Schouder aan schouder: Kamergenoten worden vriendinnen

Nooit gedacht dat we in zo’n situatie zoveel plezier konden maken.
Hilde Van Goethem en Stefanie Vereecken
Uit Leven, editie 90, april 2021

Hilde Van Goethem (40) spreekt over een geluk bij een ongeluk. Na haar borstkankeroperatie deelde ze de kamer met Stefanie Vereecken (41), wier nuchterheid en optimisme zeer aanstekelijk werkten. Stefanie had dan ook al wat watertjes doorzwommen en positief blijven was haar levensmotto geworden. Al snel bleek dat de dames wel meer gemeen hadden dan een kanker. Na lotgenoten werden ze vriendinnen.

Auteur: Grete Flies - Fotograaf: Joost Joossen
Hilde1 Hilde Van Goethem, 40 jaar. Werkt op de communicatiedienst van een ziekenhuis. Werd in mei 2019 geopereerd aan borstkanker. Mama van Lucas (6).

Hilde: ‘Het klinkt raar, maar ik heb op verschillende vlakken geluk gehad. Op 1 mei 2019 merkte mijn man op dat mijn tepel precies wat ingetrokken was. Als hij dat niet gezegd had, was me dat allicht een week nadien ook niet opgevallen. Nu wel, dus begon ik te voelen, waarbij ik inderdaad op een harde massa stootte. Doordat ik op de communicatiedienst van een ziekenhuis werk, ken ik veel artsen. Ik wist dus meteen welke specialist ik moest contacteren, waardoor de periode van ongerustheid en angst gelukkig erg kort was. Het lijkt me verschrikkelijk als je als patiënt lang in onzekerheid moet zitten.’

‘Mijn fantasie had dus weinig kans om op hol te slaan richting rampscenario, maar toch gingen mijn gedachten meteen naar mijn zoontje van vier. Mijn man en ik hebben zoveel moeite gedaan om hem in ons leven te mogen hebben. Voor afscheid was het nog veel te vroeg. Maar de oncoloog heeft zelf ook borstkanker gehad, wat maakt dat ze naast haar professionaliteit ook een grote empathie aan de dag kan leggen. Ze zei: “Dat is een oplosbaar probleem. Schrijf dat op en hang het boven je bed, zodat je er meteen aan herinnerd wordt als je morgen opstaat.” Het zorgde dat ik mijn knopje meteen kon omdraaien. Ik was zo opgelucht: alles zou goedkomen.’

Alles komt goed

Stefanie1 Stefanie Vereecken, 41 jaar. Zaakvoerder van een duurzame kledingwinkel in Leuven. Kreeg borstkanker op haar 27ste, acute leukemie op haar 35ste. Mama van Ayush (8) en Kushi (7), die twee jaar in België zijn.

Stefanie: ‘Dat alles zou goedkomen, stond voor mij buiten kijf. Dat is dankzij mijn voorgeschiedenis van borstkanker en acute leukemie. Dat was allemaal zo heftig en intens geweest, maar dat had ik ook overleefd. Dan leer je als mens alles relativeren. Na de stamceltransplantatie moest ik maanden in een isolatiekamer en ook thuis nog anderhalf jaar in quarantaine. Als je daaruit komt, zijn er volgens mij twee mogelijkheden: je loopt er levenslang onder gebukt of je kan de wereld aan. Voor mij gold het tweede. Niets zou me nog klein krijgen.’

‘De diagnose van ductaal carcinoom in situ (een tumor in de borst die zich in een voorstadium van kanker bevindt en nog niet kan uitzaaien) bij mijn tweede borst was hoogstens een hobbel op mijn pad, geen wegversperring. We waren er bovendien snel bij. Door mijn voorgeschiedenis word ik heel strikt opgevolgd. Bij elke routinecontrole zijn de artsen op hun hoede, ook toen de laatste keer de mammografie en echografie goed waren, maar de MRI iets heel kleins liet zien. Ik twijfelde geen seconde: die borst moest ook verwijderd worden. Ik was enorm opgelucht dat ik die tweede tikkende tijdbom kon laten weghalen. Een week later lag ik met Hilde op een kamer.’

Verbondenheid

De manier waarop we allebei tegenslagen verwerken en de blik waarmee we vervolgens in het leven staan, zorgen voor een enorme verbondenheid.

Hilde: ‘Ik denk niet dat we een openingszin nodig gehad hebben om het ijs tussen ons te breken. Stefanies gezicht kwam me bekend voor, dus misschien was het de klassieker “Ken ik jou niet ergens van?”. (lacht) Dan bleek dat ik ooit al bij haar in de winkel was geweest. Mode interesseert me ook, dus we hadden meteen ons eerste raakvlak gevonden. En al snel volgden er meer. We ontdekten dat we op 5 km van elkaar wonen, dat haar man in hetzelfde ziekenhuis werkt en dat we heel wat gemeenschappelijke kennissen hebben. Blijkbaar hebben we zelfs jaren geleden via e-mail al contact gehad met elkaar!’

Stefanie: ‘Maar het was vooral onze zelfde ingesteldheid die het echt deed klikken. Allebei hebben we al een zeker traject afgelegd in het leven met bijvoorbeeld een grote kinderwens die lang onvervuld bleef, om maar iets te noemen. De manier waarop we allebei tegenslagen verwerken en de blik waarmee we vervolgens in het leven staan, zorgen voor een enorme verbondenheid. Ik heb al vaak in het ziekenhuis gelegen, met en zonder kamergenoten. Sommigen van hen waren echt geen pretje: daar werd ik bijna depressief van. Zo hoorde ik ooit iemand klagen aan de telefoon over het litteken op haar enkel, terwijl mijn lichaam vol met littekens staat. Toen heb ik ostentatief mijn koptelefoon opgezet en het gordijntje tussen ons dichtgetrokken. Daar wou ik mijn energie niet aan verspillen. Hilde daarentegen heeft een even zonnige kijk op de dingen als ik. Haar ondersteunen was dus niet zo moeilijk.’

StefanieHilde1

Hilde: ‘Hoewel ik inderdaad een nuchter en optimistisch karakter heb, was ik zo blij en dankbaar voor de input van Stefanie. Zo leken de lymfeklieren tijdens de onderzoeken schoon, waardoor die gevrijwaard zouden blijven. Maar na de operatie hoorde ik dat ze toch mijn okselklieren hadden moeten verwijderen. De specialist waarschuwde me voor de mogelijke beperkende gevolgen daarvan, wat me toch verontrustte. De dokter was nauwelijks de kamer uit, toen Stefanie het gordijntje opentrok en stellig zei: “Natuurlijk moet je een beetje voorzichtig zijn, maar ik heb met die arm gewoon weer getennist, net zoals voorheen.” Dat stelde me meteen gerust. Net als toen ik tijdens de tweede nacht na mijn operatie een bloeding had. Ik schrok even, want mijn nachthemdje zat helemaal onder het bloed. Maar Stefanie reageerde heel kalm: “Oh, er zal iets losgekomen zijn, we bellen gewoon de verpleging.” En ze drukte prompt ook op haar belletje!’

Wellnessweekend

Stefanie: ‘Natuurlijk moeten de dokters hun patiënten informeren over mogelijke neveneffecten tijdens een kankerbehandeling. Maar of en welke neveneffecten je krijgt, is bij iedereen anders. Het is aan de patiënt om zich niet vooraf te gaan gedragen alsof het drama al gebeurd is. Mijn advies is om alles dag per dag te bekijken en vooral de mogelijkheden in jouw verhaal te blijven zien.’

‘Bij mijn eerste borstkankeroperatie was het eerste wat de sociaal werker zei dat ik nooit meer zelf mijn ramen zou kunnen lappen met die arm. Ik was gechoqueerd. Ramen lappen was het laatste wat me bezighield. Ik was 27 en doctoreerde als archeologe aan de universiteit. Mijn prioriteit was opgravingen kunnen doen in Egypte, wat ik een jaar later ook weer gewoon deed. Om maar te zeggen: laat je niet afschrikken door wat je allemaal hoort en leest – zeker niet op het internet! Eén zinnetje kan in je hoofd blijven zitten en je neerhalen. Ik verspreid liever zinnetjes die mensen kunnen opbeuren.’

Stefanie en ik lachten heel wat af. De verpleging moest soms zelfs komen vragen om ’s avonds wat stiller te zijn.

Hilde: ‘En dat heeft ze bij mij zeker gedaan. Weet je dat het soms zelfs gezellig was bij ons op de kamer? We voelden ons bijna op wellnessweekend: geen kinderen verzorgen, geen boodschappen doen, niet koken … Het eten werd zelfs op de kamer gebracht, wat een luxe! (lacht) En zo maakten we van alles het beste. Je kan zeuren dat je de boterhammen in het ziekenhuis maar niets vindt of je kan ervan genieten dat je ontbijt op bed krijgt.’

‘Stefanie en ik lachten heel wat af. De verpleging moest soms zelfs komen vragen om ’s avonds wat stiller te zijn. Ik had nooit kunnen denken dat ik in zo’n situatie nog zoveel plezier kon maken. Dat ik zo ontspannen in het ziekenhuis lag, straalde ook af op mijn omgeving. Mijn ouders, mijn man en mijn zoontje ondervonden al snel dat ze zich ook geen zorgen hoefden te maken.’

Lotgenoten

Stefanie: ‘We hebben ons vaak de vraag gesteld hoe het zou geweest zijn als we niet op dezelfde kamer hadden gelegen. Het zou voor ons allebei een heel ander verhaal geweest zijn. Of niet; we waren elkaar dan allicht wel tegengekomen op de gang, allebei op wandel met onze drain! (lacht)’

Onze gesprekken gaan lang niet alleen over de ziekte, integendeel.

Hilde: ‘Ook zonder de gemeenschappelijke factor “kanker” hadden we vriendinnen kunnen worden. Maar we hadden de ziekte blijkbaar nodig om ons samen te brengen. Lotgenotencontact kan heel krachtig zijn. Maar als je mentaal niet op dezelfde golflengte zit of verder weinig raakvlakken hebt, ebt dat na een tijd weg. Stefanie en ik zijn contact blijven houden. Ik kon ook na de ziekenhuisopname met alles bij haar terecht. Al gaan onze gesprekken lang niet alleen over de ziekte, integendeel. Vanaf het moment dat de coronasituatie het toelaat, gaan we weer samen ontbijten.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Meer info

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.