Radio- en televisiepresentator Thomas Vanderveken verloor zijn vader aan longvlieskanker

Hij is bij me, nu en straks
Thomas Vanderveken
Uit Leven, editie 71, juli 2016

Hij is kind aan ieders huis als aimabel presentator en empathisch interviewer op Eén, Canvas en Klara. Maar Thomas Vanderveken (35) is ook een zoon die zijn vader, acteur Ugo Prinsen, ‘op een verschrikkelijke manier’ aan longvlieskanker zag sterven. ‘Maar wanneer mijn broer, moeder en ik samen zijn, is vader er altijd bij.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 71, juli 2016

‘Ik heb een onbezorgde jeugd genoten in een artistiek, vrij en warm nest. Maar op mijn twintigste is de onschuld in mij gestorven. De ziekte van mijn vader was een blikseminslag. Niets was nog ooit hetzelfde als voordien.’

‘Tijdens een bezoek aan het Louvre was vader gevallen. Niemand sloeg er  acht op. Tijdens een drukke wandeldag in een drukke stad is een appelflauwte wel eens mogelijk. Maar dat vallen bleef zich herhalen. Toen mijn ouders naar het ziekenhuis gingen, bleek dat vader water op zijn longen had.’

‘Die uren van opname tot aan de diagnose kan ik twaalf jaar later nog altijd van uur tot uur navertellen. Je zweefvliegt tussen “Dit kan heel erg worden” en “Het zal wel meevallen”. Bij het slapengaan namen we ons voor om ons geen zorgen te maken. Maar daags nadien kwam de diagnose in de gedaante van een woord dat ik voorheen nog nooit had gehoord: mesothelioom, longvlieskanker, veroorzaakt door asbest. Prognose: nog anderhalf jaar. Behandeling: enkel pijnbehandeling. Klaar.’

‘Mijn broer en ik zaten op kot. We besloten om terug naar huis te keren en samen met moeder vader te verzorgen. Ik vind dat de meest menselijke, waardige en sympathieke manier van verzorging, maar je moet het wel aankunnen. We hadden hulp van een verpleegkundige die twee keer daags de medische verzorging op zich nam. Doorligwonden behandelen bijvoorbeeld, dat kan je als mantelzorger niet zomaar.’

Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 71, juli 2016

‘Ik denk dat we vader dankzij die manier van verzorging comfort hebben geboden. Hij is gestorven op 11 februari 2004, en hij is tot op het eind thuis kunnen blijven. Ook wij hebben veel uit die tijd samen gehaald. We hebben zo lang, twee jaar, dicht bij hem gestaan, we hebben ons best voor hem gedaan en we hebben afscheid kunnen nemen. Maar ik wind er geen doekjes om: zijn ziekte was verschrikkelijk. Verschrikkelijk.’

‘Je vader zien aftakelen, het verdriet van je moeder zien en zelf de mentale last moeten dragen. Het hakt erin. De sleutelmomenten zitten diep in mijn geheugen gegrift. Ik herinner me een dag waarop vader ons drieën aan zijn bed riep. De gordijnen moesten dicht, vond hij. Ondanks enorme pijn, want de kanker was toen al in zijn borstkas en borstbeen doorgedrongen, richtte vader zich op. Samenzweerderig vroeg hij of we hem alsjeblief konden doden. Door de hoge doses morfine was hij niet toerekeningsvatbaar en konden we op geen enkele manier euthanasie aanvragen. We praatten met hem, hij werd weer rustig, viel in een halfslaap. Ietsje later schrok hij wakker. Huilend smeekte hij ons dan om hem vooral niét te doen sterven. Dat wankelen tussen leven en dood, die emotionele roetsjbaan? Dat is tragisch.’

Je vader zien aftakelen, het verdriet van je moeder zien en zelf de mentale last moeten dragen. Het hakt erin.

‘Vader was helemaal niet klaar met het leven, niet klaar om te sterven. Integendeel. Hij kon niet geloven dat zijn einde eraan kwam. Hij zocht naar alternatieve therapieën die uiteraard niks konden betekenen, maar hij bleef hopen en geloven dat hij de uitzondering zou zijn die deze kanker overleeft.’

‘Naar het einde toe had hij een pacemaker gekregen. Er zat zoveel water op zijn longen dat het op zijn hart drukte. De pacemaker moest dat hart gaande houden. Zo ging hij dood: hij stopte met ademen, de pacemaker liet zijn hart werken, happend naar adem werd vader terug levend. Vijf keer! Vijf keer ging het zo. Je ziet je vader met bebloede mond, bebloede tanden, hij kàn niet meer, maar door de pacemaker wordt hij vijf keer terug tot leven gewekt. Afgrijselijk. Zijn overlijden is het prototype van een slecht overlijden. De medische wereld heeft ons tientallen jaren lang medicijnen en behandelingen geschonken om het leven te verlengen. Nu is het tijd om te leren hoe we op tijd kunnen en mogen sterven (zie ook ‘Stervensbegeleiding’, hieronder red.)’.

Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 71, juli 2016

‘Vaders dood was zo onrechtvaardig, zo blind, zo willekeurig. Hij rookte niet. Dronk niet te veel. At supergezond. En dan was er een dwaze vezel die hem sloopte. Vermoedelijk heeft vader de vezel destijds in het Flagey-gebouw ingeademd. Dat zat tjokvol asbest. Maar het kan ook elders geweest zijn, asbest is overal. De incubatietijd kan tot veertig jaar bedragen. Al die tijd zit de asbestvezel op die plaats te trillen tot er een trigger is die de kankercellen laat ontwikkelen.’

‘Het is ronduit misdadig dat een familie in Vlaanderen (de familie achter Eternit en Etex, red.) schatrijk is geworden dankzij een product dat tot op vandaag en nog lang in de toekomst mensenlevens zal eisen. Al van in de jaren 1950-1960 waren de levensbedreigende risico’s gekend. Maar tot vandaag exporteren landen als Rusland of Brazilië asbest. Het is schandelijk dat daar geen wereldwijd verbod op rust. Mesothelioom is nog steeds in opmars. Er gaan nog decennia lang mensen aan sterven.’

‘Tijdens de ziekte van vader zijn mijn broer en ik ontzettend naar elkaar toegegroeid. Dan voel je wat bloedverwantschap kan inhouden en hoe sterk een familieband kan zijn. Het lijkt wel een extra navelstreng. Niemand heeft doorgemaakt wat mijn moeder, mijn broer en ikzelf hebben doorgemaakt aan vaders ziekbed. Dat gezamenlijke verhaal leeft door. Wanneer we met zijn drieën samenzijn, is vader op een of andere manier altijd aanwezig. Iemand citeert uit een rol die hij speelde, iemand haalt een herinnering op. Hij leeft daarin verder.’

Wanneer we met zijn drieën samenzijn, mijn moeder, mijn broer en ik, is vader op een of andere manier altijd aanwezig.

‘In de periode na zijn dood heb ik heel bewust gekozen voor momenten en plaatsen om te rouwen. Gekozen om alleen te zijn. Dan maakte ik een boswandeling, goed wetende dat ik aan het eind van de tocht stevig zou huilen. Dat lijkt in scène gezet. Maar ik had die kanalisering van gevoelens nodig.’

‘Tussen mijn 18 en 20 heb ik onbezorgde jaren gekend. Feesten met de ploeg van JIM. Maar zodra mijn vader ziek werd, is die onschuld gestorven. Ik ben in één klap volwassen geworden. Op het moment dat je vader sterft, ben je willens nillens zelf de man. Dat besef is te vroeg gekomen. Ik was nog maar een groot kind.’

‘Ik weet dat het leven morgen voorbij kan zijn. Dat besef is heel diep ingesijpeld. De goeie vertaling van dat besef is dat ik probeer te genieten van het nu. Vader stelde veel van zijn dromen uit. De mooie, grote reis? Na het pensioen. Hij heeft zijn dromen niet waar kunnen maken. Het leven is investeren: zorgen dat je later niet zonder kleren midden op de markt staat. Maar het leven is ook: genieten van het moment. Ik probeer om die twee te combineren.’

Het leven is investeren: zorgen dat je later niet zonder kleren midden op de markt staat. Maar het leven is ook: genieten van het moment. Ik probeer om die twee te combineren.

‘Toch wandelt er voortdurend een groot besef van eindigheid met me mee. Soms moet ik dat overwinnen, om de dingen niet te veel te relativeren en minstens te doen alsof ik onsterfelijk ben (glimlacht). Als ik te concreet aan mijn sterfelijkheid denk, schiet de wereld onder mijn voeten uit. Ik moet dat eindigheidsbesef temmen.’

‘Wat ik in alle scherpte heb geleerd, is aanwezig te zijn voor mensen die verdriet hebben. Jij moet er zijn. Voor hen. Veel mensen denken: ik zal ze maar met rust laten, ik zal geen vragen stellen, misschien kom ik ongelegen. Nee. Jij moet het initiatief nemen. Wél die vragen stellen. Bewust aanwezig zijn. Troosten. Ik probeer dat te doen.’

‘Vader en ik hebben tijd gehad om afscheid te nemen. Dankzij die gesprekken weet ik wie hij was en weet hij wie ik ben. Welk programma ik maak, voor welke zender ik werk, dat is anekdotiek. Fundamenteel is dit: vader heeft vertrouwen in me. Hij is trots op me, omdat hij weet hoe ik in elkaar zit. Vader is bij me. Nu en straks. Die liefde en dat vertrouwen gaan voorbij de dood.’

Medisch

Longvlieskanker is een zeldzame kanker (hij maakt ongeveer 0,4% uit van alle kankers). De Stichting Kankerregister registreerde in 2016 in België 271 nieuwe gevallen van mesothelioom in België. Mesothelioompatiënten en hun nabestaanden kunnen recht hebben op een vergoeding van Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s, en van het Asbestfonds

Stervensbegeleiding

We vroegen Gert Huysmans, huisarts en voorzitter Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen, om een korte reactie: ‘Het verhaal van het overlijden van de vader van Thomas Vanderveken grijpt echt naar de keel. En dan vooral door de impact die het moeilijke sterven van zijn vader bij hem heeft nagelaten. Zijn vader stierf in 2004, en er is sindsdien in de palliatieve zorg en de stervensbegeleiding toch een hele weg afgelegd. Vroegtijdige zorgplanning, het samen met de zieke en zijn familie zorgvuldig voorbereiden van het levenseinde, inclusief levenseindebeslissingen, de toegankelijkheid van kwaliteitsvolle palliatieve zorg en het brede besef, ook bij professionelen, dat in de laatste fase van het leven zorg voor levenskwaliteit voorop moet staan, maakt hopelijk een dergelijke stervensfase meer en meer uitzonderlijk.’

Lees meer over

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.