Radiotherapie bij baarmoederkanker

Bij een aantal vrouwen wordt de verwijdering van de baarmoeder gecombineerd met radiotherapie. De bestraling gebeurt dan na de operatie om de kans op lokaal herval en eventueel herval in de lymfeklieren van het kleine bekken te beperken.

Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen die kankercelgroei probeert te stoppen of vertragen. De baarmoeder kan uitwendig of inwendig bestraald worden. Soms worden beide methodes gecombineerd.

Uitwendige bestraling

Bij uitwendige bestraling wordt er bestraald vanuit een machine buiten het lichaam. De duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestraling op zich is pijnloos en er is meestal geen ziekenhuisopname nodig.

Bijwerkingen

De radiotherapeut-oncoloog zorgt ervoor dat de toegediende dosis en het bestralingsveld zodanig worden gekozen dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Toch heeft bestraling, afhankelijk van de dosis, ook invloed op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Darmklachten (diarree, krampen, misselijkheid) en plasklachten (frequent plassen, bloed bij plassen of pijn bij plassen) kunnen bijwerkingen zijn. Vermoeidheid is een andere vaak voorkomende bijwerking tijdens de radiotherapie en in de weken die erop volgen. De meeste bijwerkingen zijn tijdelijk. Bespreek ze met uw behandelend arts die u raad kan geven hoe u er het best mee omgaat. 

Met de moderne technologie zoals intensiteitsgemoduleerde radiotherapie (IMRT) zijn deze klachten sterk verminderd. Bij IMRT wordt in plaats van met grotere bestralingsvelden, die vaak ook de gevoelige organen en structuren in de nabijheid van de tumor omvatten, het doelgebied vanuit een groot aantal verschillende richtingen met kleine bestralingsbundels bestraald. Bij intensiteitsgemoduleerde boogtherapie (IMAT) beschrijft het bestralingstoestel continu een boogvormige beweging rond de patiënt. Het toestel stelt zijn bestralingsbundel constant bij, aangepast aan de vorm van de te bestralen tumor. 

Bestraling in het kleine bekken kan het vaginale slijmvlies aantasten. Dat kan ongemak veroorzaken bij seksueel contact of bij een gynaecologisch onderzoek. Mogelijk raadt uw gynaecoloog vaginale dilatatie aan. Lees daarover meer in de brochure 'Het gebruik van vaginale dilatatoren na bestraling van het kleine bekken'.

Inwendige bestraling

Bij inwendige bestraling, ook brachytherapie genoemd, wordt materiaal dat bestraling produceert, rechtstreeks ingebracht in de baarmoeder en/of in het bovenste gedeelte van de vagina. Een korte opname in het ziekenhuis is nodig om de bronhouders aan te brengen, dat zijn smalle buisjes waarop tijdens de bestraling dunne slangen aangesloten worden die in contact staan met het bestralingstoestel.

Bijwerkingen

Inwendige bestraling veroorzaakt meestal weinig klachten. Soms is het plassen enkele dagen wat gevoelig, ook de seksuele beleving kan hier enige tijd wat verstoord zijn.

Vooral bij de combinatie van uitwendige en inwendige bestraling kan het bovenste deel van de vagina stugger en droger worden. Dat kan seksuele activiteit bemoeilijken. Vraag aan uw huisarts of gynaecoloog hoe u dat probleem kunt opvangen of voorkomen. 

Meer informatie