Stamceltransplantatie bij chronische myeloïde leukemie (CML)

Sommige patiënten met CML in de versnellings- of acute fase krijgen, afhankelijk van hun leeftijd en conditie, een zware chemotherapiekuur en/of totale lichaamsbestraling gevolgd door een zogenoemde allogene stamceltransplantatie.

Een stamceltransplantatie is het toedienen van gezonde stamcellen om beenmerg te vervangen dat door kanker of door chemotherapie vernietigd is. Bij een allogene stamceltransplantatie zijn de getransplanteerde stamcellen afkomstig van een donor – een familielid of iemand anders.

Bijwerkingen

Een (allogene) stamceltransplantatie heeft gevolgen op korte en lange termijn. De neveneffecten op korte termijn zijn grosso modo dezelfde als van een zware chemotherapie. Omdat het risico op infectie erg groot is, moeten patiënten na een stamceltransplantatie een tijdlang in een steriele kamer verblijven. Op lange termijn is het belangrijkste probleem de graft-versus-hostziekte (GVHD), die kan voorkomen na een transplantatie van een donor. Afweercellen uit het getransplanteerde donorweefsel vallen dan organen en weefsel van de patiënt aan, met huidproblemen, ernstige diarree, of schade aan lever of longen tot gevolg. Om deze aanvalsreacties tegen te gaan, krijgt de patiënt medicijnen die de afweer onderdrukken. 

Meer informatie