Veldrijdster Jolien Verschueren kreeg in 2018 de diagnose hersentumor

Vertrouwen in God
Jolien Verschueren
Uit Leven, editie 85, januari 2020

Op het toppunt van haar kunnen werd veldrijdster Jolien Verschueren (29) geconfronteerd met een hersentumor. Met de steun van sport, haar familie en haar geloof knokt Jolien zich een weg terug: ‘Ook tijdens de zwaarste chemo ging ik dagelijks fietsen.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
jv5

‘Tijdens een training samen met papa, in 2014, schoot ik uit mijn klikpedaal en viel. Ik wou opstaan maar voelde me te draaierig. Ik zette me neer in de berm. Papa belde mama. Zij is verpleegkundige, ze is me komen halen en bracht me naar het ziekenhuis. Mama dacht aan een hersenschudding. Maar het onderzoek toonde aan dat er “iets”, een “vlek”, een letsel in mijn hoofd zat. Niemand kon toen vermoeden dat het kwaadaardig was. Mogelijk was het aangeboren. Een ingreep leek niet nodig maar ik moest elk jaar op controle. In 2015 was het letsel niet veranderd, in 2016 evenmin maar begin 2018 was het enorm gegroeid. Een week na de controle volgde de operatie. Toen bleek dat het kwaadaardig was. Ik werd wakker en hoorde dat ik diezelfde avond een afspraak had met de oncoloog. Ja, dan weet je: kanker.’

Vroege wekker

‘Er volgden zeven weken bestraling. De namiddag na de eerste bestraling was pittig. De hele namiddag moest ik braken. Ik ben even het bed ingedoken maar na een tijdje heb ik mijn loopschoenen aangetrokken en tegen papa gezegd: “Komaan, we gaan een toertje lopen” (lacht).’

‘Na de bestralingen was een tweede operatie nodig omdat er zich hersenvocht had opgehoopt. Met een inwendige drainage en een pompje is het afgevoerd. Daarna volgden twaalf sessies met chemopillen. Telkens vijf dagen na elkaar de pillen slikken, dan drie weken rust. En dat schema dus twaalf weken na elkaar, al waren er nu en dan pauzes wanneer mijn bloedwaarden onvoldoende waren om de behandeling te doen.’

Mijn actieve leven heeft een therapeutische werking. Wanneer ik fiets, denk ik niet aan de ziekte.

‘Ik kon de chemopillen gewoon thuis nemen. Ze zaten in een zakje, de dosis afgestemd op mijn gewicht en bloedwaarden. Ik nam ze altijd heel vroeg ’s ochtends. Ik stond op om half zes. Want nadat ik de pillen had genomen, moest ik een uur wachten vooraleer ik mocht eten. Door zo vroeg op te staan, kon ik met mijn ouders, zus en broer mee aan de ontbijttafel schuiven. Daar had ik de vroege wekker voor over.’

‘Gelukkig had ik weinig bijwerkingen van de chemopillen. Wel: vaak naar het toilet moeten, een beetje haaruitval doordat de haarwortels beschadigd waren door de bestraling. En bizar, het haar dat teruggroeit, is gekruld terwijl ik altijd steil haar had. Ik kreeg voor elke chemosessie pillen die de misselijkheid milderen. Ik leerde algauw dat die het beste werkten als ik ze een half uur voor de chemosessie innam.’

Comeback

jv3

‘De laatste chemosessie was eind juli 2019. Al mijn behandelingen zitten erop. Nu zit ik in de fase van om de drie, vier maanden controle. Dat word ik wel gewoon maar toch, wanneer de datum van mijn controle dichtbij komt, ben ik ermee bezig. Het lastigste vind ik dat ik de resultaten van de controle pas twee, drie dagen later krijg. Het zou fijner zijn om meteen het resultaat te weten, maar goed, ik heb liever een grondige analyse en zekerheid.’

‘Ook tijdens de zwaarste dagen van chemo ben ik elke dag blijven sporten. Soms sprong ik van de fiets de douche in om dan naar de bestraling te spurten. Of ik ging van de kine rechtsreeks naar het ziekenhuis. Op sommige dagen fietste ik 125 kilometer. Ja, dat is waarschijnlijk uniek (lacht). Ik was het natuurlijk heel erg gewoon om te sporten. Ik was voordien topsporter (Jolien won onder andere in 2015 en 2016 de befaamde Koppenbergcross, red.) en mijn lichaam was op sport ingesteld. Het was niet altijd gemakkelijk maar ik sport te graag om het op te geven. Vooral tijdens het lopen zag ik vooruitgang. Fijn was ook dat ik vaak samen op pad ging met papa. Hij zorgde ervoor dat ik niet over mijn grenzen ging.’

Bij de diagnose heb ik nooit gedacht dat ik dood kon gaan. Ik voelde me veilig bij God de Vader. Hij weet wat er met mij gaat gebeuren, hij gaat voor mij zorgen.

‘Het is de bedoeling om terug te keren op dat hoogste niveau. Vrouwen in het veldrijden kunnen tot een stuk na de 35 doorgaan. Dus ik heb nog een mooi aantal jaren voor me. Sinds de herfst van 2019 rij ik opnieuw mee. Elke keer gaat het wat beter, al word ik nog wel eens gedubbeld en is winnen nog niet aan de orde. Vroeger reed ik altijd voor de prijzen. Nu kan ik niet meer volgen. Ik vind het frustrerend om te merken dat ik niet meer meekan zoals voordien. Volgens mijn omgeving is dat normaal maar ik ben nogal perfectionistisch van aard (glimlacht). Met die frustraties kan ik altijd terecht bij medechristenen en bij mijn Hemelse Vader.’

Geloof en familie

‘Ik put veel steun uit mijn geloof. Ik ben van thuis uit evangelisch christen, een vorm van protestantisme. Bij de diagnose heb ik nooit gedacht dat ik dood kon gaan. Ik voelde me veilig bij God de Vader. Hij weet wat er met mij gaat gebeuren, hij gaat voor mij zorgen. Ik mocht de angst en de onzekerheid meteen afgeven aan God, mijn Hemelse Papa.’

jv4

‘Ik ben leerkracht aan de School met de Bijbel ‘De Ark’ in Kortrijk. Ik geef er turnen en zwemmen. Een fantastische job. Tijdens de chemosessies heb ik tussen de kerst- en paasvakantie les gegeven maar dat staat nu op pauze. Alhoewel: ik zit vaak aan de laptop op zoek naar lessen en oefeningen die ik de kindjes kan geven zodra ik terug ben.’

‘Ook mijn ouders, zus en broer geven me veel steun. Een luisterend oor bieden, is vaak al genoeg. Maar mijn papa doet veel meer. Wil ik in een bepaalde streek gaan rijden, dan stopt hij de fiets in de auto en rijdt me erheen. Terwijl ik fiets, doolt hij rond door weer en wind. Allemaal om het mij naar de zin te maken. En mama is verpleegkundige, dus het is een hele geruststelling dat ik de hele tijd iemand aan mijn zij heb die het medische aspect kent.’

Plan B

‘Mijn ouders en de artsen zeggen wel eens: “Doe het een keertje rustiger aan!” Maar in de zetel zal je me zelden vinden (lacht). Een turnles bedenken, fietsen: ik denk dat mijn actieve leven een therapeutische werking heeft. Wanneer ik fiets, denk ik niet aan de ziekte. Ik wil me ook inzetten voor anderen. Ik vind het heel belangrijk dat ik mensen moed kan inspreken. Mensen vragen me of ze even mogen bellen of mailen en dat kan altijd.’

Ik vond het raar dat ik tijdens de behandeling zelf de vraag naar mijn vruchtbaarheid moest stellen.

‘Wat ik raar vond, is dat ik tijdens de behandeling zelf de vraag naar mijn vruchtbaarheid moest stellen. De artsen hadden daar niks over gezegd. Ik heb voor de start van de behandeling eicellen laten invriezen. Ik hoop natuurlijk dat ik op een dag op de natuurlijke manier zwanger kan worden. Maar dankzij de ingevroren eicellen heb ik een plan B als dat niet zou lukken.’

‘De kanker heeft mijn jonge leven mee bepaald. Een tijdlang heb ik alle toekomstdromen noodgedwongen op pauze gezet. Mijn broer is tweeënhalf jaar jonger dan ik. Maar ik ben vrijgezel, hij had een vriendin met wie hij intussen is getrouwd. Ze hebben in september 2019 een kindje gekregen. Ik heb het gevoel dat mijn leven heeft stilgestaan en dat mijn broer mij als het ware heeft voorbijgestoken (glimlacht). Maar goed, op een mooie dag vind ik een vriend en wat later gaan er in ons huis kleine Jolientjes rondhuppelen (lacht).’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Meer info

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.