Prof. Haustermans en prof. Joniau over de behandeling van prostaatkanker

Gesprekken en informatie helpen om beslissing te nemen
Prof. Joniau en Prof. Haustermans
Uit Leven, editie 82, april 2019

Wat is voor u de beste behandeling wanneer bij u de diagnose prostaatkanker valt? Met welke bijwerkingen kunt u leven? Een moeilijke afweging voor mannen.

Auteur: Els Put - Fotograaf: Filip Claessens

Het aantal nieuwe diagnoses van prostaatkanker daalt lichtjes de laatste jaren. Dat is een eerste hoopvolle boodschap die we te horen krijgen van prof. Steven Joniau, uroloog in UZ Leuven, en prof. Karin Haustermans, radiotherapeut-oncoloog in hetzelfde ziekenhuis. Als de tumor vroegtijdig ontdekt is, zijn er drie behandelopties: een actieve opvolging, een operatie of bestraling. ‘Dat geldt voor 30 procent van de nieuwe diagnoses’, geeft prof. Joniau aan. ‘Een grote groep mannen heeft dus de mogelijkheid om een operatie of bestraling te vermijden.’

Drie op de tien prostaatkankerpatiënten hebben de mogelijkheid om een operatie of bestraling te vermijden

Verschillende opties

‘Actieve opvolging, operatie en bestraling hebben bij een vroegtijdig ontdekte prostaatkanker een gelijkwaardige uitkomst maar veroorzaken een verschillend patroon van neveneffecten’, vult prof. Haustermans aan. ‘Als de kanker is uitgezaaid, kan de patiënt ook kiezen welke behandeling hij wel of niet wil, maar dan is het niet zo dat de verschillende opties hetzelfde resultaat hebben. Hormonale therapie (ook hormoontherapie genoemd, red.) bijvoorbeeld kan een langere overleving geven maar leidt ook tot erg vervelende nevenwerkingen.’

De patiënten die gediagnosticeerd worden met een uitgezaaide prostaatkanker maken ongeveer 12 procent van het totale aantal nieuwe diagnoses op jaarbasis uit. De patiënten bij wie het kankerproces al iets te ver gevorderd is voor een actieve opvolging, vormen de middengroep. Voor hen blijven er meestal twee behandelopties over: een operatie of radiotherapie. 

Hormoontherapie heeft een grote impact op het seksueel leven en de relatie

Recht op informatie

Hoe neem je als patiënt die beslissing? Prof. Haustermans: ‘Het beste is dat de patiënt zowel van een uroloog als van een radiotherapeut-oncoloog informatie krijgt, zodat hij met hen de behandelopties en de nevenwerkingen kan bespreken. Patiënten hebben daar echt recht op. Gesprekken met de prostaatverpleegkundige, de oncopsycholoog, de huisarts, partner en familie kunnen hem verder helpen een beslissing te nemen.’

Een kankerdiagnose is een echte slag. De eerste reactie van een patiënt is vaak ‘dit moet eruit’. Prof. Joniau reageert: ‘Maar soms zie je dat erectiestoornissen toch zwaar gaan wegen ook al heeft een patiënt zich goed geïnformeerd en bewust gekozen voor een operatie. Pas tijdens het herstel realiseren patiënten zich ten volle welke neveneffecten de behandeling gehad heeft. Wanneer patiënten hun kansen op seksualiteit zo groot mogelijk willen houden, kunnen ze overwegen om geen chirurgie te ondergaan maar te kiezen voor radiotherapie. Naar overlevingskansen zijn beide behandelingen even efficiënt.’

Foto Kom op tegen Kanker/Filip Claessens

Online beslishulp

Om een beslissing te kunnen nemen, heb je als patiënt informatie nodig. Prof. Joniau en prof. Haustermans werkten enkele jaren geleden een online beslishulp uit voor vroegtijdig ontdekte prostaatkanker. Op de website van KU Leuven krijgt u stap voor stap uitleg over prostaatkanker, de verschillende behandelopties en de bijwerkingen van de behandelingen. Getuigenissen van lotgenoten en wetenschappelijke literatuur vullen de basisinformatie aan. Die informatie kan de patiënt weer afchecken bij de arts en bij de prostaatverpleegkundige tot hij duidelijk weet: dit is mijn beslissing, dat is voor mij belangrijk, deze nevenwerking neem ik er wel bij, die wil ik liever niet.

‘We laten een patiënt bij een eerste consultatie geen beslissing nemen maar maken een nieuwe afspraak zodat hij de tijd kan nemen om de informatie te verwerken’, legt Prof. Joniau uit. ‘Een prostaatoperatie is immers erg ingrijpend in het leven van een man.’ Prof. Haustermans: ‘Wanneer de patiënt betrokken is bij de beslissing, kan hij nadien ook beter om met de gevolgen ervan.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer

Behandelopties en nevenwerkingen

Actieve opvolging

Deze aanpak houdt geregelde controles bij de uroloog in, die onder meer met bloedonderzoeken en scans zorgvuldig opvolgt hoe de kanker evolueert. Het voordeel van deze optie is dat een operatie of bestraling vaak kan vermelden worden en dus ook geen nevenwerkingen kan veroorzaken. Prof. Joniau: ‘Een patiënt moet dan kunnen leven met een zekere angst en onzekerheid en dat is niet voor iedereen weggelegd. We moeten deze patiënten het vertrouwen geven dat we het tijdig zullen ontdekken wanneer een tumor agressiever wordt en toch een behandeling zou vragen.’

Operatie

Een operatie waarbij de prostaat volledig verwijderd wordt, heeft als nadeel dat een ziekenhuisopname met een narcose nodig is en er nadien kans bestaat op erectiestoornissen en ongewild urineverlies (incontinentie). Prof. Joniau: ‘Door betere beeldvorming kunnen we vandaag bij de grote meerderheid van de patiënten zenuwsparend opereren. Ook robotchirurgie geeft een sneller herstel en een kortere ziekenhuisopname dan de klassieke open chirurgie. Het herstel van erectie- en potentiestoornissen na de operatie is afhankelijk van de leeftijd. Gemiddeld zal de helft van de mannen die we zenuwsparend opereren opnieuw een erectie kunnen krijgen, soms met hulp van medicatie. Een storende blijvende incontinentie komt veel minder vaak voor al zal geen enkele patiënt even continent als vroeger zijn. Een paar druppels ongewild verlies als een man moe is of alcohol drinkt, kan blijven. Het functioneel herstel na de operatie vraagt ongeveer een half jaar tijd. In die periode bieden we bekkenbodemtraining aan. Dat maakt dat de patiënt veel sneller weer continent wordt. Geduld is dus ook een onderdeel in het hersteltraject.’

Radiotherapie

Een volgende mogelijkheid is radiotherapie, een behandeling zonder narcose of ziekenhuisopname maar wel met dagelijkse verplaatsingen naar het ziekenhuis gedurende verschillende weken. Bestraling kan darm- en plasklachten geven. Prof. Haustermans: ‘Hier maken we een onderscheid tussen acute nevenwerkingen die optreden tijdens de bestraling tot drie maanden nadien. De laattijdige bijwerkingen zien we tot jaren na de bestraling. Acute klachten zijn vooral plasklachten die soms heel vervelend kunnen zijn vanaf de vierde week van de bestraling. Vaak moeten plassen, niet kunnen wachten en ’s nachts vaak moeten opstaan, storen dan. Twee maanden na de bestraling zijn die klachten meestal voorbij. Er kan ook wat irritatie van de endeldarm ontstaan wat een frequentere aandrang of valse nood om stoelgang te maken geeft. Dat start de tweede of derde week van de bestraling maar is nadien snel over. Op langere termijn zie je een veranderd stoelgangspatroon met soms wat rectaal bloedverlies. Ook blaasklachten kunnen op termijn optreden, zowel irritatie als wat bloedverlies bij het plassen. Bestraling veroorzaakt normaal geen erectiestoornissen. We zien wel dat in de jaren na de bestraling de erecties wat afnemen, iets meer dan het normale verouderingsproces van de patiënt zou doen verwachten.’

Hormoontherapie

Bij een niet-uitgezaaide prostaatkanker wordt bestraling soms gecombineerd met hormoontherapie. Prof. Haustermans: ‘Hormonale therapie is zeer nuttig samen met radiotherapie, het maakt kwaadaardige cellen stralingsgevoeliger. Nadat de hormonale therapie gestopt is, herstellen de normale functies. Dat is anders in een palliatieve setting. Dan krijgt de patiënt die medicatie vaak continu en zijn de klachten blijvend. Hoe ernstig de nevenwerkingen zijn, wisselt per patiënt, behalve het seksueel leven, dat valt altijd weg.’ Prof. Joniau bevestigt: ‘Hormoontherapie heeft ernstige bijwerkingen en een grote impact op de relatie.’

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.