Robert en zijn dochter Helga kregen beiden kanker

We wilden elkaar niet ongerust maken
Robert en Helga
Uit Leven, editie 62, april 2014

‘We zijn een hechte familie, altijd positief ingesteld. Er zijn zo veel mensen die het nog veel moeilijker hebben dan wij.’ Helga beaamt volmondig de woorden van haar vader Robert. Nochtans heeft de familie Van Dale de voorbije jaren rake klappen gekregen. Robert, Helga en haar broer Gerrit, alle drie kregen ze kanker, een dochter van Gerrit liet het leven in een verkeersongeval. ‘Leven doe je niet alleen’ is de titel van het boek dat Helga schreef over haar ziekte. Tegenslagen en verdriet verwerken doe je evenmin alleen.

Auteur: Bart Van Moerkerke - Fotograaf: An Nelissen
Robert en Helga, foto An Nelissen

Helga (52) voelde in 2007 voor het eerst pijn in haar heup. Twee jaar later was de pijn in die mate toegenomen dat ze medisch advies inwon. ‘Ik dacht dat ik hetzelfde had als mijn vader, die al verschillende keren aan beide heupen geopereerd is. Toen daar niets van aan bleek, vroeg ik een bloedcontrole. Misschien had ik net als mijn broer Gerrit de ziekte van Waldenström, een zeldzame kanker van het beenmerg. Ik bleek inderdaad een ‘zusterkanker’ te hebben, de ziekte van Kahler of multipel myeloom. Ik kreeg bestraling om de twee tumoren in mijn heup en mijn rug te verkleinen. Nadien bleven mijn bloedwaarden goed tot eind 2011. Begin 2012 startte de behandeling met chemotherapie gevolgd door een stamceltransplantatie. Nu is de ziekte onder controle. Mijn bloedwaarden worden goed in de gaten gehouden, want de ziekte van Kahler is een chronische kanker die altijd weer de kop kan opsteken. Ik voel me prima, sinds september ben ik weer voltijds aan het werk als kleuterjuf.’

Robert (83) werd in februari 2013 geopereerd voor een gezwel in de dikke darm. Zijn vrouw had al geregeld bloedvlekken in zijn ondergoed gezien. Toen dit zijn arts ter ore kwam tijdens een routinecontrole ging het alarm op rood. ‘De specialist had het over een kwaadaardig gezwel, het was dus kanker. Ik kreeg eerst chemotherapie en bestraling, daarna werd het gezwel operatief verwijderd. Na afloop zei de chirurg dat er geen uitzaaiingen waren. Dan heb ik een diepe zucht van opluchting geslaakt. Een nabehandeling was niet meer nodig. De kanker is weg maar ik heb wel aan levenskwaliteit ingeboet. Het gezwel zat helemaal aan het eind van mijn darm. Sinds de operatie heb ik mijn stoelgang niet meer voldoende onder controle. Ik moet dus zeer goed letten op wat ik eet. Als we ergens heen gaan, neem ik vooraf een pilletje dat wat opstopt. En ik gebruik incontinentiemateriaal.’

Verbloemd

Helga: ‘Ik heb mijn ouders in het begin niet verteld dat ik kanker had. Er was op korte tijd al zoveel gebeurd in de familie: de ziekte van mijn broer, een nichtje gestorven, mijn vader door het oog van de naald gekropen omdat zijn nieren nog amper functioneerden. Ik wilde mijn ouders ontzien. Pas toen steeds meer mensen wisten dat ik ziek was en het risico groot werd dat ze het van een ander te weten zouden komen, heb ik het gezegd. Dat was een nieuwe klap voor hen. Mijn moeder toont dat, mijn vader reageert altijd ingehouden. Hij is zeker geen open boek als het op emoties aankomt. Ik weet nog dat hij zei: “Het komt allemaal wel goed.” En het is ook goed gekomen.’

Ik was niet boos dat Helga ons niet meteen had ingelicht dat ze ziek was. Ik was wel verwonderd. We waren lang niet van alles op de hoogte.
Robert

‘Uiteraard heb ik met mijn ouders veel gepraat over mijn ziekte, maar het meeste hebben ze toch vernomen via mijn dagboek. Toen ik eind 2011 voor een langere periode afscheid nam van mijn collega’s op school heb ik besloten hen op de hoogte te houden via mail. Op die manier wilde ik voorkomen dat ik voortdurend aan iedereen hetzelfde moest vertellen. Ook mijn ouders kregen mijn dagboek. Maar ik vertelde daar niet alles in, omdat ik altijd voor ogen hield dat mijn moeder en vader het lazen. De slechtste ervaringen, de moeilijkste momenten heb ik verbloemd. Toen ik het dagboek later tot een boek verwerkte, heb ik alles neergeschreven zoals het werkelijk was. Pas toen kregen mijn ouders een volledig beeld van mijn ziekte.’

‘Mijn broer heb ik wel meteen en volledig ingelicht. We hebben in die periode heel vaak gebeld, ik heb veel aan hem gehad. Bij hem was het goed gekomen, bij mij zou het ook goed komen. Ook de kinderen wisten heel snel wat er aan de hand was. We hebben al onze kracht bijeengeraapt en ons er doorheen geslagen. Het is belangrijk dat je veel steun krijgt van je partner, je kinderen, je ouders, je vrienden.’

Verwonderd, niet boos

Robert: ‘Ik was niet boos dat Helga ons niet meteen had ingelicht dat ze ziek was. Ik was wel verwonderd. We waren lang niet van alles op de hoogte. Dat bleek toen we het dagboek en het boek lazen. Pas dan kregen we een goed zicht op wat ze echt heeft doorgemaakt.

Toen mijn vader kanker aan zijn dikke darm kreeg, was mijn eerste reactie er één van ongeloof. Dat kon toch niet, op zijn leeftijd en na al de tegenslagen van de jaren ervoor.
Helga

Er zijn zeer slechte momenten geweest, maar dat hebben we pas achteraf vernomen. Over mijn eigen ziekte kan ik vrij kort zijn. Ik heb nooit pijn gehad, ik heb nooit gevoeld dat er iets mis was met mijn dikke darm. Van de chemo en de bestraling ben ik niet ziek geweest, de operatie heb ik goed doorstaan. Zonder pijn. De kanker is volledig weg. Binnenkort word ik nog eens geopereerd aan mijn heup, het zal mijn dertiende ingreep zijn. Ik heb de chirurg gezegd dat ik hem een heel sympathieke man vind, maar dat ik hem zo beu ben als koude pap. Hij kon erom lachen.’

Helga: ‘Toen mijn vader kanker aan de dikke darm kreeg, was mijn eerste reactie er één van ongeloof. Dat kon toch niet, op zijn leeftijd en na al die tegenslagen van de voorbije jaren. Ik heb er serieus van afgezien. Gelukkig kon de behandeling met chemo en bestraling onmiddellijk van start gaan. Ik heb hem toen direct gezegd dat hij voor een goede crème moest zorgen, want op de plek van de bestraling kan je een verbrande huid hebben.’
‘Wanneer ik mijn vader tijdens de behandeling belde om te vragen hoe het ging, was zijn standaardantwoord “Ik voel me goed”. Dan vroeg ik me altijd af of hij zich echt goed voelde of dat hij dat zei om ons gerust te stellen. Ik zei net hetzelfde tegen hem toen ik ziek was, ik wilde mijn ouders ook niet ongerust maken.’

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.