Sandra De Preter, ex-CEO van de VRT

Mijn kankerdiagnose was een van mijn zwaarste managementdossiers
Sandra De Preter
Uit Leven, editie 74, april 2017

Sandra De Preter (54) vertelt over haar kankerdiagnose en behandeling. Een van de zwaarste managementdossiers die ze ooit voor zich heeft gekregen. Ze slaat zich er door maar is wel blijvend beperkt. Toch blijft ze hoopvol en begroet elke dag als een geschenk.

Auteur: Sandra De Preter (bewerking Carla Rosseels) - Fotograaf: Wouter Van Vooren
Foto KotK/Wouter Van Vooren

‘Kanker, zegt men, is een sluipschutter. Hij trof me, totaal onverwachts, op een doordeweekse werkdag in het najaar van 2013. In de ochtend nog een vergadering met de auditor, daarna een voorbereidende vergadering met het team dat de nominatie voor “overheidsbedrijf van het jaar” in de wacht moet slepen voor de VRT. Ik heb barstende hoofdpijn, maar een Dafalgan doet wonderen. In de late namiddag steekt de hoofdpijn weer de kop op. Ik vraag enkele collega’s om mijn “bak” met dossiers naar mijn auto te brengen. Er is nog werk aan de winkel tijdens het weekend. Ik moet er erg slecht uit zien. Mijn collega’s vinden dat ik niet zelf naar huis mag rijden en bellen een taxi. Thuis kruip ik in bed. Enkele weken later word ik wakker in het ziekenhuis.

Door het oog van de naald

Als ik wakker word, vraagt men hoe ik heet. Die vraag kan ik beantwoorden, maar mijn neus vastnemen lukt me niet. Een dokter legt uit dat ik een zeer zware hersenbloeding heb gehad. Dat ik tijdens mijn coma tweemaal ben geopereerd en dat men een deel van mijn schedel heeft weggenomen om de druk in mijn hoofd te verminderen. Ik heb nu het hoofd van een pasgeboren baby. Heel fragiel. Het duurt een week voor ik de waanbeelden van de coma achter mij laat. Dan voel ik me euforisch. Ik besef dat ik door het oog van de naald ben gekropen. Het mag een wonder heten dat ik er nog ben. Redelijk intact. Behalve dat ik terug moet leren stappen, zelfstandig leren eten, lezen, telefoneren,.. alles eigenlijk. Men voorziet een revalidatie van twee maanden in een revalidatiecentrum. Maar dat is buiten de waard gerekend. Ik eis revalidatie in het ziekenhuis, en snel en een beetje uitdagender dan het schema dat nu voorligt.

De euforie is van korte duur. De arts vertelt dat de oorzaak van de hersenbloeding een hersentumor is. We moeten beslissen of we de tumor laten verwijderen tijdens een risicovolle hersenoperatie, daarna volgen gedurende zeven weken bestraling en chemotherapie.

Dat ik die fantastische job moest loslaten is de rauwe, meedogenloze kant van kanker. Niet alleen je gezondheid wordt aangevallen, ook je identiteit en wat je opgebouwd hebt.

Het is een mokerslag, mijn ziekenhuisbed zakt onder me weg. Dit kan niet. Zeg dat het niet waar is. Het is examenperiode en de jongens zitten alleen thuis. Mijn man moet naar huis, hen te eten geven, ook zij hebben steun nodig na de traumatische afgelopen weken. Ik blijf alleen achter in mijn ziekenhuiskamer. Ik besluit de verpleegster te vragen of ze het reglement voor mij wil overtreden en na acht uur ’s avonds bezoek wil toelaten. Ze twijfelt. Maar het argument dat ik nu - op zo’n moment - toch niet alleen kan zijn, doet haar weerstand smelten. Een uur later ligt mijn vriendin, die via de spoeddienst is binnengekomen, bij me in bed en bespreken we de opties…

Kanker managen

Een week later ga ik naar huis. Niet naar het revalidatiecentrum dus. Thuis begin ik mijn situatie te “managen”. Plots zijn alle zekerheden en structuren weg. Ik begin op te lijsten welke beslissingen ik moet nemen en ik zoek mensen die me advies kunnen geven. 

Sorry, er zijn geen positieve kanten aan kanker. Behalve dat het een leerzame levensles is.

Mijn kankerdiagnose is een van de zwaarste managementdossiers die ik voor me heb gekregen. Na een “second opinion” beslissen we om de tumor te laten verwijderen. Mijn schedel wordt dan tijdens dezelfde operatie “gerestaureerd”. Vanaf nu heb ik geen controle meer. De controlefreak in mij moet loslaten, maar ik heb alle vertrouwen in mijn neurochirurg. De operatie verloopt goed, en zoals vooraf afgesproken gaat de chirurg voor maximale verwijdering. Dat betekent dat ik vanaf nu visueel gehandicapt door het leven ga. Autorijden mag niet meer, lezen is moeilijk want mijn hersenen vormen de linkerhelft van het beeld niet meer. Daarna begint de uitputtende slijtageslag van chemo en bestraling. Verstand op nul en uitkijken naar een week Zwitserland met het gezin. Misschien… want mijn bloedwaarden moeten goed zijn en ik weet ook niet hoe ik er fysiek zal aan toe zijn.  Maar ik doorsta de marteling en we reizen naar Zwitserland. Na twee dagen kijken naar de skiërs worden de kriebels te groot. Een verbod op skiën heb ik niet gekregen. De eerste afdaling van de blauwe piste is een overwinning.

Foto KotK/Wouter Van Vooren

En ook thuis probeer ik mijn grenzen te verleggen, eerst met de tandem fietsen, dan alleen, dan terug op de koersfiets. Zwemmen, muziek spelen,… Elke kleine stap is een grote overwinning. Ik werk aan mijn fysieke conditie en mijn mentale gezondheid. Ik ontdek dat ze samen gaan. Bezig zijn en bewegen brengt rust in mijn hoofd. Want nu ik de eerste kuur goed heb doorstaan, wacht een tweede chemokuur van zes maanden en daarna stap ik in een studie met immunotherapie.

Een heftig, lang rouwproces

Ook voor de VRT moeten oplossingen gevonden worden. Ik word eerst ad interim vervangen, maar als later blijkt dat mijn situatie onvoorspelbaar is, wordt naar opvolging gezocht. Mijn functie loslaten is een heftig en lang rouwproces. CEO zijn van de VRT is een fantastische job, in een fantastische organisatie die bulkt van het talent. Dat ik dit na drie jaar in functie, en na een carrière van 25 jaar moet loslaten is die andere rauwe, meedogenloze kant van kanker. Niet alleen je gezondheid wordt aangevallen, ook je identiteit en wat je opgebouwd hebt. Deze functie en ook de leidinggevende posities die ik de jaren daarvoor had ingenomen bepaalden mee wie ik was. Eigenlijk een meisjesdroom. Ik las als kind de krant en droomde ervan dat ik later net zo belangrijk zou worden als al die mensen die in de krant kwamen. Ik wilde “iets betekenen”. Kanker heeft me het inzicht gegeven dat “iets betekenen” vele waardevolle invullingen kan hebben die niets met status of publieke erkenning te maken hebben.

Ik zeg vaak aan mijn man: 'Dit is klote, maar ik vind dat we het goed doen.'

Waarom ik? Op een gegeven moment moet je die vraag achter je laten. Er is geen antwoord. Kanker verplicht je in het nu te leven. Piekeren over het waarom, over wat je te wachten staat, helpt je niet vooruit. Je wordt er alleen maar depressief van. Overleven kan alleen door elke dag te begroeten als een geschenk en voluit te genieten. Ik ben echt trots op ons gezin en op hoe wij ons hier samen doorslaan. Ik zeg vaak aan mijn man: “Dit is klote, maar ik vind dat we het goed doen.” Kanker is volgens mij de ultieme relatietest.

Focus op de tocht

De kanker vergeten kan je niet. Nu, na meer dan twee jaar, kamp ik, naast mijn visuele handicap nog steeds met vermoeidheid en concentratieproblemen. Het is een vervelende metgezel geworden. “Elk nadeel heb se voordeel”, “elke crisis is een kans”. Het zijn waarheden als een koe, ingetrapte deuren. Maar sorry, er zijn geen positieve kanten aan kanker. Behalve dat het een leerzame levensles is. 

Foto KotK/Wouter Van Vooren

Kanker heeft me gevoeliger gemaakt voor maatschappelijke thema’s. Ik besef nu hoe goed de medische zorg georganiseerd is, hoe zwak de psychosociale ondersteuning is en hoe gigantisch en kafkaiaans de administratie is voor patiënten. Mijn begrip voor mensen die een slecht lotje hebben getrokken, is groter geworden. Kanker leerde me wat de kern van het leven is: liefde, zorg dragen voor elkaar en genieten van schoonheid. Kanker kleedt je uit, je ontdekt je ware “ik”. Je wordt je beter bewust van je drijfveren. Ik heb geleerd bewuster te leven, en minder ambitieus en perfectionistisch te zijn. Niet enkel te focussen op het doel, maar ook op de tocht. Als ik ga fietsen: niet enkel de kilometers malen, maar genieten van het licht, het landschap, de babbel met mijn vriendin. Bij het musiceren: niet per se perfect spelen maar genieten van het samen muziek maken, van de perfecte harmonie op de slotnoot. Bij het zwemmen: niet alleen de baantjes tellen, maar ook af en toe naar de hemel kijken en beseffen: hier ben ik, levend onder de hemel, een wonder.’

Boek Het Kankerperspektief

Deze tekst is een bewerking van het verhaal dat Sandra De Preter neerschreef voor het boek Het Kankerperspektief van Erik Van Vooren. Het Kankerperspektief laat 20 leidinggevenden aan het woord die kanker in de ogen hebben gekeken. Het gaat in op de impact van de ziekte, maar ook op de kracht die kanker losmaakt en de manier waarop het een nieuwe betekenis verleent aan de term 'leidinggeven'. Erik Van Vooren, Lannoo Campus, 2016, EAN 9789401437936.

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.