Radiotherapie bij acute lymfatische leukemie

Radiotherapie wordt soms gebruikt bij acute lymfatische leukemie die zich naar de hersenen of het ruggenmerg verspreid heeft. Radiotherapie wordt soms ook toegepast als er lymfeklieren rond de luchtpijp opgezwollen zijn en chemotherapie niet mogelijk of wenselijk is. Ook vóór een stamceltransplantatie wordt het lichaam soms bestraald. 

Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen die kankercellen probeert te vernietigen. Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt: soms is dat alleen het hoofd, soms het volledige lichaam. Ook de bestralingsdosis en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestralingen op zich zijn pijnloos. 

Bijwerkingen

De radiotherapeut-oncoloog zorgt ervoor dat de toegediende dosis en de bestralingsvelden zodanig worden gekozen dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Toch heeft bestraling, afhankelijk van de dosis, ook invloed op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kan bij uitwendige bestraling de huid rood en gevoelig worden op de bestraalde plek. Vermoeidheid is een andere vaak voorkomende bijwerking tijdens de radiotherapie en in de weken die erop volgen. De meeste bijwerkingen zijn tijdelijk. Bespreek ze met uw behandelend arts die u raad kan geven hoe u er het best mee omgaat.