Vruchtbaarheid na kanker: nieuwe technieken vergroten kansen om kinderen te krijgen

Altijd zaad- of eicellen invriezen bij twijfel over impact van behandeling
Paul Devroey, vruchtbaarheidsspecialist

De behandeling van kanker kan ertoe leiden dat je minder vruchtbaar of helemaal onvruchtbaar wordt. Kan dit voorkomen worden en hoe belangrijk is het om vooraf over dit thema met je huisarts of oncoloog te praten? We vroegen het aan drie jonge kankerpatiënten en aan vruchtbaarheidsspecialist professor Paul Devroey.

Auteur: Carla Rosseels - Fotograaf: Foto's Liske en Saskia: Ivo Hendrikx

Saskia, 28 jaar: ‘Mijn vruchtbaarheid was mijn grootste bekommernis'

Foto KotK/Ivo Hendrikx, Leven 53, januari 2012

Toen Saskia de dertig naderde, had ze een grote kinderwens, maar geen partner. Daarom stapte ze naar de gynaecoloog met de vraag om een eicel te laten bevruchten en alleenstaand moeder te worden.

‘Vanaf mijn achttiende had ik al een grote kinderwens', vertelt Saskia. ‘Toen ik mijn 30ste verjaardag zag naderen, dacht ik: op mijn 45ste kan ik nog steeds een man vinden, maar dan kan ik niet meer zwanger worden. Daarom ging ik naar de gynaecoloog. Toen die een aantal routine-onderzoeken uitvoerde bleek mijn uitstrijkje kwaadaardige cellen te bevatten en na een biopsie in het ziekenhuis bleek het om baarmoederhalskanker te gaan. Dat was schrikken: ik was pas 27 en op één week tijd was ik van een gezond meisje tot kankerpatiënt gebombardeerd.'
‘De behandelende arts vertelde me dat ze in mijn geval meestal de baarmoeder wegnemen, maar omdat ik nog zo jong was én een grote kinderwens had, kon er ook een andere techniek worden toegepast. Die bestond erin dat ik eerst chemotherapie kreeg om de tumor te verkleinen, waarna het aangetaste stuk baarmoederhals verwijderd werd. Zo bleef de baarmoeder gespaard en zou ik later toch nog zwanger kunnen worden. Het kon ook alleen op voorwaarde dat de kanker niet was uitgezaaid en ik geen bestraling nodig had, wat gelukkig zo was.'
‘Mijn vruchtbaarheid was dus van in het begin een gespreksthema, maar dat komt natuurlijk omdat ik met die vraag naar de gynaecoloog was gestapt. De artsen wisten hoe belangrijk dat voor mij was. Het was mijn grootste bekommernis, veel meer dan de kanker zelf. Aan doodgaan heb ik op dat moment nooit gedacht. Nu ga ik driemaandelijks op controle en neem ik de pil om mijn hormonen stabiel te houden. Ik moet tot twee jaar na mijn behandeling wachten om zwanger te mogen worden. Dat wil ik nog steeds, nu zelfs meer dan ooit, nu ik weet dat mijn gezondheid stokken in de wielen kan steken om ooit moeder te kunnen worden.'

Liske, 24 jaar: ‘Mijn lichaam werd kunstmatig in menopauze gebracht'

Foto KotK/Ivo Hendrikx, Leven 53, januari 2012

Op haar 22ste werd er bij Liske Versieren darmkanker vastgesteld nadat ze met diverse klachten naar de dokter was gestapt. Er volgde een operatie waarbij een deel van de darm en klieren werden verwijderd en nadien kreeg Liske ook nog chemotherapie.

‘Op dat moment heb ik zelf niet aan de effecten van chemotherapie op mijn vruchtbaarheid gedacht,' vertelt Liske, ‘en de dokters zijn er zelf ook niet over begonnen. Maar nadat ik mijn eerste chemobeurt had gekregen, kreeg ik plots telefoon van de oncoloog. Hij verontschuldigde zich en zei dat hij vergeten was om me vooraf een injectie te laten toedienen om mijn eicelproductie stil te leggen om zo de effecten van de chemotherapie op de sneldelende eicellen te verminderen. Omdat ik nog zo jong was en er niet veel jonge patiënten zijn, had hij er niet bij stil gestaan. Gelukkig was het nog niet te laat. Die eerste chemobeurt had nog niet veel schade aangericht en door mijn lichaam kunstmatig in de menopauze te laten brengen, kon mijn vruchtbaarheid hoogstwaarschijnlijk gered worden. Eerst was ik wel wat kwaad en teleurgesteld want zo'n nieuws komt nog eens als een extra klap, vooral als jonge vrouw. Ik was ook kwaad op mezelf, omdat ik daar zelf niet aan had gedacht! Uiteindelijk was ik toch vooral blij dat het allemaal nog in orde kon komen en was ik de oncoloog heel dankbaar.'
‘Eitjes invriezen had ook gekund maar dan zou mijn chemotherapie met drie maanden uitgesteld moeten worden en dat was in mijn situatie al te laat. Door die injectie kwam ik in een soort kunstmatige menopauze terecht, met alle klachten vandien, zoals humeurwisselingen en vapeurs. De kans dat alles zich herstelt en dat ik later zwanger kan worden bedraagt waarschijnlijk tussen 70 en 90 %. Een absolute garantie heb ik dus niet gekregen, maar voorlopig evolueert alles goed. Hoe het echt zit, zal in de toekomst pas blijken. Ondertussen vind ik het vooral belangrijk dat alle jonge meisjes die met kanker te maken krijgen niet vergeten om hieraan te denken, en vooral dat ze beseffen dat er oplossingen zijn. Het is relatief makkelijk om op voorhand in te grijpen. Dus zeker doen!'

Peter, 31 jaar: ‘Invriezen van zaadcellen is nooit ter sprake gekomen'

Vier jaar geleden merkte Peter (niet zijn echte naam, red.) dat hij een klein knobbeltje op zijn teelbal had. Dat gaat wel vanzelf weg, dacht hij, tot dat knobbeltje met de minuut groter leek te worden en steeds meer pijn begon te doen. Toen besefte hij dat er iets mis was en ging hij op consultatie bij de huisarts.

Ondertussen weet ik niet of ik nog vruchtbaar ben.


‘Die verwees me meteen door naar de uroloog in het ziekenhuis', zegt Peter. ‘Daar ging het snel. Na een echografie werd ik bijna meteen geopereerd omdat de kanker op het punt stond door te breken in ander weefsel. Mijn teelbal is verwijderd. Tot op dat moment is er niet over de impact op mijn vruchtbaarheid gesproken. Zelf heb ik daar ook niet aan gedacht, omdat ik heel erg met dat gezwel bezig was.'
‘Op een bepaald moment moest ik een port-à-cath (onderhuidse toegang tot de bloedbaan, red.) laten plaatsen en daar kwam een andere uroloog bij te pas. Die vermeldde terloops iets over het invriezen van sperma. Mijn behandelende uroloog repliceerde daarop: "Ja, dat is waar, dat moet ik nog vertellen." Maar toen die behandeling was afgelopen, is ze daar niet meer op teruggekomen en zelf had ik daarna ook weer andere zorgen aan mijn hoofd. Zo is het dus nooit ter sprake gekomen. Eigenlijk is de communicatie met mijn uroloog nooit echt goed verlopen. Daarom ben ik uiteindelijk ook van ziekenhuis veranderd. Ik laat me nu in een ander ziekenhuis opvolgen en daar wordt elk detail met mij doorgenomen.'
‘Ondertussen weet ik niet of ik nog vruchtbaar ben. Op mijn achttiende heb ik dikoor gehad en die ziekte kan de vruchtbaarheid ook aantasten. Daar komt de chemotherapie bovenop. Ik zou het kunnen laten testen, maar daar heb ik momenteel geen zin is. Ik ga het thema een beetje uit de weg. Ik heb het nog steeds moeilijk om over mijn ziekte te praten, ook al is de behandeling sinds 2008 achter de rug. Ik schaam me er een beetje voor. Het houdt mij ook tegen om een relatie te beginnen want dan moet ik het er wel over hebben. Zal ze dan blijven of gaat ze dan bij me weg? Daar ben ik bang voor. Ik ga wel om de twee weken langs bij de psycholoog maar ook daar sla ik dicht als het over mijn ziekte of mijn vruchtbaarheid gaat. Ik heb veel meegemaakt op korte tijd en begin er nu pas stilaan weer bovenop te raken, mentaal en fysiek. Ik ga elke zes maanden op controle en ben altijd blij als alles in orde is. Voor de rest heb ik nog wat meer tijd nodig, denk ik.'

Vruchtbaarheidsspecialist Paul Devroey: ‘Altijd zaad- of eicellen invriezen bij twijfel over impact van behandeling'

Foto Paul Devroey

Professor Paul Devroey is emeritus diensthoofd van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde, UZ Brussel en gespecialiseerd in vruchtbaarheidsproblemen. ‘De behandeling van kanker kan ertoe leiden dat de vruchtbaarheid daalt of tot nul herleid wordt. Radio- en chemotherapie tasten het kiemweefsel aan dat tot de aanmaak van zaad- of eicellen leidt. Die schade kan blijvend of tijdelijk van aard zijn. Soms is het zo dat de vruchtbaarheid zich na verloop van tijd weer herstelt. Dat hangt af van het soort ziekte en van het soort behandeling. Tegenwoordig zijn de meeste behandelingen al een pak minder toxisch zodat bij heel wat mannen en vrouwen de vruchbaarheid na een herstelperiode van vijf jaar weer in orde is.'
‘Toch hoef je zo lang niet op uitsluitsel te wachten. Tegenwoordig kunnen er vooraf heel wat technieken worden toegepast die de vruchtbaarheid bewaren, zelfs al loopt het achteraf fout. Bij het minste risico op beschadiging van de vruchtbaarheid zou men deze technieken moeten aanwenden. Bij de man is alles heel eenvoudig. Je kan sperma invriezen dat verkregen is uit een ejaculaat. In vijf minuten tijd kan je zo iemands vruchtbaarheid redden. Die spermacellen - ze hoeven zelfs niet meer van hoge kwaliteit te zijn - vriezen we in om ze later weer te ontdooien en in een eicel te injecteren. Met één ejaculaat kunnen we tien injectiepogingen ondernemen wat tot twee of drie kinderen kan leiden. Of dat lukt hangt vooral af van de leeftijd van de vrouwelijke partner van de man in kwestie. Hoe jonger de vrouw, hoe meer kans op zwangerschap. Bij een andere techniek halen we een klein stukje weefsel uit de teelbal. Ook daarmee kunnen we op een makkelijke manier de vruchtbaarheid van de man bewaren.'
‘Bij de vrouw is de techniek iets omslachtiger, maar nog steeds makkelijk toe te passen. We beschikken over een snelle, veilige manier om de eierstokken tot ovulatie te stimuleren. In tien dagen tijd levert dat een aantal eicellen op, zonder dat de kankerbehandeling in het gedrang komt (hormooninjecties zijn mogelijk niet geschikt voor vrouwen met bepaalde types kanker, vraag uw oncoloog of dat bij u het geval is, red.). In het beste geval kan er twee keer gedoneerd worden, zodat we over een twintigtal eicellen beschikken. Dat aantal is doorgaans nodig om tot één geslaagde zwangerschap te komen. Als er zelfs voor deze methode geen tijd meer is omdat de kankerbehandeling echt onmiddellijk van start moet gaan (dat is soms het geval bij leukemie bijv., red.), dan kunnen we ook een aantal "strips" uit het weefsel van de eierstokken halen. Na genezing worden deze teruggeplaatst en aangewend bij een bevruchtingspoging. Of je kan beide technieken combineren om de slaagkans te vergroten.'
‘Deze technieken zijn ondertussen routine geworden in de grote fertiliteitscentra (zie kader ‘Verdwaalde ooievaar', red). Toch merken we dat er voorafgaand aan de behandeling nog veel te weinig over het thema vruchtbaarheid wordt gesproken en dat er vaak niet ingegrepen wordt. We krijgen nog geregeld vrouwen op consultatie die na een kankerbehandeling zwanger willen worden, maar bij wie er geen eicellen zijn ingevroren. Dat is doodjammer. Dan kan het niet meer, terwijl het zo eenvoudig was. Elke huisarts zou er over moeten praten en als die het niet doet, dan moet het zeker in de oncologische centra aan bod komen. Bij de minste twijfel over de impact op de vruchtbaarheid moeten er zaad- of eicellen worden ingevroren. Het is een grandioze misser om dat niet te doen.'
‘Wetenschappelijk gezien blijven die zaad- of eicellen trouwens onbeperkt houdbaar. De wetgeving stelt een termijn van 10 jaar voor bewaring, maar die kan je laten verlengen als je daartoe de nodige stappen onderneemt. Bewustwording en informatieverstrekking zijn dus van cruciaal belang.'

Meer informatie

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.