VRT-journaliste Kristien Bonneure één jaar na borstkanker

‘Alles anders en hetzelfde’
Kristien Bonneure
Uit Leven, editie 70, maart 2016

VRT-journaliste Kristien Bonneure blikt terug op een jaar borstkankerbehandeling. Een wreed en agressief, maar ook wel zacht en mooi jaar.

Auteur: Kristien Bonneure - Fotograaf: Ivo Hendrikx
Foto: KotK/Ivo Hendrikx, Leven 70, april 2016

De soefi’s, een soort moslims over wie veel te weinig wordt gesproken, hebben een oud Latifa-gebed. Het was in dit bijzondere jaar vaak een leidraad voor mij. Ik besta. Ik verlang. Ik hoop. Ik geloof en vertrouw. Ik laat los. Ik heb lief. Ik ben bereid. Zeven ultrakorte zinnen waarover ik vaak heb nagedacht. Eerlijk: ik heb er soms ook een paar aan toegevoegd. Ik vloek. Ik huil. Ik heb pijn. Ik ben (het) moe.

Ik besta

Het was een flutwinter, maar een diagnose die als een rollende sneeuwbal groeide. Een harde plek in mijn borst, een bezorgde huisarts, een sombere radioloog, nog meer beeldvorming vanuit alle windrichtingen, een stukje tumor onder de microscoop en daarna, op een winteravond, een oncoloog die een blad volschreef met moeilijke woorden. Er drong maar een deel tot me door: het is geen goed nieuws mevrouw, het is groot en agressief, het vergt een jaar behandeling, zal ik u een kalmeerpilletje geven? ‘Merde!’ heb ik hard geschreeuwd in de auto. De dagen daarna was het moeilijk om ‘te bestaan’, om mezelf niet kwijt te raken. Er volgden onderzoeken in alle hoeken van Ziekenhuisstad. Pas toen bleek dat er geen uitzaaiingen waren, werd ik rustiger. ‘Je stille kern is ongenaakbaar’, schreef een vriendin. Bijna iedereen had het over een gevecht, en dat ik dapper moest strijden. Met die terminologie kon ik niets aanvangen. Ik vond ‘blijven bestaan’ al heel wat. Ademen, niet kopje-onder gaan, plooien maar niet breken.

Ik verlang

Ik ben nooit een grote planner geweest, alles in het leven is me komen aanwaaien, ook de borstkanker. Dat oneindige behandelingsschema kon ik niet bevatten. Stap per stap, nen dag mè ne keer, de les van mijn mama zaliger. Voor alle zestien chemo’s binnen waren, kon en wou ik niet nadenken over het akelige vervolg, een borstamputatie. 

Ook nu, na alle behandelingen, zijn mijn verlangens beperkt. Ik ga de Mont Ventoux niet beklimmen. Ik zie wel wat het wordt met het leven ná.

Blind was ik niet, het afgelopen jaar, wel selectief in wat ik kon en wou inademen. Ik verwachtte weinig, was blij met elke sprankel goed nieuws, elke gunstige scan. Ook nu, na alle behandelingen, zijn mijn verlangens beperkt. Ik ga de Mont Ventoux niet beklimmen. Ik zie wel wat het wordt met het leven ná. De wereld lag dit jaar in mijn tuin. Ik heb de seizoenen nog nooit zo intens ervaren. Van de sneeuwklokjes over de waterlelie over de rozen tot de zwammen op de boomstronk. Straks zijn er weer krokussen, ik heb zelf een hoop nieuwe bollen geplant. Ik verlang naar de lente. Meer moet dat niet zijn. De cirkel van het leven.

Ik hoop 

Foto: KotK/Ivo Hendrikx, Leven 70, april 2016

Verdomme, bij jou is het echt full option, zei een vriendin. Een half jaar chemo, borst weg, lymfeklieren weg, bestralingen. Is de kanker nu verdwenen? Ik weet dat ik alles heb doorstaan om daar hoopvol over te zijn. Maar ik zeg niet ja. De eerste controle valt op het moment van de diagnose, een jaar geleden. Ik voel me goed, revalideer, beweeg veel, heb weinig stress. Tijdens de chemo zei mijn zoon al lachend dat kanker echt gezond is: geen vlees eten, geen alcohol drinken. Leve de groene thee, de gember en de kurkuma! Mijn hoop was altijd groter dan mijn angst. Ik hoop vooral dat ik ooit nog eens in de sauna kan. Dat durf ik - nog - niet met die kwetsbare arm, dat verstoorde lymfesysteem.

Ik geloof en vertrouw

Meteen na de diagnose heb ik De keizer aller ziektes van de Indiaas-Amerikaanse oncoloog Siddharta Mukherjee gelezen, een ‘biografie van kanker’.

Bijna iedereen had het over een gevecht, en dat ik dapper moest strijden. Met die terminologie kon ik niets aanvangen. Ik vond ‘blijven bestaan’ al heel wat. Ademen, niet kopje-onder gaan, plooien maar niet breken.

Over oorzaken, gevolgen, de geschiedenis van de behandelingen, de toekomst. Ik vond het, midden in mijn eigen rottigheid, fascinerend. Kankercellen zijn briljant en vooral: het zijn je eigen cellen. Dat dikke boek heeft me enorm doen relativeren. Ja, ik ben één op de negen vrouwen. Op geen énkel moment heb ik me afgevraagd: waarom ik? (Mijn partner des te meer.) De statistieken boden me een zekere troost, een gevoel van solidariteit ook. En na het lezen van Mukherjee was ik vooral erg dankbaar, dat ik NU leef en geen honderd of zelfs maar twintig jaar geleden. Dat ik HIER woon en niet elders in de wereld.

Ik laat los

Zover ben ik nog niet, dat ik mijn borst heb losgelaten. Ik heb afscheid van haar genomen, dat wel. Maar het stemt me nog altijd onpeilbaar verdrietig dat ze er niet meer is. Zij, bron van jeugd, voeding, troost, genot, evenwicht.

Foto: KotK/Ivo Hendrikx, Leven 70, april 2016

Dat wat bol was, is hol geworden. Mijn ogen worden naar andervrouws boezem gezogen en waarom staan er zoveel behareclames op bushokjes? Over anderhalf jaar krijg ik een nieuwe borst. Dat is niet hetzelfde. Laat me nog maar even treuren. Wat ik wél heb laten wegwaaien in de wind is mijn haar. Ik bleek best wel een mooie schedel te hebben. Een kale knikker was in de zomer ook lekker fris. Nu het weer kouder wordt, ben ik blij dat er weer grijze krullen groeien. Ook mijn smaakvermogen is helemaal terug. Mijn veerkracht verrast me, aangenaam.

Ik heb lief

… en word geliefd, volgens het Latifagebed. The milk of human kindness van Shakespeare. Het hele jaar heb ik erin mogen baden. Bezoek, brieven, sms’jes, bloemen, boeken, wandelingetjes, soep en brood en massage en yoga aan huis: ik was verwend. Mijn man, mijn kinderen sponnen een rode draad van normaliteit. Lotgenotes stonden als feeën aan mijn zijde. 

Ziek zijn brengt reliëf in je vriendschappen. De ene floreert, de andere deemstert weg.

Ziek zijn brengt reliëf in je vriendschappen. De ene floreert, de andere deemstert weg. Ook in Ziekenhuisstad ontmoette ik prachtige mensen: verpleegkundigen, dokters, een trajectbegeleidster met veel talent om te luisteren, zonder op de klok te kijken. De zorgvrijwilligster van Kom op tegen Kanker die me in een wachtzaal troostte. Discreet, diplomatisch, geduldig, lief, barmhartig. Mijn hart zwelt als ik er aan terugdenk.

Ik ben bereid

Na de laatste bestralingen heb ik me enkele dagen teruggetrokken in het Stiltehuis in Fraipont, een plek in de Ardennen om tot rust te komen. Het gevoel toen ik mijn bottines aantrok en in mijn levende eentje onder de eiken liep is met geen pen te beschrijven. Alles is anders en alles is hetzelfde gebleven.

 

  • Kristien Bonneure is VRT-journalist en auteur van Stil leven. Een stem voor rust en ruimte in drukke tijden (Lannoo 2014).
  • Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.