Strafpleiter Hans Rieder tussen angst en hoop bij prostaatkanker

Ik leef op hoop. Wat kan ik anders?
Hans Rieder
Uit Leven, editie 81, januari 2019

Gedreven en fel op de barricades van Vrouwe Justitia, zo kent het grote publiek strafpleiter Hans Rieder (62). Meester Rieder neemt ook privé de handschoen op tegen een vijand van formaat: een bijzonder agressieve prostaatkanker. Bedachtzaam en bescheiden getuigt hij over zijn zoektocht naar houvast en hoop: ‘De dokters zeggen me dat het kiertje waar ik onderdoor ben gekropen slechts aan een flinterdun papiertje plaats biedt.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto Kom op tegen Kanker/Lieven Van Assche

‘Sinds mijn veertigste heb ik de gewoonte om elk jaar een grondige medische check-up te laten uitvoeren. Maar in 2015 heb ik dat uitgesteld. Er lag echt te veel werk op de plank. Een half jaar later liet ik me dan toch onderzoeken. De diagnose was snoeihard. Prostaatkanker, extreem agressief. Er waren uitzaaiingen naar de lymfeklieren en ik had ook twee botletsels, een in mijn heup, de tweede in een ruggenwervel ter hoogte van het hart. Had ik nog langer gewacht om het onderzoek te laten doen, dan zou ik hier vandaag niet meer zijn.’

‘De diagnose kwam binnen met een mailtje, echt waar (glimlacht). Dat was het. Er viel een blok beton op mijn hoofd. Angst, onbegrip, onzekerheid, alle negatieve gevoelens die je kan bedenken, voelde ik. Alles tegelijkertijd. Mijn vrouw en ik zijn dan beginnen rond te bellen naar vrienden en kennissen: een wanhopige zoektocht naar een arts die me toch nog wou opereren. Want de enige andere uitweg was de palliatieve afdeling.’

‘Ik heb een operatie ondergaan, chemo, radio en nu nog een hormonale behandeling met speciale pillen Zytiga. Om de drie maanden ga ik op controle. Dat is telkens een periode van angst en stress. Die onzekerheid was en is heel moeilijk om te dragen.’

‘Achteraf bekeken waren er lichamelijke signalen, ja. Ik zat niet goed in mijn vel, was vaak vermoeid, had in veel zaken geen goesting meer.'

Ik ben 62 en helemaal niet klaar om te sterven. Integendeel. Ik leefde behoorlijk gezond, dronk niet overmatig, at vaak biovoeding. Ik zeg het niet graag, maar de ziekte voelt aan als een onrecht.

'Je denkt dan: ik werk te hard, ik slaap slecht, het ligt daaraan. Ik stelde me geen andere vragen. Ik ben 62 en helemaal niet klaar om te sterven. Integendeel. Ik leefde behoorlijk gezond, dronk niet overmatig, at vaak biovoeding. Ik zeg het niet graag, maar de ziekte voelt aan als een onrecht.’

‘De operatie vond plaats in België maar voorts had ik het geluk om de verdere behandeling en het genezingsproces te kunnen ondergaan in Zwitserland, waar ik sinds een jaar of vijftien woon. Ik heb er een ziekteverzekeringsfonds dat me prima heeft begeleid en al het papierwerk uit handen heeft genomen. Zwitserland is trouwens waar mijn familiale roots liggen: de familienaam Rieder is er courant. Bovendien is het een plek waar de levenskwaliteit zoveel hoger ligt dan in België. Je hebt er, bijvoorbeeld, schone lucht. Ik kon er wandelen, genieten van de rust, herstellen. De locatie heeft me zonder twijfel geholpen bij het herstelproces.

Foto Kom op tegen Kanker/Lieven Van Assche

'Ik kijk met immense bewondering naar mensen die zo’n ziekte moeten bekampen terwijl ze in een klein appartement wonen in een stad met slechte lucht. Dat is een lijdensweg. De sociaal-economische draagkracht van de patiënt is naar mijn aanvoelen een bijzonder belangrijke maar vaak over het hoofd geziene factor in de kansen op genezing. Daarom vraag ik aan het beleid om kankerpatiënten tijdens hun genezing een aangenaam, comfortabel leefkader aan te bieden. Kanker is een zware ziekte en een epidemie: laten we alsjeblief als samenleving investeren in voorzieningen waarin de patiënten er bovenop kunnen komen.’

‘Kanker is sowieso een ziekte die je failliet maakt – zeker als zelfstandige. Je kan niet werken, je spaarcenten verdwijnen als sneeuw voor de zon en je weet niet hoe lang dat gaat duren. Als je geen familiale steun krijgt en je geen private oorlogskas hebt, dan is kanker een regelrechte aanslag op je welvaart. Ik vind dat een onderschat aspect aan de ziekte.’

‘De kanker heeft mijn kijk op het leven veranderd. Er is een grote mate van relativering genesteld. Ik maak me niet meer druk in details. En ik ben me bewust van mijn eindigheid. Vroeger niet. Er was geen dood, geen eindpunt. De machine bleef racen. Ik stelde me nooit de vraag hoeveel tijd ik nog had en wat ik in die tijd nog wou bereiken. Dat zijn vragen die zich nu wel stellen.’

Ik kijk met immense bewondering naar mensen die zo’n ziekte moeten bekampen terwijl ze in een klein appartement wonen in een stad met slechte lucht. Dat is een lijdensweg.

‘Ik was nooit een grote aanhanger van religie. Maar als je geconfronteerd wordt met het mogelijke levenseinde, dan hoop je toch dat er “iets” is na de dood. Zo zit de mens blijkbaar in elkaar (lacht). Als je geen perspectief meer hebt, dan zoek je houvast.’

‘Je toppunt van kunnen als advocaat bereik je na 30, 35 jaar. Ik vind het spijtig dat ik net wanneer ik dat punt heb bereikt, door kanker ben getroffen. Ik wou dit vak altijd eindeloos blijven doen. Maar ik heb noodgedwongen mijn activiteit teruggeschroefd. Alleen bij lang lopende, oude zaken en bij grote nieuwe zaken kom ik nog zelf naar de rechtbank. Het grootste deel van mijn tijd gaat naar coachen van jongere collega’s en supervisie van de lopende zaken. De barricades zijn vervangen door de strategie (lacht). Vaak is dat efficiënter, trouwens.’

‘Mijn vrouw is mijn allerbelangrijkste steunpilaar. Ik ben ervan overtuigd dat een goede partner een belangrijke rol speelt in het herstelproces. Daarnaast zijn er mijn zonen, ouders, broer, zus. En enkele collega’s die me zowel psychologisch als praktisch helpen; ze vervangen me bij de rechtbank, ze geven me steun. Dat namenlijstje bevat precies de mensen van wie ik het eigenlijk had verwacht (lacht).’

Foto Kom op tegen Kanker/Lieven Van Assche

‘Mijn jongste kinderen zijn zes en vier. We hebben hen nooit expliciet gezegd dat papa ziek is maar ze hebben dat hoe dan ook door (glimlacht). Ze vangen zaken op via telefoongesprekken, ze voelen de sfeer in huis aan. Neen, die kleine mensjes kan je niks wijsmaken. Ik heb nooit afscheid genomen van mijn geliefden, al denk ik soms dat ik dat beter wel zou doen.’

‘Ik leef van de ene controle naar de andere. Van drie maanden tot drie maanden dus. Plannen voor een verdere toekomst maak ik niet. Toen de Rode Duivels op het WK in Rusland de halve finale haalden en iedereen meteen riep dat ze in 2020 op het EK de finale zullen halen, dan denk ik: ik maak dat niet meer mee, dat is niet voor mij. De onzekerheid is te groot.’

‘Toch sta ik mezelf toe hoop te koesteren. Iedereen die kanker heeft, kijkt dag na dag reikhalzend uit naar nieuws over een nieuwe veelbelovende behandeling. Intussen vallen mijn driemaandelijkse testresultaten tot nu toe mee. Ik hoop dat mijn getuigenis andere mensen een vorm van steun en troost kan bieden. En zelf leef ik op hoop. Wat kan ik anders?’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Met kinderen praten over kanker

Hier vindt u uitgebreide informatie en tips over hoe met kinderen praten over kanker (ook in gedrukte vorm te verkrijgen). Op deze site vindt u ook (voorlees-)boeken voor kleuters, lagereschoolkinderen en tieners. Kom op tegen Kanker heeft zelf o.a. een gratis prentenboek Mama heeft kanker, om te lezen met kleintjes vanaf twee jaar. Bestellen kan op tel. 02 227 69 69.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.