Een rookverslaving bestaat uit twee delen: de nicotineverslaving (de fysieke hunker) en de gedrags- of geestelijke verslaving.

Nicotineverslaving

Rookverslaving

Tabaksproducten bevatten nicotine. Nicotine is zelf niet kankerverwekkend, maar zorgt wel voor het verslavende effect van roken. Nicotine wordt zeer snel door het lichaam opgenomen en bereikt al na enkele seconden in grote hoeveelheden de hersenen. Daar beïnvloedt ze het centrale zenuwstelsel en de stemming van de roker. Die voelt zich relaxed, minder gespannen en wakkerder en heeft een beter concentratievermogen.

Bij wie stopt met roken, daalt de concentratie aan nicotine in het bloed en treden de ontwenningsverschijnselen op. Door opnieuw een sigaret op te steken, verdwijnen deze effecten snel: na een trekje heeft de nicotine slechts 7 seconden nodig om een effect in de hersenen te hebben. Niet iedereen is even gevoelig voor nicotineverslaving.

Gedragsverslaving of geestelijke verslaving

Het meest complexe deel van de verslaving zit tussen de oren. Niet alleen biedt roken een psychologisch houvast, roken is ook een ritueel of gewoonte. Rokers zijn gewend om in heel welbepaalde situaties te roken, zoals net na het eten, bij het televisiekijken, bij het uitgaan, bij een kop koffie, bij het wachten op de bus ... Dat versterkt het automatisme van het opsteken van een sigaret, een impuls waartegen moeilijk weerstand kan geboden worden... Het lekkere gevoel dat de roker in het begin had verbindt hij met die momenten en situaties waarin hij rookt. Roken en een drankje, roken en een groepje vrienden, roken op een feestje: in het hoofd van de roker horen die dingen nu bij elkaar. De roker begint écht te geloven dat roken lekker is en hij ontspant op die momenten. Zijn geest vraagt op die momenten om nicotine. Die gedachte zet zich diep in de hersenen vast. De roker begint écht te geloven dat roken lekker is en ontspant op die momenten. Dat is de geestelijke of gedragsverslaving.

Gevolgen van de verslaving

Een verslaving zorgt ervoor dat iemand een voortdurende behoefte naar die bewuste stof heeft, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk. Heeft een roker een tijdje niet gerookt, dan merkt hij dat meteen: hij verlangt al vlug naar een sigaret of een ander tabaksproduct. De behoefte lijkt wat op die naar eten of drinken, maar in tegenstelling hiermee is die behoefte naar tabak niet natuurlijk, maar aangeleerd. En dat betekent ook dat ze weer kan worden afgeleerd. Bovendien krijgt een roker, wanneer hij probeert te stoppen met roken, wellicht ontwenningsverschijnselen: zowel fysiek als psychisch.

Informatie op maat van jongeren over tabaksverslaving