Spreken na een laryngectomie

Spreken na een laryngectomie

De verwijdering van het strottenhoofd (of larynx) wordt een laryngectomie genoemd. Na een gedeeltelijke laryngectomie is er nog één stemband over zodat de patiënt nog redelijk, maar wel met schorre stem kan spreken. Na een volledige laryngectomie is er geen verbinding meer tussen de mond en de longen en kunt u niet meer met uw stembanden spreken. Ademen gebeurt voortaan langs een kunstmatige opening vooraan in de hals, de tracheostoma.

De meest voorkomende manier om de spraak te herstellen, is met een stemprothese, ook spraakknop of stemknop genoemd. Hiervoor wordt een verbinding gemaakt tussen de luchtpijp en de slokdarm. In dit verbindingskanaaltje wordt een ventiel in kunststof ingebracht. Het ventiel zorgt ervoor dat eten en drinken niet van de slokdarm in de luchtpijp komen. Om te spreken, sluit de patiënt tijdens de uitademing de stoma af door het ventiel dicht te duwen. De lucht komt via het verbindingskanaaltje in de slokdarm. Hier begint de lucht te trillen en ontstaat geluid.

Bij sommige patiënten is het niet mogelijk om een stemprothese te plaatsen. Zij leren meestal slokdarmspraak aan: door lucht te happen, brengen zij het bovenste deel van de slokdarm aan het trillen en produceren zo geluid.

Als een stemprothese en slokdarmspraak niet mogelijk zijn, kan een elektrolarynx gebruikt worden: een elektrisch apparaatje dat een elektronisch stemgeluid geeft.

Revalidatie en lotgenotencontact

Als uw strottenhoofd moet worden weggenomen, heeft dat heel ingrijpende gevolgen op gewone dingen als slikken, eten en spreken. In het ziekenhuis staat een heel team klaar voor uw revalidatie: chirurg, verpleegkundige, kinesitherapeut, logopedist, diëtist ... Daarnaast zult u - mogelijk al voor de operatie - in het ziekenhuis bezoek krijgen van iemand van een lotgenotengroep van gelaryngectomeerden, voor ondersteuning en praktische tips. U kunt ook zelf contact opnemen met een lotgenotengroep in uw buurt.