Radiotherapie: speciale bestralingen

Voor sommige soorten kanker bestaan er speciale bestralingstechnieken. Voor meer info kunt u terecht bij uw radiotherapeut-oncoloog.

IMRT

Gewone uitwendige bestraling treft vaak ook gevoelige organen en weefsels in de buurt van de tumor. Bij IMRT of intensiteitsgemoduleerde radiotherapie (in het Engels intensity modulated radiation therapy, IMRT) daarentegen wordt het doelgebied met kleine bestralingsbundels vanuit een groot aantal verschillende richtingen bestraald.

IGRT

Bij beeldgestuurde radiotherapie (in het Engels image guided radiotion therapy, IGRT) gebeuren beeldvorming en behandeling met dezelfde machine en op hetzelfde ogenblik. Voor elke bestraling wordt een CT-scan gemaakt van de patiënt op het bestralingstoestel om te verifiëren of de patiënt correct op de bestralingstafel ligt (in dezelfde houding als bij de voorbereiding van de bestraling, ook wel simulatie genoemd). 

IMAT

Bij intensiteitsgemoduleerde boogtherapie (in het Engels intensity modulated arc therapy, IMAT) beschrijft het bestralingstoestel continu een boogvormige beweging rond de patiënt. Het toestel stelt zijn bestralingsbundel constant bij, aangepast aan de vorm van de te bestralen tumor. 

Stereotactische bestralingen

Welke behandeling(en) u krijgt, wordt besproken in overleg tussen verschillende artsen-specialisten

Kleine gezwellen die op moeilijk te bereiken plaatsen liggen, kunnen behandeld worden met stereotactische bestraling, een erg precieze vorm van bestraling. Stereotactische bestraling stuurt vanuit verschillende richtingen precieze stralingsbundels naar het gezwel. Op de plaats waar al deze bundels samenkomen, ontstaat een hoge bestralingsdosis. Deze precisie is enkel mogelijk als uw lichaam absoluut stilligt tijdens de bestraling. Stereotactische bestralingen kunnen bijvoorbeeld bij hersen-, long- of levergezwellen gebruikt worden. Soms bestraalt men met deze techniek slechts eenmaal of enkele keren in plaats van dagelijks gedurende meerdere weken.

Totale lichaamsbestraling

Bij totale lichaamsbestraling (in het Engels total body irradiation, TBI) wordt heel het lichaam bestraald. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij leukemie. In combinatie met chemotherapie kunnen zo de kankercellen overal tegelijkertijd bestreden worden. Na deze behandeling volgt een stamceltransplantatie. Men geeft één lange of enkele kortere bestralingen.

Totale huidbestraling

Bij totale huidbestraling (in het Engels total skin irradiation, TSI) wordt de volledige huid bestraald met weinig in de diepte doordringende stralen. Dat kan bijvoorbeeld bij (lymfeklier)kanker die ook in de huid voorkomt.

Bestraling tijdens een operatie

Nadat een gezwel weggenomen werd, kan een deel van de wonde bestraald worden voor de chirurg de opening weer dichtmaakt. Deze bestraling, die ook wel intraoperatieve uitwendige radiotherapie heet, is uitzonderlijk.

Metabole radiotherapie

Bij verspreide gezwellen kan de radiotherapeut-oncoloog of nucleair geneeskundige (een arts die gespecialiseerd is in de nucleaire geneeskunde, ook nuclearist genoemd) een vloeibaar radioactief product in een bloedvat inspuiten. Via de bloedstroom wordt de radioactieve stof door heel het lichaam gevoerd. Het is zo gemaakt dat het blijft zitten in bepaalde weefsels waarin kankercellen zitten. Het product bestraalt dan die kankercellen heel plaatselijk. Er zijn bijvoorbeeld producten die uitzaaiingen in de botten bestralen. Na zo’n inspuiting kan men dezelfde dag nog het ziekenhuis verlaten. Bij andere gevallen, zoals bij schildklierkanker waarbij u een radioactieve pil inneemt, is het nodig om enige tijd in het ziekenhuis te blijven om te voorkomen dat u uw familie bestraalt (want lichaamsvochten zoals urine zijn dan tijdelijk radioactief).

Hadrontherapie en protontherapie

Hadrontherapie is een bestralingstechniek waarbij kankergezwellen met zeer hoge precisie bestraald worden met geladen deeltjes. Deze techniek kan ook gebruikt worden om tumoren te behandelen die minder gevoelig zijn voor klassieke radiotherapie. Door de hoge precisie krijgt het omringende gezonde weefsel voor, naast en achter de tumor vrijwel geen straling te verwerken. Daardoor is de kans op bijwerkingen bij hadrontherapie kleiner dan bij klassieke radiotherapie. 

Protontherapie is een specifiek vorm van hadrontherapie. De tumor wordt in dat geval bestraald met protonen (positief geladen kerndeeltjes). In vergelijking met de klassieke radiotherapie is protontherapie veel duurder omdat er heel specifieke infrastructuur voor nodig is. Protontherapie heeft ook niet voor alle patiënten een meerwaarde in vergelijking met de klassieke radiotherapie. 

Sommige patiënten worden door hun ziekenhuis doorverwezen naar een gespecialiseerd protontherapiecentrum in het buitenland. In de nabije toekomst zal dat ook in België kunnen. Het gaat om een beperkt aantal patiënten, vaak kinderen met zeer zeldzame tumoren. Voor heel wat andere kankers is er nog veel onderzoek nodig om aan te tonen dat protontherapie een meerwaarde heeft in vergelijking met de klassieke radiotherapie. 

Lees meer over de terugbetaling van hadrontherapie / protontherapie op de website van het RIZIV