Polyposis en erfelijkheid

Polyposis betekent dat er honderden tot duizenden goedaardige poliepen in de darm ontstaan. Deze darmpoliepen zijn niet kwaadaardig, maar uit de poliepen kan na verloop van tijd darmkanker ontstaan. Soms komen de poliepen ook in de maag of twaalfvingerige darm voor. Hieruit ontstaat minder vaak kanker. Wanneer en bij wie is genetisch testen aangewezen?

FAP en MAP

Darmpoliep Darmpoliep

Er zijn twee soorten polyposis. Bij familiale adenomateuze polyposis (FAP) zit er een dominant erfelijke afwijking op het APC-gen. Bij MUTYH geassocieerde polyposis (MAP) zit er een recessief erfelijke fout in het MUTYH-gen.

Bij een dominante overerving erft de aandoening over van de ene generatie op de andere met telkens 50% kans dat de mutatie van één van de twee ouders naar het kind doorgegeven wordt. Elk kind, jongen of meisje, van een ouder met FAP heeft dus 50% kans (of één kans op twee) om de mutatie die de aandoening veroorzaakt over te erven en dus de aandoening te krijgen. Kinderen die de mutatie geërfd hebben, kunnen deze op hun beurt ook weer doorgeven aan hun toekomstige kinderen. Wanneer men de aandoening niet heeft overgeërfd, kan men deze dus ook niet doorgeven aan de kinderen.

Bij een recessieve overerving zijn beide ouders drager van een genetisch defect zonder dat ze hiervan symptomen hebben. Elk kind van dergelijke ouders heeft 25% kans om het genetisch defect zowel van vader als van moeder te erven. Enkel als een kind het genetisch defect erft van zowel vader als moeder gaat het kind de aandoening vertonen. In een dergelijk gezin zijn de ouders gezond maar kunnen er meerdere kinderen (broers-zussen) de aandoening vertonen. Als één van de twee ouders geen afwijkend MUTYH-gen heeft, kunnen de kinderen van dit ouderpaar dus geen MUTYH geassocieerde polyposis (MAP) krijgen.

Genetisch onderzoek en opvolging

Op dit moment gelden in België o.a. de volgende adviezen voor genetisch testen op FAP en MAP: 

  • Patiënten jonger dan 60 jaar met meer dan 10 poliepen worden het best doorverwezen worden naar een centrum voor menselijke erfelijkheid.
  • Uitzonderlijk moet doorverwijzing naar een centrum voor menselijke erfelijkheid overwogen worden voor jongere personen met minder dan 10 poliepen.
  • Als bij iemand FAP is vastgesteld, moet aan alle eerstegraadsverwanten vanaf 10-12 jaar een voorspellende genetische test aangeboden worden.
  • Als bij iemand MAP is vastgesteld, dienen alle broers en zussen van deze persoon voor genetisch advies doorverwezen te worden naar een centrum voor menselijke erfelijkheid.
  • Om het risico voor eventuele kinderen van een patiënt met MAP te bepalen, wordt aangeraden om een MUTYH-mutatie-analyse uit te voeren op de partner (andere ouder).
  • Voor mensen met FAP is een jaarlijkse coloscopie aanbevolen vanaf de leeftijd van 10 à 12 jaar.
  • Voor mensen met MAP is een coloscopie aanbevolen om het jaar of om de twee jaar, vanaf de leeftijd van 18 jaar.
  • Deelname aan het FAPA-register, een nationale databank van families met FAP en syndroom van Lynch, wordt aanbevolen.

Meer info en lotgenotencontact