MNM-radiostem Karolien Debecker over klassieke geneeskunde en aanvullende behandelingen

Meer openheid en communicatie nodig
Karolien Debecker, radiostem

‘Ik heb mijn leven te danken aan de klassieke geneeskunde. Zonder operatie was ik er niet meer. Maar ik heb ook heel veel gehad aan aanvullende behandelingen.’ MNM-radiovrouw Karolien Debecker telt af naar de zomer, dan is ze tien jaar kankervrij. En dat nadat ze drie keer herviel van een botkanker.

Auteur: Bart Van Moerkerke - Fotograaf: Ivo Hendrikx
Karolien Debecker, foto Ivo Hendrikx

Als ik na het interview met Karolien Debecker in de wagen stap, zingt Robert Palmer The best of both worlds op de radio. Het zijn woorden die het pas afgelopen gesprek perfect samenvatten. Radiovrouw Karolien Debecker had nu bijna tien jaar geleden een tumor in de schouder. Ze koos ervoor om naast de klassieke behandeling ook aanvullende therapieën te volgen. En die hebben haar goed gedaan. Ze pleit dan ook voor veel meer openheid en communicatie tussen de ‘twee werelden’.

De eerste wereld

De klassieke behandeling van kanker komt op de eerste plaats, daar laat Karolien geen twijfel over bestaan. ‘Als ik geen operatie had ondergaan om die tumor weg te nemen, dan zat ik hier nu niet meer. De klassieke behandeling van kanker moet altijd de basis zijn. Operatie, chemotherapie, radiotherapie, daarvan is bewezen dat ze werken. Ik ben in mijn ontdekkingstocht langs de aanvullende behandelingen mensen tegengekomen die me zegden dat een operatie niet nodig was. Dat heb ik nooit in overweging genomen.’

Karolien kreeg de tumor in haar schouder op haar 24ste. Het was de derde keer dat ze herviel van botkanker. Ze was achttien toen een eerste keer een tumor werd ontdekt, in haar knie. Ze onderging een zware operatie, met voor- en nabehandeling met chemotherapie. Toen Karolien twintig was, had ze een uitzaaiing in de longen. Die werd operatief verwijderd, chemo was niet nodig. Drie jaar later was de tumor terug, in het linkerschouderblad. Ze kreeg chemotherapie, gevolgd door een operatie. Nog geen jaar later: weer kanker, in dezelfde schouder. ‘De tumor was behoorlijk groot en hij zat op een zeer lastige plaats, vlak tegen of op een zenuw. De kans dat ik bij een operatie mijn arm zou verliezen, was zeer reëel.

Je moet er met een dosis gezond verstand instappen, wat niet gemakkelijk is als je in een periode van overweldigende angst zit.

Ik heb toen beslist om geen chemo te volgen. De professor die me behandelde, drong er ook niet echt op aan. Hij zei wel dat een operatie absoluut nodig was, met de kans dat ik een arm kwijt zou zijn wanneer ik wakker werd. Ik voelde me daar absoluut niet klaar voor. Ik had tijd nodig om alles eens op een rijtje te zetten, om mijn lichaam en geest op één lijn te krijgen. Ik heb toen beslist om de operatie twee maanden uit te stellen. De professor begreep me: “Als jij er niet klaar voor bent, dan doen we het niet.” Toen ik na dat gesprek naar buiten stapte, spookten twee woorden door mijn hoofd: en nu?’

De tweede wereld

Karolien Debecker, foto Ivo Hendrikx

Karolien wilde in die twee maanden zoveel mogelijk uitzoeken en uitproberen. Via een collega van haar vader kwam ze terecht bij een vrouw die heel erg bezig was met training van de geest en de invloed van de geest op het lichaam. Ze zocht een homeopaat op, ze ging in psychotherapie, ze las heel veel over voeding, ze nam voedingssupplementen, ze volgde energietherapie. ‘Ik stelde me op dat moment voor alles open. Van sommige zaken, zoals de energietherapie of de homeopathie, weet ik nog altijd niet wat ik ervan moet denken. Ik heb heel veel gehad aan meditatie. Die heeft me geholpen om inzicht te krijgen in mezelf en om mijn lichaam heel goed te leren kennen. Ik voelde heel sterk aan dat ik psychologisch in orde moest zijn om mijn lichaam te helpen genezen. Ik sleepte al jaren veel ballast mee: ik ben maar laat uit de kast gekomen als lesbienne, ik kreeg kanker op mijn 18de. En toch bleef ik door het leven denderen. Als ik die last niet kon afschudden, zou ik ook geen kans maken om definitief te genezen, zo voelde ik het aan. En de aanvullende therapieën hebben me daarbij geholpen, ik heb heel veel geleerd in die twee maanden. Ik hield mijn behandelende arts wel altijd op de hoogte van de aanvullende medicatie en de voedingssupplementen die ik nam.’

Ziekenhuizen zouden patiënten op dit vlak veel meer moeten begeleiden. Het is gewoon een feit dat heel wat mensen met kanker op zoek gaan naar aanvullende behandelingen, dan moet je hen daar ook in bijstaan.

De wereld van de aanvullende therapieën is een kluwen, heeft Karolien vastgesteld. ‘Je loopt erin verloren, er zijn heel veel tegenstrijdige behandelingen. Wie zijn de mensen die ernstig bezig zijn, wie zijn de kwakzalvers, wie zijn de afzetters?

Je moet er met een dosis gezond verstand in stappen, wat niet gemakkelijk is als je in een periode van overweldigende angst zit. Ziekenhuizen zouden patiënten op dit vlak veel meer moeten begeleiden. Het is gewoon een feit dat heel wat mensen met kanker op zoek gaan naar aanvullende behandelingen, dan moet je hen daar ook in bijstaan. Ik vind het bijvoorbeeld absoluut niet kunnen dat veel ziekenhuizen niet eens voedingsadvies geven aan kankerpatiënten. Ook preventie krijgt veel te weinig aandacht. Ik heb mijn leven te danken aan de klassieke geneeskunde maar tegelijkertijd vind ik haar kortzichtig. Ze kijkt alleen maar naar de organen, het vlees, het bloed, te weinig naar het belang van een gezonde geest, te weinig naar de mens als geheel.’

Na twee maanden was Karolien klaar voor de operatie. De tumor bleek gegroeid maar hij lag niet meer zo dicht bij de zenuw als bij de eerste scan. De operatie lukte, haar arm kon gered worden. Deze zomer zal Karolien tien jaar kankervrij zijn.

Meer informatie

Dokter An Vandebroek over aanvullende therapieën

Dokter An vandebroek, foto Filip Claessens

Dokter An Vandebroek, medisch oncologe aan het ZNA Middelheim, erkent als klassiek geschoold arts dat aanvullende behandelingen een waarde kunnen hebben. Ze schuift drie grote principes naar voren.

Het belangrijkste is een open communicatie tussen patiënt en behandelend arts. ‘Veel mensen volgen aanvullende behandelingen zonder er met hun arts over te spreken. Er zijn van de andere kant ook artsen die deze therapieën zonder meer van tafel vegen. Dat is van beide kanten een foute opstelling. Het is zeer belangrijk dat een arts weet welke aanvullende behandelingen de patiënt volgt en wat hij inneemt. Sommige van deze behandelingen kunnen immers inwerken op de klassieke behandeling of voor nevenwerkingen zorgen die de arts dan niet kan interpreteren.’

Het principe ‘Baat het niet, dan schaadt het niet’ gaat niet op voor aanvullende behandelingen van kanker. ‘Voedingssupplementen bijvoorbeeld kunnen de klassieke behandeling beïnvloeden.

Patiënten denken vaak dat er niets fout kan gaan omdat een middel plantaardig is. Dat klopt niet. De klassiekers zijn pompelmoes en sint-janskruid: sint-janskruid zorgt voor een snellere afbraak en een verminderde opname van geneesmiddelen waardoor ze minder effectief maar ook minder toxisch worden. Pompelmoes doet net het tegenovergestelde: het zorgt ervoor dat een geneesmiddel langer in het lichaam blijft, waardoor het efficiënter wordt, maar ook toxischer. Het gebruik van antioxidanten, die mensen vaak slikken als voedingssupplement, kan mogelijk een negatieve invloed hebben op de radiotherapie. Van een antioxidant als selenium bijvoorbeeld is bekend dat het niet onschuldig is als je er te veel van neemt.

Dokter Vandebroek is een voorstander van aanvullende behandelingen die een patiënt helpen om weer een emotioneel evenwicht te vinden. ‘Meditatie, yoga, mindfulness, relaxatietherapie moeten we heel sterk ondersteunen. Ze zorgen ervoor dat de patiënt de last van de diagnose en de behandeling beter kan dragen. Een mens moet blijven functioneren en dat hangt niet enkel af van het lichamelijk in orde zijn. We moeten het ruimer bekijken dan de klassieke geneeskunde. Het is niet het één of het ander. Sommige aanvullende therapieën kunnen de patiënt veel goed doen, maar je kunt niet om de klassieke geneeskunde heen. Het is utopisch te denken dat je een ziekte als kanker onder controle krijgt met alleen maar complementaire behandelingen. Conclusie: volg de klassieke behandeling en vul die aan, in samenspraak met je behandelende arts.’

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.