In de geneeskunde worden ioniserende stralen gebruikt voor het stellen van een diagnose (radiografie, scanner, scintiegrafie ...), voor de sterilisatie van medisch materiaal en voor therapeutische toepassingen (de verschillende soorten radiotherapie). De medische toepassingen zijn verantwoordelijk voor bijna de helft van onze blootstelling aan ioniserende straling. 

CT-scanner CT-scanner. Computertomografie (CT) maakt gebruik van ioniserende straling. De kans op nadelige effecten als gevolg van de stralingsdosis die u als patiënt bij één zo’n onderzoek afzonderlijk krijgt, is klein.

Een belangrijke bron van ioniserende straling is de straling voor medische toepassingen.

Hieronder gaan we verder in op het gebruik van ioniserende straling bij medische beeldvorming.

Ioniserende straling bij medische beeldvorming: soorten onderzoeken

Radiologie

We onderscheiden drie beeldvormingstechnieken die gebruikmaken van ioniserende straling:

  • radiografie, waar met behulp van röntgenstralen een inwendige foto wordt gemaakt (bijv. een mammografie)
  • radioscopie, waar met behulp van röntgenstralen bewegende beelden van het inwendige lichaam worden gemaakt
  • CT-scan (computertomografie), waar met behulp van röntgenstralen heel verschillende foto’s worden gemaakt dwars door het lichaam, zodat een groot volume in beeld wordt gebracht (= gescand wordt). Hier wordt de patiënt aan meer straling blootgesteld dan bij een klassieke radiografie.   

Nucleaire geneeskunde

Hier wordt een radioactief product gebruikt voor het stellen van een diagnose. Het radioactief product wordt opgenomen in een specifiek lichaamsdeel en zendt ioniserende straling uit die buiten het lichaam wordt gedetecteerd en omgevormd tot een beeld. Het radioactief product wordt onder meer via de urine weer uitgescheiden. Afhankelijk van de detectie onderscheidt men:

  • planaire scintigrafie, waarbij de straling wordt gemeten met één of twee stilstaande detectoren en men een tweedimensionaal beeld krijgt van het functioneren van een orgaan of weefsel
  • SPECT-scan (single-photon emission computed tomography), waarbij de ioniserende straling wordt gemeten met detectoren die rond de patiënt draaien, met als resultaat een driedimensionaal beeld
  • PET-scan (positron emission tomography), waarbij het radioactief product twee ioniserende stralen uitzendt en wordt vooral opgenomen in cellen die zeer actief zijn; detectoren meten de signalen langs beide kanten en kunnen zo de oorsprong van het signaal berekenen

Hoewel de kans op nadelige effecten bij deze medische beeldvormingsonderzoeken erg klein is, moeten we er toch voorzichtig mee omgaan.

Nadelen van ioniserende straling bij medische beeldvorming

Blootstelling aan ioniserende straling kan het risico op de ontwikkeling van kanker verhogen. Ioniserende straling kan ook leiden tot directe beschadiging van weefsel, zoals roodheid van de huid na radiotherapie. Hoewel de kans op deze nadelige effecten bij een onderzoek met medische beeldvorming erg klein is, moeten we toch voorzichtig zijn. Hoe groter de ontvangen stralingsdosis, hoe groter het risico op nadelige effecten.

Bovendien is de kans op nadelige effecten als gevolg van ioniserende straling cumulatief. Dat wil zeggen dat het risico op nadelige effecten groter wordt naarmate men meer bestraald wordt. Onnodige herhaling van onderzoeken moet dan ook vermeden worden.

Omdat ioniserende straling de gezondheid kan schaden, is bescherming voor iedereen belangrijk. De gevoeligheid voor ioniserende straling is ook afhankelijk van de leeftijd. Hoe jonger, hoe gevoeliger voor ioniserende straling. Kinderen zijn gevoeliger dan volwassenen en jonge kinderen gevoeliger dan adolescenten. Ook zwangere vrouwen vormen een kwetsbare groep. Bij hen gaat het vooral om de bescherming van het ongeboren kind.  

De kans op nadelige effecten als gevolg van de stralingsdosis die u als patiënt bij een dergelijk onderzoek afzonderlijk krijgt, is klein en is meestal geen reden om een aangewezen onderzoek niet te laten uitvoeren. Toch moeten onderzoeken die niet aangewezen zijn (en dus geen meerwaarde bieden) vermeden worden.

Wat kunt u doen als patiënt?

Deze vragen kunnen u helpen in uw communicatie met uw arts:

  • Waarom heb ik een bepaald onderzoek nodig?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van het onderzoek?
  • Hoe vaak moet ik het onderzoek ondergaan?
  • Zijn er evenwaardige (of betere) technieken zonder ioniserende straling?
  • Kan dit onderzoek plaatsvinden als ik (misschien) zwanger ben?

De volgende informatie kan uw arts helpen bij het maken van een goede keuze:

  • Vertel uw arts of u onlangs een onderzoek met medische beeldvorming hebt ondergaan. Soms is een nieuw onderzoek dan niet meer nodig.
  • Dring niet aan op een onderzoek als uw arts dat niet nodig vindt.
  • Zeg het aan uw arts als u (misschien) zwanger bent. Dit is belangrijk om uw ongeboren kind te beschermen.