Sommige straling heeft genoeg energie om het erfelijk materiaal (DNA) in lichaamscellen te beschadigen. De beschadiging van DNA kan leiden tot kanker. Straling die voldoende energie heeft om het erfelijk materiaal te veranderen, wordt ioniserende straling genoemd. 

Ioniserende straling wordt uitgezonden door radioactieve stoffen. Ook de aardkorst produceert op natuurlijke wijze ioniserende straling (bijvoorbeeld in de vorm van het radioactieve gas radon). Nog een voorbeeld van natuurlijke straling is kosmische straling, die ons bereikt uit de ruimte. Maar ook menselijke activiteit zorgt voor dergelijke straling. Kerncentrales, radiologische onderzoeken of radiotherapie maken allemaal gebruik van ioniserende stralen.

Medische toepassingen

CT-scanner CT-scanner. Computertomografie (CT) maakt gebruik van ioniserende straling. De kans op nadelige effecten als gevolg van de stralingsdosis die u als patiënt bij één zo’n onderzoek afzonderlijk krijgt, is klein.

Een belangrijke bron van ioniserende straling is de straling voor medische toepassingen. In de radiotherapie is de hoge dosis ioniserende straling een belangrijk middel in de strijd tegen kanker. In de medische beeldvorming wordt ioniserende straling gebruikt om het lichaam in beeld te brengen.

Zes beeldvormingstechnieken maken gebruik van ioniserende straling:

  • radiografie
  • radioscopie
  • CT-scan (computertomografie)
  • PET-scan (positron emission tomography)
  • planaire scintigrafie (tweedimensionaal beeld van het functioneren van een orgaan of weefsel)
  • SPECT-scan (single-photon emission computed tomography, levert een driedimensionaal beeld op)

Hoewel de kans op deze nadelige effecten bij medische beeldvormingsonderzoeken erg klein is, moeten we er toch voorzichtig mee omgaan.

Nadelen van ioniserende straling bij medische beeldvorming

Blootstelling aan ioniserende straling kan het risico op de ontwikkeling van kanker verhogen. Ioniserende straling kan ook leiden tot directe beschadiging van weefsel, zoals roodheid van de huid na radiotherapie. Hoewel de kans op deze nadelige effecten bij een onderzoek met medische beeldvorming erg klein is, moeten we toch voorzichtig zijn. Hoe groter de ontvangen stralingsdosis, hoe groter het risico op nadelige effecten.

Bovendien is de kans op nadelige effecten als gevolg van ioniserende straling cumulatief. Dat wil zeggen dat het risico op nadelige effecten groter wordt naarmate men meer bestraald wordt. Onnodige herhaling van onderzoeken moet dan ook vermeden worden.

Daarnaast is de gevoeligheid voor ioniserende straling ook afhankelijk van de leeftijd. Hoe jonger, hoe gevoeliger voor ioniserende straling.

Bij een onderzoek met behulp van medische beeldvorming moeten de voordelen dan ook steeds afgewogen worden tegen de mogelijke nadelen. Enkel wanneer de voordelen opwegen tegen de nadelen is een onderzoek met ioniserende straling verantwoord.

De kans op nadelige effecten als gevolg van de stralingsdosis die u als patiënt bij een zo’n onderzoek afzonderlijk krijgt, is klein. De stralingsdosis is dan ook geen reden om een aangewezen onderzoek niet te laten uitvoeren. Onderzoeken die niet aangewezen zijn (en dus geen meerwaarde bieden) moeten echter vermeden worden.

Gevoelige groepen

Omdat ioniserende straling de gezondheid kan schaden, is bescherming voor iedereen belangrijk. Maar bepaalde groepen zijn er gevoeliger voor dan andere. Hoe jonger, hoe gevoeliger voor ioniserende straling. Kinderen zijn gevoeliger dan volwassenen en jonge kinderen gevoeliger dan adolescenten. Ook zwangere vrouwen vormen een kwetsbare groep. Bij hen gaat het vooral om de bescherming van het ongeboren kind. 

Wat kunt u doen als patiënt?

Deze vragen kunnen u helpen in uw communicatie met uw arts:

  • Waarom heb ik een bepaald onderzoek nodig?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van het onderzoek?
  • Hoe vaak moet ik het onderzoek ondergaan?
  • Zijn er evenwaardige (of betere) technieken zonder ioniserende straling?
  • Kan dit onderzoek plaatsvinden als ik (misschien) zwanger ben?
  • Beantwoordt het voorgestelde onderzoek aan de richtlijnen voor medische beeldvorming?

De volgende informatie kan uw arts helpen bij het maken van een goede keuze:

  • Vertel uw arts of u onlangs een onderzoek met medische beeldvorming hebt ondergaan. Soms is een nieuw onderzoek dan niet meer nodig.
  • Dring niet aan op een onderzoek als uw arts dat niet nodig vindt.
  • Zeg het aan uw arts als u (misschien) zwanger bent. Dit is belangrijk om uw ongeboren kind te beschermen.

Radon

Radon is een radioactief gas dat van nature vrijkomt uit de bodem en uit bepaalde bouwmaterialen. Bij onvoldoende ventilatie in huizen en langdurige blootstelling kan het longkanker veroorzaken. Vooral in passiefhuizen of lage-energiewoningen kan radon een probleem vormen.

In België zijn naar schatting elk jaar ongeveer 470 gevallen van longkanker te wijten aan blootstelling aan radon in woningen. Dat is ongeveer 7% van het totale jaarlijkse aantal longkankerslachtoffers in België. Radon is de op een na belangrijkste oorzaak van longkanker, na tabak. In Vlaanderen zijn er jaarlijks circa 220 slachtoffers. De meeste longkankers als gevolg van radon worden waargenomen bij rokers. 

Geologische factoren

Hoewel natuurlijk uranium – de bron van radon – in alle gesteenten aanwezig is, verschilt de concentratie naargelang het soort gesteente. En zelfs bij eenzelfde soort gesteente kan de verspreiding verschillen. Radon komt naar de oppervlakte via openingen en barsten in gesteenten.
Dicht bij het aardoppervlak kan de radonconcentratie in de bodem sterk verschillen van de ene streek tot de andere omdat de samenstelling van de ondergrond anders is of omdat de structuur anders is.

In België is er afhankelijk van de streek een groot verschil in het soort ondergrond. Vooral in de Ardennen bevatten gesteenten doorgaans meer uranium. Bovendien zijn de gesteenten hier sterk geplooid en gebroken, waardoor het radon makkelijker naar de atmosfeer kan ontsnappen.

Aangezien radon er makkelijk aan de oppervlakte komt, zal het in deze streken makkelijker gebouwen kunnen binnendringen en er zich ophopen. Behalve het soort gesteente bepaalt ook de bodem of radon al dan niet een gebouw kan binnendringen. Een kleiachtige bodemlaag kan een barrière vormen en het radon in de bodem houden. Aangezien deze kenmerken ruimtelijk zeer sterk kunnen verschillen, lopen ook de radonconcentraties in gebouwen zeer sterk uiteen, zelfs in de risicozones.

Wilt u meer weten over de radonconcentratie in uw gemeente, raadpleeg dan de interactieve kaart van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC).

Bouwmaterialen

Radon kan ook in tal van bouwmaterialen aanwezig zijn: bakstenen, cement, natuursteen, gipsplaten die fosfor bevatten. Het radon in die materialen komt langzaam vrij. Wanneer een woning onvoldoende wordt geventileerd, kan dat leiden tot hoge radonconcentraties.

Meten is weten

U kunt steeds nagaan of de radonconcentratie in uw woning hoog is. Wanneer u in een risicozone woont, is de kans daartoe aanzienlijk groter. De enige manier om de radonconcentratie in uw woning te achterhalen, is een meting laten uitvoeren. Er bestaan relatief eenvoudige en goedkope methodes om radon in een gebouw te meten. Wie de radonconcentratie in zijn woning te weten wil komen, kan dat doen met behulp van een radondectector. In de gemeenten die in risicozones liggen, organiseren de overheden campagnes waarbij alle inwoners worden geïnformeerd via het gemeenteblad.

Wat kunt u zelf doen?

  • Zorg ervoor dat uw huis voldoende geventileerd is. Verlucht uw woning geregeld door de vensters gedurende een kwartier open te laten staan.
  • Bij nieuwbouw: voorzie een luchtdichte vloerplaat.

Meer gedetailleerde tips vindt u op de website van het FANC