Radiomaker Olav Grondelaers en zijn succesvolle 'stappenplan' tegen lymfeklierkanker

We gaan voor volledig herstel
Olav Grondelaers, radiomaker
Uit Leven, editie 64, oktober 2014

Klara-presentator Olav Grondelaers is kaal maar blaakt van energie, is rad van tong en scherp van geest. Is dit een man die nauwelijks een half jaar geleden lymfeklierkanker kreeg? ‘Sinds de diagnose heb ik enkel nog goed nieuws gekregen. Ik ben een gelukzak.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Karoly Effenberger
Olav Grondelaers, foto Karoly Effenberger

'Op advies van mijn dokter was ik aan de fiets gegaan, wat hier, in het heuvelende landschap rond Diest, wel pittig is. Maar in de plaats van conditie op te bouwen, putten dergelijke ritten me steeds meer uit. Van nature ben ik een energieke mens met een behoorlijke adrenalinepomp, maar in de herfst van 2013 voelde ik die energie uit me weglekken. Via de huisarts kwam ik bij de hematoloog terecht. Die stelde sarcoïdose als mogelijke diagnose. Dat is een auto-immuunziekte met een petscan-beeld dat nauw verwant is aan dat van lymfeklierkanker. Beide ziektes lijken hard op elkaar, maar de behandeling is helemaal anders.'

'Sarcoïdose dus. Dan moet je een cortisonenkuur ondergaan. Het is een chronische ziekte: je kan de symptomen bestrijden, de ziekte zelf valt niet uit te roeien. Ik kreeg steeds vaker bijwerkingen die bij sarcoïdose kunnen voorvallen, maar zeldzaam zijn, en bij mij dus toch de kop opstaken. Zo kreeg ik een zwelling in een bijbal. Ook mijn linkertepel begon danig te zwellen. Daar hielp geen cortisonenkuur tegen. De uroloog kwam tot het besluit dat een operatie voor de bijbalzwelling noodzakelijk was. Tijdens die operatie ontstond er een vermoeden van lymfoom. De hele teelbal werd weggenomen en verder onderzocht. Bizar is dat de diagnose sarcoïdose overeind bleef. Ik heb ze dus beiden. Gelijktijdig."

'Ik ga dood, was mijn eerste gedachte toen ik op die maandag 17 februari het woord lymfoom hoorde. Het heeft geduurd tot de dinsdag van de daaropvolgende week vooraleer we zekerheid hadden. Een aartsmoeilijke week. Het enige wat je weet is: lymfoom. Dat kan alle kanten op. Hoe ver is de kanker opgerukt? Er zijn zoveel soorten, Hodgkin en non-Hodgkin, enzoverder. De onzekerheid leidde tot pure doodsangst. Mijn huisarts heeft me antidepressiva moeten voorschrijven. Ik ben veertiger: ik hoor tot de generatie voor wie "kanker" gelijk staat aan een doodvonnis. Voor onze dochter Lena van dertien ligt dat anders. We hadden haar verteld dat er een vermoeden van kanker was. Maar zij had eerder al gezien hoe haar beide oma's - mijn moeder en schoonmoeder - borstkanker hebben gehad en overleefd. Voor Lena is kanker een ziekte waar je van geneest. Gelukkig, ik vermoed mede door de pillen, helde ik na enkele dagen over naar Lena's standpunt.'

De dokter reikte me een stappenplan aan en, dat zal wel typisch mannelijk zijn, dat was precies wat ik nodig had. In één klap was mijn doodsangst weg.

'De dinsdag erna, 25 februari, kregen we zekerheid over de diagnose: grootcellig B cel lymfoom. De dokter sprak in volle rust: dit is een kanker die behandelbaar is, we gaan voor volledig herstel, we doen dat met een chemokuur van acht beurten met telkens drie weken tussentijd. De dokter reikte me een stappenplan aan en, dat zal wel typisch mannelijk zijn (lacht), dat was precies wat ik nodig had. In één klap was mijn doodsangst weg. Dezelfde avond heb ik de antidepressiva in de vuilnisbak gekeild, want ze werkten volgens mij zo goed dat ik bang was eraan verslaafd te raken (lacht). Ik werd rustig van die concrete informatie. Bij Lena was de reactie omgekeerd: ze besefte plots dat papa echt kanker had en dat was slikken. We hebben niks voor haar verborgen gehouden. Ze heeft me uitgeteld zien liggen in de zetel, terwijl ik misselijk was, terwijl ik hoofdpijn had.'

Olav Grondelaers, foto Karoly Effenberger

'De eerste chemotherapie was een zware dobber. Verschillende keren ben ik op de spoedafdeling beland, mijn bloedlichaampjes zakten snel weg, ik had koortsaanvallen. Vanaf de tweede kuur ging het veel vlotter. Last van vermoeidheid: de eerste dagen na een chemo is een pak verse melk uit de kelder halen een project van een halve dag (glimlacht).

Mijn haar viel uit, mijn mond werd droog. Vervelend is dat je smaakpalet verandert. De ene dag smaakt de aardappelpuree naar dat piepkleine snuifje nootmuskaat, de dag erna is de puree alleen maar zout. Maar goed, er zijn mensen die al tijdens de chemo moeten braken; bij mij waren er na elke chemokuur toch dingen ik graag lustte. Ik ben bijna niks afgevallen.'

'Eigenlijk ben ik een gelukzak. Ik heb maar één keer slecht nieuws gekregen: op maandag 17 februari, de dag van de diagnose. Van dan af zat alles mee. We waren amper twee weken ver in de chemo en de gezwollen tepel was weer normaal. Na de vierde chemokuur bleek mijn petscan goed genoeg om de chemotherapie van acht beurten terug te brengen tot zes, met telkens twee in plaats van drie weken tussentijd.'

'Naast de chemotherapie kreeg ik een immuniteitsbehandeling. Je lichaam herkent kankercellen niet goed. Dankzij die immuniteitsbehandeling MabThera lukt dat wel en gaat je lichaam zelf de strijd aan tegen de kanker. Die behandeling kreeg ik acht keer. Vanaf midden juli volgden dan vijftien bestralingen op mijn andere teelbal. Dat is vooral preventief: een barrière inbouwen, want als de kanker terug zou opduiken, dan is de kans groot dat het uitgerekend dààr zou zijn.'

Muziek en cultuur

'Ik luister naar allerlei muziek: popmuziek, jazz, klassiek. Elk genre bereikt en beroert een ander emotioneel punt. Fijne popmuziek zoals Stromae kan je altijd zonder probleem beluisteren, jazz eist een dosis mentale inspanning en klassiek slaagt er bij mij in het diepste te raken. Net daarom wou ik tijdens mijn ziekte niet naar Mahler luisteren. Zijn muziek vergt alerte concentratie, draait om verlies en doodsangst en is onvoorspelbare muziek die godweetwat met je kan doen (lacht). Ik dacht dat tijdens de behandeling een zekere oppervlakkigheid beter was. Ik wou mijn water niet troebel maken.'

‘Mijn geest wil sneller vooruit dan mijn lichaam aankan. Opnieuw werken, het liefste voltijds, weer presenteren, gitaar spelen ... Ik wil dat allemaal niet morgen maar nu.

'Ik las ook veel over architectuur, omdat dat mijn geest klaar houdt. Ik geniet van een degelijk, licht gebouw dat goed gebruik maakt van de ruimte. Goede architectuur maakt me zen. Dat was nuttig tijdens de ziekte (glimlacht). Het was best boeiend om zien hoe de kanker mijn culturele keuzes beïnvloedde en scherp stelde. Voor Moederdag kocht ik voor Annick "Liefde in tijden van cholera" van Marquez. Dat leek me hilarisch, maar ook een boodschap: liefde heeft hier alles overwonnen, dus zal liefde ook de kanker klein krijgen.'

'Het moeilijkste moment valt na de behandeling. Zo kreeg ik last van voze vingers. Ik geef gitaarles, ik speel graag gitaar en ik zou dus echt willen dat die voze vingers genezen. Zulke verlate nevenwerkingen overschaduwen toch wel een béétje de blijdschap dat je de kanker overleeft. Ik hoop dat er niet nog meer van die uitgestelde onaangename verrassingen komen. Nog iets: met kanker verlies je voorgoed een deel van je onbezorgdheid. Bij elke controle knaagt de ongerustheid. Daar zie ik tegenop. Maar anderzijds: net dankzij die controles word ik goed opgevolgd. Ik wil niet zeuren, ik ben blij dat ik het overleef.'

Olav Grondelaers, foto Karoly Effenberger

'Mijn geest wil sneller vooruit dan mijn lichaam aankan. Opnieuw werken, het liefste voltijds, weer presenteren, gitaar spelen...Ik wil dat allemaal niet morgen maar nu. Ik ben zes maanden thuisgebleven. Zes maanden, man! Dat voor iemand die er prat op ging nooit langer dan een week ziekteverlof te hebben genomen (lacht). Het doet me denken aan marathonlopers die zeggen: "Na een marathon wil ik meteen een nieuwe lopen". Ik bracht meer tijd door met Lena, schreef columns voor De Standaard online, keek naar documentaires. De godsdienstige dwanggedachte dat je moet werken kalfde een béétje af (lacht). Maar het heeft lang genoeg geduurd. Ik wil mijn plaats weer innemen.'

'Wat me enorm heeft geholpen, zijn de praktische tips van lotgenoten: "Pas op, na de laatste chemo dans je de polonaise, maar daarna komt een terugslag, laat je niet verrassen." Dat is pragmatische goede raad waar ik bijzonder veel aan had. Een berichtje dat zegt: "Mijn ma heeft een kaars voor u gebrand", prachtig. Vanochtend vond ik nog een boeket bloemen van de buurvrouw voor de deur. Ook mensen die ik van haar noch pluimen ken, geven me tips, steun, mooie woorden: "Dertig jaar geleden heb ik het ook meegemaakt en nu hou ik mijn eerste kleinkind in de armen". Ik denk dat zoiets mee de motor van mijn genezingsproces was. Ik ben iedereen enorm dankbaar.'

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lymfeklierkanker

Een lymfoom (lymfeklierkanker) is een ziekte waarbij er zich in het lymfesysteem kwaadaardige lymfecellen vormen. Het lymfestelsel speelt een belangrijke rol bij het afweren van ziekteverwekkers. Er zijn twee grote types lymfomen: er is het 'Hodgkinlymfoom' dat eerder zeldzaam is en vaker bij jonge mensen voorkomt, en er zijn de 'Non-Hodgkinlymfomen' zoals het 'folliculair lymfoom' en het 'B-grootcellig lymfoom', die vaker voorkomen bij mensen van boven de 45 jaar.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.