Tips om met verlieservaringen om te gaan voor wie kanker heeft (gehad)

Kanker, het slaat als een mokerslag in je leven in. Je omgeving reageert meestal met groot begrip op het verschrikkelijke nieuws, maar wat als de behandeling achter de rug is? Het wordt vaak over het hoofd gezien dat je als kankerpatiënt niet alleen je fysieke gezondheid verliest, maar nog zoveel andere dingen. Dingen die ervoor zorgen dat je nog lang kan blijven zitten met overweldigende gevoelens van rouw en eenzaamheid, al is je behandeling misschien succesvol verlopen.

Sabine Markovitz, oncopsychologe aan Campus Sint-Jan in Genk, geeft negen tips om met verlieservaringen om te gaan.

Voor wie kanker heeft (gehad)

1. Durf stil te staan bij je verlieservaringen: (h)erken ze.

Sabine Markovitz: ‘Ik vraag mijn patiënten om te vertellen hoe hun leven er na hun ziekte precies uitziet en wat de verschillen met vroeger zijn. Het is vaak de eerste stap om op een rijtje te zetten wat hen is overkomen. Met alle – vaak negatieve – emoties die daarbij komen kijken. Emotionele pijn uit de weg gaan kan helpen tijdens de behandeling, maar als dit na verloop van tijd niet meer werkt, moet je op zoek naar nieuwe manieren om met je gevoelens om te gaan.’

2. Deel je gevoelens met je partner, je familie, je vrienden, je arts.

‘Zo stel je je natuurlijk heel kwetsbaar op. Ik geef in mijn praktijk concrete tips om dit aan te pakken. Bij wie voel je je veilig? Wat wil je precies vertellen? Kan je het eens uitproberen bij iemand bij wie je je veilig voelt? De opluchting achteraf is vaak groot, niet alleen bij de patiënt, maar ook bij de omgeving. Die had vaak wel al door dat het niet goed ging met de patiënt, maar durfde er zelf niet over te beginnen. Ik vergelijk het altijd met een grote roze olifant die midden in de woonkamer staat, waar iedereen van het gezin wel eens op botst, maar waarover niemand durft te praten.’

3. Neem de tijd om je verdriet te verwerken.

‘Rouwen vraagt tijd. Het herkauwen van iets dat op de maag ligt, maakt het na verloop van tijd beter verteerbaar. Besef dat het normaal is dat bepaalde gedachten en emoties langer duren. Het is belangrijk om dit proces zijn gang te laten gaan.’

4. Vraag niet te veel van jezelf.

‘Elke kleine stap is een goede. Vind je het moeilijk om je weer onder de mensen te begeven? Voorzie dan in vluchtwegen. Zeg bijvoorbeeld vooraf dat je stilletjes zal vertrekken als het te moeilijk voor je wordt. Al die kleine dingen zorgen ervoor dat je niet in een isolement terechtkomt, en dat is het belangrijkste.’

5. Stel jezelf de vraag: wat is er goed gebleven of zelfs verbeterd?

‘Sommige vrienden zijn ze kwijt, maar andere vriendschappen hebben zich verdiept. De zorgeloosheid is verdwenen, maar ze kunnen nu wel intenser genieten van leuke momenten. Deze vraag stel ik altijd, ook al worden mijn patiënten er soms boos om. Ik wil hun verlies daarmee helemaal niet minimaliseren. Ik weet dat dit nooit weg zal gaan, maar het antwoord op deze vraag kan het verdriet wel draaglijker maken. Ik wil dat ze aan hun verleden kunnen terugdenken zonder meteen verdriet te voelen.’

6. Durf de stap zetten naar professionele hulpverlening als het niet lukt.

‘Veel mensen slagen erin hun veerkracht zelf aan te boren, of met de hulp van vrienden of familie. Soms kan de stap naar een professionele hulpverlener je net dat zetje geven dat je nodig hebt. Wie bij mij binnenstapt, hoeft echt geen specifieke klachten te hebben. Het is gewoon makkelijker om je hart eens eerlijk te luchten bij een neutraal persoon.’

Voor de omgeving

7. Stel open vragen, bied een luisterend oor.

‘Geef kankerpatiënten de kans om echt te vertellen hoe het met hen gaat. Vraag hoe ze zich voelen als ze zich in hun antwoord beperken tot de feiten. “Je ziet er goed uit”, wordt dan: “Je ziet er goed uit, maar voel je je ook echt zo?” Een half uurtje echt tijd vrijmaken, kan vaak al wonderen doen.’

8. Minimaliseer de gevoelens van een patiënt niet.

‘Vooral partners minimaliseren de problemen soms, uit zelfbescherming of omdat ze hun partner er niet mee willen belasten. Hun bedoelingen zijn dus goed, maar kunnen het gevoel van isolement en bevreemding bij de patiënten wel bevorderen. Het is heilzaam om als partner je eigen gevoelens en angsten bespreekbaar te maken. Zo kom je tot een echt gesprek, waarin iedereen zijn emoties kan uiten, zodat de andere er ook rekening mee kan houden.’

9. Ga – samen of apart – naar een professionele hulpverlener.

‘Ook het gezin, de partner en de omgeving moeten hun verwachtingen en perspectieven bijstellen. Als dit niet uitgesproken wordt, kan het voor spanningen zorgen. Vaak helpt het om aan een neutraal persoon te vertellen waar je mee zit. Sommige koppels gaan samen: het is belangrijk oog te blijven hebben voor elkaars beleving, in elk stadium van de ziekte.’

Uit Leven 56, oktober 2012 (auteur: Liesbeth Vandenberghe)