Radiotherapie bij hersentumoren

Alle patiënten met een hersentumor van graad IV, de meeste patiënten met een graad III-glioom en bepaalde patiënten met een graad II-glioom krijgen na de operatie bestralingen. Bestraling wordt ook toegepast bij meningeomen van graad I die niet of onvolledig werden verwijderd en opnieuw groei vertonen, en bij meningeomen van graad II of III.

Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen die kankercelgroei probeert te stoppen of vertragen. De stralenbundel wordt gericht op de plaats van de tumor of de plaats waar de tumor zich bevond, met een marge eromheen. Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per type tumor en graad van kwaadaardigheid. Ook de bestralingsdosis en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) variëren. De bestralingen op zich zijn pijnloos.

Bijwerkingen

De radiotherapeut-oncoloog zorgt ervoor dat de toegediende dosis en de bestralingsvelden zodanig worden gekozen dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Toch heeft bestraling, afhankelijk van de dosis, ook invloed op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kan de huid rood en gevoelig worden en kan het haar tijdelijk of permanent uitvallen. Bestraling van het hoofd kan leiden tot een tijdelijke toename van epileptische aanvallen. Vermoeidheid is een andere vaak voorkomende bijwerking tijdens de radiotherapie en in de weken die erop volgen.

Deze bijwerkingen verdwijnen normaal enkele weken na de therapie. Op langere termijn kunnen als gevolg van de bestraling geheugen- en concentratiestoornissen ontstaan.

Bespreek bijwerkingen met uw behandelend arts die u raad kan geven hoe u er het best mee omgaat en welke medicatie (bijv. tegen epileptische aanvallen) mogelijk is.

Meer informatie