichaam heeft dan meer moeite om een HPV-besmetting op te ruimen. Rokers hebben daarom een groter risico op blijvende HPV-besmettingen.

Verzwakt afweersysteem
Vrouwen met een verzwakt afweersysteem kunnen minder makkelijk een HPV-besmetting opruimen. Baarmoederhalskanker komt daarom vaker voor bij vrouwen met hiv en aids en bij vrouwen die medicatie nemen die het afweersysteem onderdrukt, bijvoorbeeld vrouwen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan.

Geen uitstrijkje laten nemen
Baarmoederhalskanker komt vaker voor bij vrouwen die nooit een uitstrijkje laten nemen. Een uitstrijkje kan voorstadia van baarmoederhalskanker opsporen. Deze voorstadia zijn nog geen kanker. Ze kunnen indien nodig worden behandeld, zodat baarmoederhalskanker wordt voorkomen.