Oud-sportjournalist Mark Vanlombeek over dunnedarmkanker

Ik wou precies weten wat er aan de hand is
Mark Vanlombeek
Uit Leven, editie 78, april 2018

Wat eerst een maagzweer leek te zijn, bleek uiteindelijk een ongeneeslijke tumor van de dunne darm. Ex-sportjournalist en VTM-woordvoerder Mark Vanlombeek (67) vertelt hoe hij omging met het nieuws, en wat hem kracht geeft om door te gaan. 
Mark Vanlombeek overleed op 5 maart 2018. Hij gaf dit interview nog eind december 2017 voor Leven, magazine voor mensen met kanker van Kom op tegen Kanker.

Auteur: Anne Adé - Fotograaf: Filip Claessens
Foto Kom op tegen Kanker/Filip Claessens

‘Het was een vreemde ervaring’, zegt Mark Vanlombeek. ‘Toen de oncoloog me vertelde dat ze een tumor hadden gevonden in mijn dunne darm dichtbij mijn maag, had ik eerst het gevoel dat het niet over mij ging. Het leek alsof ik getuige was van een gesprek met een andere patiënt. Ik weet nog dat ik dacht “Dat moet wel hard aankomen, als je zoiets moet horen”. Misschien voelde ik op dat moment dat ik er nog niet klaar voor was, dat ik het nog even voor me uit moest schuiven. Maar de oncoloog bleef rustig doorpraten en informatie geven, en op een zachte manier drong de boodschap dan toch tot me door. Duizenden vragen schoten door mijn hoofd, maar uiteindelijk bleef er één vraag over: hoe lang heb ik nog? Dat kon en wilde de oncoloog me niet zeggen. Vroeger werkten ze met gemiddelden, zei hij. “Maar daar schiet je niets mee op, want voor elke mens is het ziekteproces anders. We gaan samen met jou telkens drie maanden vooruitkijken, tot de volgende grote controle.”’ Een harde boodschap? ‘Nee, voor mij was het beter om precies te weten wat er aan de hand is. Zo kan ik er beter tegen vechten.’

Eerlijke informatie

Foto Kom op tegen Kanker/Filip Claessens

We zijn nu een veelvoud van drie maanden verder, en Mark Vanlombeek is zijn levenslust nog lang niet verloren. De voormalige sportjournalist ontvangt me in zijn woning in het rustige Sterrebeek, waar zijn vrouw alles in gereedheid brengt voor een familiefeest annex logeerpartij. Zijn kinderen en kleinkinderen blijven een nachtje logeren, en daar kijkt hij erg naar uit. De band met zijn familie is er alleen maar sterker op geworden sinds die dag in april vorig jaar, toen hij zijn diagnose kreeg. Dat het niet mogelijk was om de tumor via een operatie weg te nemen, was meteen duidelijk. Het gezwel lag te dicht bij organen zoals de pancreas. Opereren was te risicovol en bood in zijn geval geen garantie op compleet succes omdat er ook uitzaaiingen waren. Chemotherapie was de aangewezen behandeling, al maakte de oncoloog meteen ook duidelijk dat de tumor alleen onder controle gehouden kon worden, en nooit weg zou gaan. 
Na twee kuren die niet aansloegen, is Mark Vanlombeek nu aan zijn derde chemokuur bezig, met een nieuw product. ‘Het blijft ook voor de artsen trial and error. Dunnedarmkanker is erg zeldzaam, met alle gevolgen van dien: artsen hebben er minder ervaring mee, en de farmaceutische industrie investeert ook minder in onderzoek naar zeldzame kankers omdat het minder opbrengt. Daar kun je serieuze ethische discussies over voeren, maar het is nu eenmaal een economische realiteit.’ De openheid van zijn oncoloog apprecieert hij enorm. ‘Je kunt niet beter terecht - zeker als het goed klikt - dan bij de mensen die je behandelen. Ik voel dat ik van hen eerlijke, juiste informatie krijg. Ze verbloemen de ziekte niet, maar overdrijven ook niet. “Wij blijven ervoor vechten, jij toch ook?”, zei mijn oncoloog nog bij de vorige check-up.’

Fijngevoelige reacties

Veel last van de chemo had Mark Vanlombeek tot nu toe niet. ‘Op dat vlak ben ik echt een geluksvogel. Misselijk ben ik niet, maar ik heb wel minder eetlust, en ik ben sneller moe. Ik probeer niets te forceren. Sporten lukt niet meer, maar wandelen nog wel. Ben ik moe, dan slaap ik, zo simpel is dat. En als ik geen honger heb, eet ik alleen wat fruit, plattekaas, of soms zelfs een ijsje.'

Het feestelijke gevoel dat rond een restaurantbezoek hangt, glaasje wijn erbij, helpt me om mijn zinnen te verzetten.

'Mijn vrouw en ik proberen ook geregeld uit eten te gaan. Geen sterrenrestaurant, maar een gezellige brasserie of een Italiaan. Het hoeft geen vijfgangenmenu te zijn. Het feestelijke gevoel dat rond zo’n restaurantbezoek hangt, glaasje wijn erbij, helpt me om mijn zinnen te verzetten.’

Het nieuwe chemomiddel dat Mark Vanlombeek nu toegediend krijgt, zal zwaardere bijwerkingen hebben. Daar hebben de artsen hem al voor gewaarschuwd. ‘Door de cortisone die ik slik, gaat mijn gezicht opzwellen. En waarschijnlijk gaat al mijn haar uitvallen. Dat is wel even schrikken natuurlijk. Maar langs de andere kant: als dat het ergste is, dan valt dat nog heel goed mee. Sympathie van de buitenwereld helpt om te relativeren’, zegt Mark stellig. ‘Een kennis vroeg me onlangs of ik nog nieuws had. Ik mailde terug dat ik door die nieuwe chemo mijn haar zou verliezen, en hij antwoordde: “Dat haar is niet belangrijk, het is wat eronder zit dat telt.” Kijk, zo’n fijngevoelige reactie van iemand van wie je dat niet noodzakelijk verwachtte, tovert even een glimlach op mijn gezicht. 

'Tja,' zei er iemand, 'je ziet er niet echt schoon uit, maar de schoonste ben je eigenlijk nooit geweest, hé'. Dat geplaag haalt het dramagehalte naar beneden. Ik kan dat echt waarderen.

Humor is zo belangrijk. Ik vind het zo fijn als mensen gewoon blijven doen tegen me. Als geboren en getogen Sterrebekenaar ben ik hier een bekend gezicht. Bij de bakker en de slager wordt geregeld naar mijn gezondheid geïnformeerd. “Tja,” zei er onlangs iemand langs zijn neus weg, “je ziet er niet echt schoon uit, maar de schoonste ben je eigenlijk nooit geweest, he”. Dat geplaag, dat haalt het dramagehalte naar beneden. Ik kan dat echt waarderen.’

Dubbel verlies

Mark Vanlombeek vindt contact met lotgenoten heel belangrijk. ‘Je spreekt dezelfde taal, je begrijpt elkaar met een woord.’ Met zijn goede vriend Eric, die een krantenwinkel uitbaatte in zijn dorp, had hij zo’n verstandhouding. ‘Eric had al jaren kanker en praatte daar heel open over.'

Foto Kom op tegen Kanker/Filip Claessens

'Toen ik voor mijn eerste scan naar het ziekenhuis moest – ik wist toen nog niet dat ik kanker had – liep ik hem daar toevallig tegen het lijf. Hij keek natuurlijk op toen hij me zag. Om meteen daarop de leiding te nemen en uitleg te geven over de contrastvloeistof die ik zou moeten drinken en wat er nog allemaal zou volgen. Hij is me de hele tijd blijven steunen en raad geven, tot hij enkele maanden geleden gestorven is. Rond diezelfde tijd ben ik ook mijn schoonbroer verloren aan kanker, ook met hem had ik een warme verbondenheid. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er nog altijd niet over ben, over dat dubbele verlies.’ 

De toekomst

Hoe kijkt Mark Vanlombeek naar de toekomst? ‘Van bij de diagnose heb ik mezelf voorgenomen mijn leven zelf verder te plannen. Ik wil niet dat de kanker mijn leven overneemt. Een aantal praktische dingen zoals bankzaken zijn we nu versneld aan het regelen. Mijn kinderen helpen daarbij, zodat mijn vrouw het niet allemaal alleen moet uitzoeken als mij iets overkomt. Ook ons huis wordt stilaan te groot. Voor de tuin zorgen lukt me niet meer, ik heb gewoon de kracht niet om erin te werken. We zijn dus aan het uitkijken naar een appartement, of misschien een zorgflat. Iets sneller dan we vroeger gepland hadden, want ik wil er zelf nog zo lang mogelijk mee van genieten.’

Onzekerheid

Ondanks zijn levenslustige houding schiet de onzekerheid over zijn lot toch geregeld door zijn hoofd. ‘Toen ik voorbije Kerst de kerstverlichting buiten aanstak, dacht ik onwillekeurig “Goh, het zou wel eens de laatste keer kunnen zijn dat ik dit zie”. Maar dan roep ik mezelf meteen tot de orde, “Allez jong, zo gaan we niet beginnen”.

Ik verdenk mijn dochter ervan dat ze haar tweejarige met opzet wat vaker brengt dan nodig omdat ze denkt dat ik er erg van geniet. En ze heeft gelijk.

'Ik word wel meer en meer overvallen door nostalgie. Op Facebook zit ik in een groep ‘Je bent van Sterrebeek als …’. Onlangs had daar iemand een foto van een Leuvense stoof gepost, en dat voerde me meteen terug naar mijn jeugd. Mijn grootmoeder had zo’n stoof, en in de winter zaten we daar vaak met z’n allen rond, kastanjes te poffen. Ook van de momenten met mijn familie nu geniet ik intenser dan vroeger.’

Een extra boon heeft hij voor zijn jongste, tweejarige kleinzoon, het eerste kleinkind dat na zijn pensioen is geboren. ‘Ik mag geregeld een dagje op mijn kleinzoon babysitten, en dat is telkens een feest. Ik verdenk mijn dochter ervan dat ze hem met opzet wat vaker brengt dan nodig omdat ze denkt dat ik er erg van geniet. En ze heeft gelijk.’ (glimlacht)

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Dunnedarmkanker

Dunnedarmkanker is een zeldzame kanker: hij maakt minder dan een halve procent uit van alle kankers in België. Voor dunnedarmkanker zijn verschillende behandelingen mogelijk. Meestal wordt gekozen voor een operatie (chirurgie). In sommige gevallen wordt chemotherapie of radiotherapie toegepast als eerste of als aanvullende behandeling. Lees hier meer over dunnedarmkanker.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.