Vic Anciaux over longkanker en immunotherapie

Ik ben optimist en realist
Vic Anciaux, oud-politicus en arts
Uit Leven, editie 72, oktober 2016

Bijna 85 is hij, het boegbeeld van het progressieve Vlaams-nationalisme, de arts die zich al decennia voor kankerpatiënten inzet, ook als erevoorzitter van Kom op tegen Kanker. Met een aanstekelijke lach en zijn bekende sonore bas praat Vic Anciaux openhartig over zijn ziekte en zijn bijzondere immuuntherapie: ‘Ik blijf de zon zien, ook al is ze soms door wolken gesluierd.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto KotK/Lieven Van Assche, Leven 72, oktober 2016

‘In april kreeg ik bronchopneumonie, zeg maar een flinke longontsteking. Maar ik had geen koorts. Dat was eigenaardig. Na een tweetal weken behandeling, met weinig resultaat, hebben ze mij in het ziekenhuis opgenomen voor onderzoek. Daar werd al snel longkanker vastgesteld. Eigenlijk vermoedde ik al dat het kanker zou zijn. Ik ben zelf arts en had de onderzoeksresultaten samen met de behandelende dokters bekeken en besproken. Ik had de diagnose dus mee onderkend. (Even stiller) Longkanker dus. (Weer strijdbaar) Dat komt niet zo heel gezellig over hé.’

‘Tussen de diagnose en de eerste behandeling lag een maand. Dat was natuurlijk één groot vraagteken. Maar met de verschillende specialisten in het ziekenhuis heb ik alle mogelijke behandelingen door en door besproken. Ik ging er mee in op (lacht). Ik ben van het soort dat wil weten wat er gebeurt, wat er gepland wordt, hoe de behandeling op lange termijn oogt, enzoverder. Dat is waarschijnlijk omdat ik zelf dokter ben. Ik kán die medische kennis niet uitschakelen.’

‘Sinds enkele jaren lopen er wereldwijd studies over “immuuntherapie” voor verschillende soorten kanker. Op dit ogenblik loopt er eveneens een wereldwijde klinische studie om een experimenteel geneesmiddel tegen longkanker te evalueren. Een geluk met een ongeluk: mijn longtumor kwam hiervoor in aanmerking en zo ben ik in de klinische studie opgenomen. Voor mij dus geen operatief ingrijpen: ik kwam daarvoor hoe dan ook niet in aanmerking omdat ik een hartkwaal heb. Ook geen radiotherapie of klassieke chemotherapie. Ik krijg een infuus waarin stoffen zitten die het immuunsysteem versterken. Concreet gaat het om dertien behandelingen met telkens vier weken tussentijd.'

In de plaats dat de immuniteit door kanker geblokkeerd raakt, proberen ze  met deze therapie de immuniteit te verhogen om de kankercellen te bestrijden.'

Ik wil weten wat er gebeurt, wat er gepland wordt. Dat is waarschijnlijk omdat ik zelf dokter ben. Ik kán die medische kennis niet uitschakelen.

'Het is zo’n immuuntherapie die ze nu, met alle onzekerheden en vragen die daarrond nog leven, op mij toepassen.’

Proefkonijn

‘Een proefkonijn voel ik me helemaal niet. Uit andere klinische studies is gebleken dat men voorzichtig optimistische resultaten ziet, onder meer in de bestrijding van huidkanker en longkanker. Ik kan dus een sprankeltje hoop koesteren. Begin juli bleek immers dat de lichte uitzaaiing op de linkerlong na twee behandelingen bijna was verdwenen. De oorspronkelijke, grotere kanker op de rechterlong was toen weliswaar nog niet kleiner geworden. Maar goed, het is een positief signaal dat alvast de uitzaaiingen zijn bedwongen.’

Het type immunotherapie waarmee ik behandeld word, is een veel vriendelijker behandeling dan chemotherapie. Ik ervaar geen nevenwerking, afgezien van vermoeidheid.'

Foto KotK/Lieven Van Assche, Leven 72, oktober 2016

‘Die komt en gaat de hele dag door. Maar na een poosje rusten ben ik weer beter. Wat nevenwerkingen betreft, betekent deze therapie dus een grote vooruitgang.’

‘Als erevoorzitter van Kom op tegen Kanker probeer ik nu de raad op te volgen die ik zelf altijd aan kankerpatiënten heb gegeven: koester een realistisch optimisme.'

Jaren lang heb ik kankerpatiënten tijdens hun vakantie aan zee bezocht. Ik hield dan telkens een toespraakje waarin ik vooral belichtte dat de mensen de zon moesten zien schijnen, ook al is ze achter wolken van zorgen verborgen. Een dame schreef na zulk een toespraak een prachtig vers. Eerst is ze boos op alles en iedereen, en dan komen deze regels:

“De zon komt door de wolken, heel aarzelend.
Ik sta stil, ook ik begin te aarzelen.
Zoals de zon.
Dan lach ik de grijze wolken uit
En zie, ze drijven weg.
En mijn boosheid drijft mee…
Ver, ver weg”.

Ik probeerde steeds de mensen duidelijk te maken dat ze zich niet mogen laten gaan, niet in pessimisme verzinken. Nu moet ik ditzelfde realistisch optimisme bij mezelf aanboren.’

Ik ervaar nu zelf de behandeling en de zorg voor de patiënt. Ik vind die kwalitatief hoogstaand. Volgens mij zijn er niet direct pijnpunten die om verbetering smeken.'

Ik probeerde steeds de mensen duidelijk te maken dat ze zich niet mogen laten gaan, niet in pessimisme verzinken. Nu moet ik ditzelfde realistisch optimisme bij mezelf aanboren.

‘Nu, mijn situatie is specifiek: de taken en opdrachten van de artsen en het verplegend personeel zijn binnen zulk een wereldwijde studie vooraf vastgelegd. Hoe dan ook pleit ik ervoor dat de zorg voor elke patiënt op maat toegesneden wordt. Dat is niet makkelijk, maar dringt zich op. Elke patiënt is anders, is uniek.’

Steun van de clan

‘Ik krijg zoveel steun. Van goede vrienden, van vrienden waarmee we vaak op reis gingen. Ook van medewerkers en ex-medewerkers van Kom op tegen Kanker. En natuurlijk van mijn familie. Ik heb zeven kinderen en schoonkinderen, achttien kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. Een hele clan! (lacht). Ik krijg vaak bezoek, een telefoontje, een bericht. En ik heb een hele lieve vrouw die eigenlijk mijn mantelzorger geworden is.'

Mijn optimisme is grotendeels op mijn familie gericht. Ik hou me voor dat ik hier doorheen moet en de kanker moet overwinnen voor hén. Anders zouden ze een verdriet kennen dat ik hen wil besparen.'

Foto KotK/Lieven Van Assche, Leven 72, oktober 2016

'Ja, eigenlijk vecht ik meer voor hen dan voor mijzelf (lacht). Ik heb een lang, boeiend, vruchtbaar en gevuld leven gekend. Als ik nu sterf, zou dat zo noodlottig zijn? Voor mij is het antwoord “neen”. Maar voor mijn familie ligt dat anders.’

‘We zullen weldra zien of de therapie aanslaat. Wanneer ik na een bepaalde periode zou vaststellen dat de ziekte zich toch doorzet, dan kan ik niet anders dan besluiten dat het moment gekomen is. Dan wil ik mijn lot in handen houden en zelf mijn levenseinde bepalen. Maar dat is nu niet aan de orde. Het is ook nog niet doorgepraat met mijn dierbaren.’

‘Wat het soms moeilijk maakt, wat soms angst of twijfel genereert, is die vermoeidheid. Ik vertelde al dat vermoeidheid de enige bijwerking is waarvan ik last ondervind. Maar wanneer die vermoeidheid heel erg diep snijdt, dan heb ik soms de neiging om het allemaal op te geven. Maar alleen dàn. Die momenten gaan gelukkig vlug voorbij.’

Eigenlijk vecht ik meer voor mijn familie dan voor mijzelf. Ik heb een lang, boeiend, vruchtbaar en gevuld leven gekend. Als ik nu sterf, zou dat zo noodlottig zijn? Voor mij is het antwoord “neen". Maar voor mijn familie ligt dat anders.

‘Er is heel veel vooruitgang in de geneeskunde en de behandelingen van kanker. Gelukkig. Kom op tegen Kanker heeft daartoe zeker zijn steentje bijgedragen door voortdurend te hameren op het belang en de financiering van wetenschappelijk onderzoek. Maar het blijft natuurlijk een verschrikkelijke ziekte.’

‘Toch heb ik nooit zoveel lachende gezichten gezien als tijdens de vakantieweken van kankerpatiënten aan zee. Voor een deel omdat ik hen liet lachen door grapjes en gedichtjes in mijn speech te verwerken, maar zeker ook omdat ze ronduit gelukkig zijn in het contact met lotgenoten. En bevrijd van de zorgen thuis. Mensen met kanker zien heel scherp in wat belangrijk is en wat onbelangrijk.’

‘Ik beschouw dit getuigenis als een verlengstuk van mijn engagement als erevoorzitter van Kom op tegen Kanker. Kanker mag geen taboe zijn. Gedurende al te lange tijd heerste in onze Vlaamse gemeenschap stilzwijgen over de ziekte. Maar kanker is geen schande, het is een ziekte. De patiënt wint niks bij stilte. Ik heb altijd gepleit voor openheid. Welnu, nu ben ik ook openhartig.’

Meer info


 

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.