Het re-integratietraject voor langdurig arbeidsongeschikten werd in het leven geroepen om mensen die al enige tijd out zijn, te helpen om weer aan de slag te gaan. Om de terugkeer naar het werk te vergemakkelijken, kan voor sommige zieken worden gekeken naar ander of aangepast werk, opleidingen, aanpassingen van de werkpost, enz. Het traject is verschillend voor werknemers en werklozen.

Re-integratietraject voor werknemers

Voor arbeidsongeschikte werknemers zorgt het traject ervoor dat zij tijdelijk aangepast of ander werk krijgen tot zij hun overeengekomen werk weer kunnen uitoefenen, of dat zij definitief een ander of aangepast werk krijgen indien zij definitief ongeschikt zijn voor de uitoefening van hun overeengekomen werk. 

Start re-integratietraject

Het is de preventieadviseur-arbeidsarts die een re-integratieproject opstart. Maar het initiatief voor zo’n traject kan genomen worden door

  • de werknemer of zijn behandelend arts: op elk moment tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid
  • de werkgever: ten vroegste vanaf vier maanden arbeidsongeschiktheid of vanaf het ogenblik waarop de werknemer een attest van de behandelend arts bezorgt waaruit de definitieve ongeschiktheid blijkt om het overeengekomen werk uit te voeren. 
    De werkgever kan sinds 1 januari 2017 een re-integratietraject opstarten voor arbeidsongeschiktheden die aanvatten vanaf 1 januari 2016. Sinds 1 januari 2018 kan hij dit ook doen voor arbeidsongeschiktheden van vóór 1 januari 2016.
  • of door de adviserend arts: als die van mening is dat de werknemer in aanmerking komt voor re-integratie volgens de wetgeving van de ziekteverzekering.
De werknemer, de behandelend arts, de werkgever en de adviserend arts van het ziekenfonds kunnen een re-integratietraject opstarten.

De adviserend arts van het ziekenfonds zal opvolgen of arbeidsongeschikten terug kunnen naar het werk. Ten laatste twee maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid maakt hij hierover een inschatting, o.a. op basis van een vragenlijst die de patiënt krijgt. Als een terugkeer naar het werk mogelijk lijkt, wordt er doorverwezen naar de preventieadviseur-arbeidsarts. Lees hier meer over de opstart van het re-integratietraject op initiatief van de adviserend arts van het ziekenfonds.

Re-integratiebeoordeling door de preventieadviseur-arbeidsarts

Nu is de preventieadviseur-arbeidsarts aan zet. Het dossier van de arbeidsongeschikte komt dus ofwel via de adviserend arts, ofwel via de werkgever, ofwel via de behandelend arts of de werknemer zelf bij de preventieadviseur-arbeidsarts terecht. 

De preventieadviseur-arbeidsarts nodigt vervolgens de werknemer voor wie hij een re-integratieverzoek heeft ontvangen, uit voor een re-integratiebeoordeling. Hij gaat daarbij na of de werknemer op termijn het overeengekomen werk, eventueel met een aanpassing van de werkpost, opnieuw zal kunnen uitoefenen. Daarnaast moet hij de mogelijkheden voor re-integratie onderzoeken, op basis van de arbeidscapaciteiten van de werknemer.

Als de werknemer daar toestemming voor geeft, moet de preventieadviseur-arbeidsarts ook overleggen met de behandelend arts van de werknemer, en eventueel met de adviserend arts van het ziekenfonds, andere preventieadviseurs en personen die kunnen bijdragen tot een geslaagde re-integratie. De preventieadviseur-arbeidsarts bekijkt ook of aanpassingen aan de werkpost of werkomgeving mogelijk zijn.

Hierna maakt de preventieadviseur-arbeidsarts zijn verslag of re-integratiebeoordeling op.

Wat kan de preventieadviseur-arbeidsarts beslissen?

Afhankelijk van de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts, kan de werkgever op termijn het overeengekomen werk hervatten (traject A of B) of is hij definitief ongeschikt voor het overeengekomen werk (traject C, D en E). Dit zijn de mogelijke beslissingen:

Afhankelijk van de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts, kan de werkgever op termijn het overeengekomen werk hervatten (traject A of B) of is hij definitief ongeschikt voor het overeengekomen werk (traject C, D en E).
  • Traject A: De werknemer kan op termijn het overeengekomen werk hervatten, en de werknemer is in staat om in tussentijd bij de werkgever aangepast of ander werk uit te voeren. In dit geval legt de preventieadviseur-arbeidsarts de modaliteiten vast van het aangepaste of andere werk, of van de aanpassing van de werkpost.
  • Traject B: De werknemer kan op termijn het overeengekomen werk hervatten, maar is niet in staat om in tussentijd bij de werkgever enig aangepast of ander werk uit te voeren.
  • Traject C: De werknemer is definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten, maar is in staat om bij de werkgever aangepast of ander werk uit te voeren. Ook hier legt de preventieadviseur-arbeidsarts de modaliteiten vast van het aangepaste of andere werk of van de aanpassing van de werkpost.
  • Traject D: De werknemer is definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten, en is niet in staat om bij de werkgever aangepast of ander werk uit te voeren. 
  • Traject E: het is om medische redenen (nog) niet opportuun om een re-integratietraject op te starten.  De preventieadviseur-arbeidsarts moet deze situatie om de twee maanden herbekijken.

Beroep aantekenen tegen de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts

Een werknemer die niet akkoord gaat met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts tot definitieve ongeschiktheid, kan beroep aantekenen. Dat moet snel gebeuren: als werknemer hebt u maar zeven werkdagen om dit te doen.

Wie niet akkoord gaat met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts, kan beroep aantekenen. Dat moet snel gebeuren: als werknemer hebt u maar zeven werkdagen om dit te doen.

Binnen de zeven werkdagen nadat de preventieadviseur-arbeidsarts u het formulier voor de re-integratiebeoordeling waaruit de definitieve ongeschiktheid voor het overeengekomen werk blijkt, heeft bezorgd, stuurt u een aangetekende brief naar de bevoegde arts-sociaal inspecteur van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het werk. U licht ook uw werkgever in van dit aangetekende beroep.

Vervolgens overlegt de arts-sociaal inspecteur met de preventieadviseur-arbeidsarts en de behandelend arts van de werknemer. De werknemer wordt eventueel opgeroepen om te worden gehoord en onderzocht. Binnen een termijn van 31 werkdagen na de ontvangst van het beroep nemen de drie artsen een beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing wordt meteen meegedeeld aan de werkgever en de werknemer. Afhankelijk van deze beslissing herbekijkt de preventieadviseur-arbeidsarts zijn eerdere beslissing.

Een werknemer kan tijdens een re-integratietraject deze beroepsprocedure slechts eenmaal aanwenden. 

Overleg en opmaak re-integratieplan

Nu kan de werkgever beginnen met de opmaak van een re-integratieplan. Dat gebeurt in overleg met de werknemer, de preventieadviseur-arbeidsarts en eventueel andere personen die kunnen bijdragen aan het slagen van de re-integratie, zoals een ergotherapeut.

Het re-integratieplan moet redelijke aanpassingen, aangepast werk, ander werk, of voorstellen voor het volgen van een opleiding bevatten.

Zo’n plan moet redelijke aanpassingen, aangepast werk, ander werk, of voorstellen voor het volgen van een opleiding bevatten. De preventieadviseur-arbeidsarts legt het plan voor aan de adviserend arts zodat die kan nakijken of progressieve werkhervatting hierin kan worden opgenomen. Indien nodig, past de werkgever vervolgens het plan aan.

Als de werkgever oordeelt dat het technisch of objectief of wegens andere gegronde redenen niet mogelijk is een re-integratieplan op te stellen, zal hij dit expliciet moeten motiveren in een apart verslag.

Gedurende het hele traject kan de werknemer zich laten bijstaan door een werknemersafgevaardigde in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of door een vakbondsafgevaardigde.

Aanvaarding van het re-integratieplan

De werknemer heeft na ontvangst van het re-integratieplan vijf werkdagen de tijd om al dan niet met het plan in te stemmen en het terug te bezorgen aan de werkgever.

De werknemer heeft na ontvangst van het re-integratieplan vijf werkdagen de tijd om al dan niet met het plan in te stemmen en het terug te bezorgen aan de werkgever.

Indien de werknemer instemt met het re-integratieplan, ondertekent hij voor akkoord. Wanneer de werknemer niet instemt met het re-integratieplan, vermeldt hij de redenen van zijn weigering.

Uitvoering van het re-integratieplan

Als de werknemer akkoord gaat met het plan, treedt het in werking en wordt het op regelmatige basis opgevolgd. Indien nodig kan de werknemer steeds vragen dat de preventieadviseur-arbeidsarts zijn re-integratietraject herbekijkt.

Re-integratiebeleid van het bedrijf

Ook op bedrijfsniveau moet er gewerkt worden aan een re-integratiebeleid. De werkgever moet daartoe minstens eenmaal per jaar met het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk overleggen. In dit kader moet de preventieadviseur-arbeidsarts een verslag opstellen, o.a. over het aantal langdurig zieken, het aantal procedures in het kader van een re-integratietraject, geboekte resultaten, aard van de aanpassingen etc. Het re-integratiebeleid wordt zo nodig aangepast in functie van deze evaluatie.

Aanpassingen arbeidswetgeving

Om werkgevers en werknemers rechtszekerheid te bieden tijdens het verloop van een re-integratietraject werden ook enkele aanpassingen aan de arbeidswetgeving  (wet van 3 juli 1978) doorgevoerd: 

  • De initiële arbeidsovereenkomst wordt behouden in de periode dat de werknemer tijdelijk ander of aangepast werk uitvoert. De arbeidsovereenkomst wordt niet geschorst en de werknemer behoudt dus zijn verworven voordelen.
  • Voor de periode van het uitvoeren van het aangepaste of andere werk kunnen de werknemer en de werkgever, als daar reden toe is, een bijlage bij de arbeidsovereenkomst sluiten. Daar staat dan in wat ze zijn overeengekomen over bijvoorbeeld:
    - het volume van het aangepaste of andere werk;
    - de uurroosters van het aangepaste of andere werk;
    - de aard van het aangepaste of andere werk;
    - het loon voor het aangepaste of andere werk;
    - de duur van de geldigheid van de bijlage
    Als men definitief ander of aangepast werk uitvoert (na een traject C van de preventieadviseur-arbeidsarts), is de originele arbeidsovereenkomst wél geschorst. Het is aan te raden om in dat geval een bijlage op te maken omdat er anders niets op papier staat over het te verrichten werk.

Als men definitief ander of aangepast werk uitvoert, is het aan te raden om een bijlage bij de arbeidsovereenkomst op te maken omdat er anders niets op papier staat over het te verrichten werk.
  • Als een werknemer weer arbeidsongeschikt wordt tijdens de uitvoering van het ander of aangepast werk, zal de werkgever niet opnieuw gewaarborgd loon moeten betalen. Op die manier worden werkgevers niet ontmoedigd om mee te werken aan re-integratietrajecten.
  • Er werd een nieuwe regeling ingevoerd over de stopzetting van de arbeidsovereenkomst bij definitieve arbeidsongeschiktheid. Voortaan zal de arbeidsovereenkomst van de definitief arbeidsongeschikte werknemer pas beëindigd kunnen worden op grond van medische overmacht als een re-integratietraject doorlopen is. Een arbeidsarts zal dus altijd eerst nagaan of aangepast of ander werk in de onderneming mogelijk is. 

Re-integratietraject voor werklozen

Het re-integratietraject bestaat ook voor arbeidsongeschikten zonder arbeidsovereenkomst. Hier speelt de adviserend arts van de ziekenfondsen de belangrijkste rol. 

De adviserend arts maakt een inschatting of de zieke werkloze een beroep kan uitoefenen, o.a. op basis van een vragenlijst die de zieke krijgt. Als beroepsuitoefening mogelijk lijkt, kan de adviserend arts een re-integratieproject opstarten.

Re-integratieplan

Het sociaalprofessionele re-integratietraject voor werklozen start met een medisch-sociaal onderzoek waarin de adviserend arts met de werkloze de mogelijkheden tot re-integratie bekijkt. Op basis van dit onderzoek stelt de adviserend arts een aanbod van re-integratieplan op. Dat plan kan onder andere een herscholing of het volgen van een beroepsopleiding bevatten.

In dat geval kan de arbeidsongeschikte mogelijk zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering behouden tijdens de opleiding én daarnaast verschillende financiële tussenkomsten en premies krijgen. Meer informatie over socioprofessionele re-integratie vindt u op de site van het Riziv (pdf). De adviserend arts overlegt bij het opstellen van het re-integratieplan met de behandelend arts en eventueel ook met de begeleider van de werkloze van de VDAB. Als de arbeidsongeschikte akkoord gaat met het plan, ondertekenen beide partijen het. De verdere uitvoering van het re-integratieplan wordt opgevolgd door de adviserend arts.