Operatie bij dunnedarmkanker

Bij een operatie voor dunnedarmkanker verwijdert de arts het deel van de dunne darm waarin zich de tumor bevindt.

Bij een operatie voor dunnedarmkanker verwijdert de arts het deel van de dunne darm waarin zich de tumor bevindt. De arts verwijdert de tumor ruim. Dat betekent dat hij ook een aangrenzend deel gezonde darm verwijdert en het aanhangende vetweefsel met daarin de lymfeklieren, lymfevaten en bloedvaten. Zo is de kans klein dat er tumorcellen achterblijven.

Soms groeit de tumor door in omliggende weefsels, zoals de buikwand of de blaas. Indien mogelijk verwijdert de arts dan ook het aangetaste deel van de omgevende weefsels.

Bijwerkingen en risico’s

Bij elke operatie kunnen complicaties ontstaan, zoals een longontsteking of een trombose (bloedpropje). Een specifieke complicatie bij een dunnedarmoperatie is dat de naad waar de twee delen van de darm aan elkaar gehecht zijn, gaat scheuren of lekken.

Na een dunnedarmoperatie is de spijsvertering meestal enige tijd ontregeld, met mogelijk verstopping of diarree, verminderde eetlust en gewichtsverlies tot gevolg. Een gevarieerde, aangepaste voeding helpt u te herstellen. Vraag uw arts of een verpleegkundige om het advies van een diëtist als uw voeding speciale aandacht vereist.