Sociale voorzieningen: Andere maatregelen en voordelen

Een overzicht van andere maatregelen en voordelen voor mensen met kanker: steun vanuit privé-initiatieven, kinderbijslag, kortingen op openbaar vervoer, telefonie, internet, elektriciteit enz.

Financiële steun van privé-initiatieven

Het Kankerfonds van Kom op tegen Kanker

Er zijn nog altijd kankerpatiënten die tussen de mazen van het net vallen en voor wie de ziektekosten bijzonder problematisch zijn. Het Kankerfonds van Kom op tegen Kanker kan een eenmalige steun toekennen, op basis van criteria als gezinsinkomen, andere tussenkomsten, verhouding tussen minimale medische oplegkosten en inkomen ... Lees hier meer over het Kankerfonds van Kom op tegen Kanker.

Stichting tegen Kanker

Ook de Stichting tegen Kanker biedt financiële steun aan specifiek voor mensen met kanker. Of u in aanmerking komt, wordt bepaald door uw gezinsinkomen. Aanvragen kunnen enkel via het ziekenhuis, ziekenfonds of OCMW. Lees meer op de website van de Stichting tegen Kanker.

Sofhea, fonds voor hematologische aandoeningen

Sofhea is een sociaal fonds voor hematologische aandoeningen (ernstige bloedziekten zoals leukemie, lymfeklierkanker, de ziekte van Kahler). Het wil de zwaar getroffen patiënten psychologisch bijstaan en alle middelen aanwenden om de socio-financiële druk te verlichten. Via zijn onderzoeksafdeling, de Sofhea-CRUH aan de KU Leuven, steunt Sofhea in belangrijke mate ook de Leuvense navelstrengbloedbank.

Sofhea is een niet-gesubsidieerde vzw in de schoot van het UZ Leuven en helemaal afhankelijk van de inzet, de middelen en het enthousiasme van zijn onbezoldigde medewerkers. Lees meer op de site van Sofhea.

Hulpfonds van het ziekenfonds

Sommige ziekenfondsen beschikken over een eigen hulpfonds dat een tegemoetkoming kan bieden aan financieel kwetsbare gezinnen met hoge medische kosten. De tegemoetkoming is meestal eenmalig en afhankelijk van een inkomensonderzoek en financiële begeleiding.

Het OCMW

Het OCMW kan financiële hulp bieden op terreinen waar het leefloon ontoereikend of niet van toepassing is, bijv. bij hoogoplopende medische onkosten of een te dure continue medische behandeling. Lees meer

vzw Kleine Prins

Vzw Kleine Prins richt zich tot gezinnen met kinderen die vóór hun achttiende jaar getroffen worden door een of andere vorm van kanker of levensbedreigende ziekte, voornamelijk in Limburg en aangrenzende gebieden. De vzw kan financieel tussenkomen wanneer gezinnen de facturen niet langer kunnen betalen en wanneer de reguliere financieringsbronnen opgedroogd zijn. Lees meer op de website van vzw Kleine Prins.

Kinderkankerfonds

Het Kinderkankerfonds, dat streeft voor een betere levenskwaliteit van kinderen met kanker en hun gezin, geeft gezinnen een financieel duwtje in de rug in de vorm van een comfortforfait (voor families van een kind dat lijdt aan een ernstige hemato-oncologische aandoening en hiervoor langdurig behandeld wordt in UZ Gent, UZ Antwerpen of UZ Brussel) of een palliatieve comfortforfait (voor gezinnen met kinderen die niet meer kunnen genezen). Lees meer op de website van het Kinderkankerfonds.

Groeipakket (vroeger: kinderbijslag)

Het Groeipakket vervangt voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2019 het systeem van de kinderbijslag. Het pakket staat voor het geheel van gezinsbijlagen en andere financiële tegemoetkomingen die de Vlaamse overheid voorziet op maat van elk kind in elk gezin. Elk kind dat in Vlaanderen woont, krijgt een startbedrag bij de geboorte of adoptie, een maandelijks basisbedrag (onvoorwaardelijk tot de leeftijd van 18 jaar en onder voorwaarden maximaal tot de leeftijd van 25 jaar) en een schoolbonus (de vroegere schoolpremie).

Daarnaast zijn er nog verschillende toeslagen voor kinderen die meer ondersteuning nodig hebben. De zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte (in het oude systeem de ‘verhoogde kinderbijslag’) wordt bijv. toegekend bij kinderen met een handicap of aandoening. Het bedrag van deze toeslag wordt bepaald op basis van de beoordeling van een door Kind en Gezin erkende arts.

Op basis van het gezinsinkomen kan eventueel ook een sociale toeslag worden toegekend. Deze toekenning gebeurt automatisch. Een aparte sociale toeslag voor langdurige zieken en arbeidsongeschikten, langdurig werklozen of éénoudergezinnen bestaat niet meer. Kinderen geboren voor 2019 die recht hadden op een van deze aparte sociale toeslagen behouden deze echter zolang zij hier volgens de oude kinderbijslagreglementering recht op hebben.

Zieke jongeren

Studenten

Voor +18-jarigen is het recht op kinderbijslag als student in principe voorbehouden aan wie ingeschreven is voor een voldoende uitgebreid studieprogramma:

  • hoger onderwijs: ten minste 27 studiepunten per academiejaar
  • graduaatsopleiding die nog niet wordt uitgedrukt in studiepunten: minstens 13 lesuren, inclusief stage, per week
  • geen vorm van hoger onderwijs (bijv. secundair onderwijs, ondernemersopleiding, leertijd): minimaal 17 lesuren per week

Sinds 1 januari 2019 is er een uitzonderingsregeling voorzien voor studenten die door ziekte niet aan de vereiste studiepunten of lesuren geraken. Met voldoende medische attestering behouden zij in dit geval hun kinderbijslag. Meer informatie

Wie zich uitschrijft als student, moet zich onmiddellijk bij de VDAB aanmelden als 'schoolverlater in beroepsinschakelingstijd'.

In de beroepsinschakelingstijd

Een jongere die in zijn beroepsinschakelingstijd zit, behoudt zijn recht op kinderbijslag op voorwaarde dat zijn inkomen niet boven een bepaalde grens ligt (bekijk het actuele grensbedrag). Wanneer hij ziek wordt tijdens de beroepsinschakelingstijd wordt het recht op kinderbijslag stopgezet. Als de jongere zich binnen de vijf werkdagen na het einde van de ziekte opnieuw inschrijft als werkzoekende, krijgt hij opnieuw kinderbijslag en dit tot het einde van de hervatte beroepsinschakelingstijd.

Na de beroepsinschakelingstijd

  • Wie geen recht meer heeft op kinderbijslag en door zijn ziekte niet kan werken, kan in aanmerking komen voor een ziekte-uitkering na een correct doorlopen beroepsinschakelingstijd. Indien de jongere niet in aanmerking komt voor een ziekte-uitkering, kan hij wel recht hebben op een tegemoetkoming voor personen met een erkende handicap, bijv. een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming.
  • Het is belangrijk dat jongeren zich niet laten afschrikken door het (tijdelijke) statuut van 'persoon met een handicap'.
  • Voor wie geen erkenning krijgt als 'persoon met een handicap', is er nog het vangnet van de sociale bijstand. Dat garandeert iedereen een minimuminkomen (het leefloon van het OCMW ) en andere voorzieningen (o.a. gewaarborgde gezinsbijslag).

Vrijstelling van het dragen van de veiligheidsgordel

Tot voor enkele jaren was het relatief gemakkelijk om een vrijstelling te krijgen voor het dragen van een veiligheidsgordel in de auto, bijvoorbeeld tijdens de laatste maanden van een zwangerschap, na een operatie of wegens een handicap ... Maar om levens te redden, is het verkrijgen van een vrijstelling verstrengd.

Enkel als er 'gewichtige medische tegenindicaties' zijn, kan iemand voor beperkte of onbeperkte tijd een vrijstelling krijgen om de gordel te dragen. Bij kankerpatiënten kan het dragen van een autogordel bijvoorbeeld eventueel problemen geven na een laryngectomie of door pijn bij erge stralingswonden. Het is de dokter die beslist of er een gegronde medische reden is waarvoor de patiënt geen gordel hoeft te dragen. Het doktersattest moet samen met de ingevulde aanvraag voor vrijstelling schriftelijk ingediend worden bij de FOD Mobiliteit en binnen de vijf dagen krijgt de persoon de vrijstelling. De chauffeur moet die vrijstelling van de FOD altijd bij zich hebben als hij met de wagen rijdt. Een doktersattest alleen is dus niet voldoende om zonder veiligheidsgordel te mogen rijden.

Maar misschien kan de patiënt zich voldoende behelpen met een aantal hulpmiddeltjes die het dragen van een autogordel comfortabeler maken. Een kussentje, zacht hoesje rondom of een stukje mousse tussen de huid en de veiligheidsgordel kan veel ongemak voorkomen (o.a. in sommige autowinkels te verkrijgen). Door de gordel iets uit te trekken en er bovenaan een wasknijper op te klemmen kan de druk wat verminderd worden (bijv. als de huid bij een borstprothese of implantaat gevoelig is).

Korting openbaar vervoer

Trein

Wie recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming heeft recht op een kortingskaart voor de trein, net als zijn/haar levenspartner en de personen ten laste. De kaart geeft recht op 50 % korting bij aankoop van biljetten in 2de klas op het Belgische spoorwegnet.

Bus en tram van De Lijn

Sociaal gsm- of telefoontarief

Het sociaal telefoontarief is een verminderd tarief dat door grote telefoonoperatoren toegekend wordt aan bepaalde personen. Dat geldt o.a. voor wie een leefloon ontvangt en voor personen bij wie een laryngectomie (wegname van het strottenhoofd) is uitgevoerd. Het sociaal internettarief maakt deel uit van het sociaal telefoontarief.

Lees meer over de voorwaarden, het bedrag en hoe een aanvraag doen.

Sociaal internettarief

Het sociaal internettarief maakt deel uit van het sociaal telefoontarief. Sommige providers geven bovenop het wettelijke sociale tarief een bijkomende korting voor internet. Vraag informatie bij uw internetprovider.

Sociale maximumprijs gas en elektriciteit

Sommige gezinnen en personen (o.a. sommige personen met een handicap, wie van een leefloon leeft, wie een tegemoetkoming voor hulp van derden krijgt …) genieten van verlaagde elektriciteit- en aardgasprijzen, de zogenaamde sociale maximumprijzen. Deze tarieven liggen een stuk lager dan de normale elektriciteit- en gasprijzen.Sinds 2010 wordt deze sociale maximumprijs in principe automatisch toegekend aan wie daar recht op heeft. Is dit niet het geval (bijv. omdat de energiefactuur niet op uw naam staat …), dan kunt u het sociaal tarief zelf aanvragen bij uw leverancier. U overhandigt de leverancier dan een attest dat u tot één van de categorieën behoort.
Lees meer over het sociaal tarief voor elektriciteit en aardgas.