Radiotherapie bij spierinvasieve blaaskanker

Bestralen gebeurt veelal bij patiënten die geen operatie kunnen of willen ondergaan. Radiotherapie kan ook als palliatieve behandeling ingezet worden. In dat geval is het een behandeling die niet meer gericht is op genezen, maar wel op het verlichten of onder controle houden van de symptomen. Palliatieve radiotherapie kan bijvoorbeeld bloedingen stelpen en pijn verlichten.

Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen die kankercelgroei probeert te stoppen of vertragen. Bij blaastumoren kan uitwendig of inwendig bestraald worden. Bij uitwendige bestraling wordt bestraald vanuit een machine buiten het lichaam. Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt, en ook de duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. Meestal wordt de patiënt een dertigtal keer dagelijks een paar minuten bestraald. Een opname in het ziekenhuis is niet nodig, en de behandeling zelf is pijnloos. Bij inwendige bestraling, ook brachytherapie genoemd, wordt radioactief materiaal ingebracht in de blaas. Dat radioactieve materiaal geeft daar een hoge dosis straling af. Deze techniek wordt bij blaaskanker niet veel meer gebruikt.

Bijwerkingen

De radiotherapeut-oncoloog zorgt ervoor dat de toegediende dosis en de bestralingsvelden zodanig worden gekozen dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Toch heeft bestraling afhankelijk van de dosis ook invloed op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Als bijwerkingen kunnen huidirritatie, blaaskrampen, darmkrampen en diarree voorkomen. Vermoeidheid is een andere vaak voorkomende bijwerking de hoog gedoseerde radiotherapie en de weken die erop volgen. Sommige patiënten krijgen na verloop van tijd ook potentiestoornissen. Bespreek bijwerkingen met uw behandelend arts die u raad kan geven hoe u er het best mee omgaat.

Meer informatie