Aan vroegtijdige opsporing (screening) zijn, zoals bij elk medisch onderzoek, voor- en nadelen verbonden. Experts gaan ervan uit dat voor de doelgroep van 50 tot en met 74 jaar de voordelen groter zijn dan de nadelen. Bespreek het met uw arts.

Voordelen

Dokter bespreekt testresultaten met patiënte
  • Met de test hoopt men poliepen of dikkedarmkanker in een vroeg stadium (wanneer u er zelf nog niets van merkt) op te sporen en zo de kansen op een succesvolle behandeling te verhogen.
  • De afnameset om een staal te nemen en het onderzoek in het lab zijn gratis.
  • De staalname is eenvoudig en u kunt dit thuis zelf doen.
  • Het duurt maximaal 14 kalenderdagen voordat u en uw (huis)arts het resultaat van het onderzoek ontvangen.
  • Het bevolkingsonderzoek geeft de garantie dat de kwaliteit van het onderzoek sterk bewaakt wordt en dat alle resultaten worden opgevolgd.

Nadelen

  • Een onderzoek biedt nooit volledige zekerheid. De resultaten van het onderzoek zijn nooit helemaal zeker. Het kan zijn dat er sporen van bloed te vinden zijn, zonder dat er iets aan de hand is (vals alarm dus). Of andersom: het kan zijn dat er geen bloed in het staal te vinden is en dat er toch poliepen zijn of later dikkedarmkanker wordt vastgesteld.
  • Sommige mensen vinden het vervelend om een staal van hun stoelgang te nemen en dit om de twee jaar te herhalen.
  • Wachten op het resultaat van de stoelgangtest kan voor spanning en onrust zorgen.
  • Als het resultaat van het onderzoek afwijkend is (dus wanneer er meer bloed in je staal aangetroffen wordt dan normaal), wordt u doorverwezen voor een kijkonderzoek van de dikke darm of coloscopie. Dat is het geval bij 57 op 1000 mensen die een test opsturen. Wachten op de resultaten van dat onderzoek, kan opnieuw voor spanning zorgen. Pas dan weet u zeker of u dikkedarmkanker hebt of niet.
  • Het kijkonderzoek houdt risico’s in. Bij een coloscopie kunnen complicaties optreden. Een bloeding komt voor bij 2 op de 1000 coloscopieën. Een darmperforatie (een scheur of gaatje in de darmwand) komt voor bij 5 tot 10 op de 10.000 coloscopieën. Meestal kunnen deze complicaties ter plekke worden behandeld door de arts die de coloscopie doet, maar soms is er een operatie nodig.

Meer informatie