Marc Van den Bossche over het rouwproces na de dood van zijn geliefde

Dankzij haar volg ik een weg die ik anders niet zou zijn gegaan
Marc Van den Bossche
Uit Leven, editie 66, april 2015

‘Hilde leeft voort, ook al is ze er lichamelijk niet meer,’ zegt filosoof Marc Van den Bossche. ‘De intense liefde die wij hebben beleefd, heeft mijn leven beïnvloed en blijft dat doen.’ Na de dood van zijn geliefde ging Marc Van den Bossche anderhalf jaar door een periode van rouw. Hij zocht om wat er gebeurd was, een plaats te geven in zijn filosofisch denken en schreef er een zeer persoonlijk filosofisch boek over, Leven na de dood. Dagboek van een rouwproces.

Auteur: Bart Van Moerkerke - Fotograaf: An Nelissen
Foto: Kotk/An Nelissen, Leven 66, april 2015

Marc Van den Bossche (54) ontvangt me in zijn appartement in Dendermonde. Hier zou hij met Hilde gaan samenwonen. ‘We waren al acht jaar bij elkaar toen Hilde ziek werd. We woonden apart, maar wel bij elkaar in de buurt. We hadden allebei een drukke baan, ik deelde het co-ouderschap voor mijn twee kinderen met mijn vroegere partner. Het werk ging vaak voor. Dat is veranderd in het jaar van haar ziekte. Onze relatie is nog intenser geworden, we waren heel veel bij elkaar. En uiteindelijk hebben we besloten om te trouwen en om te gaan samenwonen. We zijn gehuwd op 1 juli 2011, een prachtige dag. Zoals Hilde over de Grote Markt van Dendermonde liep, dat enthousiasme! Op 10 juli was ons huwelijksfeest. De dag nadien is ze ingestort, een week later is ze overleden. De verhuis naar hier op 1 augustus heeft ze niet meer meegemaakt. De keuze van de meubels, de volledige inrichting hebben we wel nog samen gedaan. Ook in die materiële zin leeft Hilde voort. Maar dat is natuurlijk niet in de eerste plaats wat ik bedoelde met de titel van mijn boek.’

Ook als die betekenisvolle ander er niet meer is, blijft wat je hebt meegemaakt je leven beïnvloeden. Iets van Hilde leeft voort in mij. Dankzij haar volg ik een weg die ik anders niet zou zijn gegaan.

‘Ik ben een atheïst. En toch is Leven na de dood enkel op het eerste gezicht een vreemde titel. Naast enorm veel verdriet veroorzaakte het overlijden van Hilde ook een filosofische worsteling. Een van mijn belangrijkste onderzoeksthema’s is al jaren de lichamelijkheid. Filosofie heeft, zeker vroeger, de mens altijd als een rationeel wezen benaderd.'

'Ik ga ervan uit dat we in de eerste plaats lichamelijke en emotionele wezens zijn in dialoog met onze omgeving. Van daaruit geven we betekenis aan de dingen rondom ons. En plots was mijn geliefde herleid tot een laagje as in het gras. Hoe kon ik dat verstaan vanuit mijn filosofie? Hoe kon ik dat een plaats geven in mijn wereldbeeld? Ik ben daarover gaan nadenken en schrijven, eerst in een bijlage bij Knack over spiritualiteit en later in een eigen boek. De lichamelijkheid mag dan wel verdwijnen, toch blijft iemand voortleven na de dood. Als je samen op weg gaat, als je voor elkaar openstaat, als je oor hebt voor de ander, dan beïnvloedt dat je manier van kijken en van het verstaan van de dingen. Twee manieren van de wereld zien, twee horizonten van betekenis komen samen en dat verandert je leven. Ook als die betekenisvolle ander er niet meer is, blijft wat je hebt meegemaakt je leven beïnvloeden. Iets van Hilde leeft voort in mij. Dankzij haar volg ik een weg die ik anders niet zou zijn gegaan. Waarschijnlijk zal dat iets wat voortleeft in de loop van de jaren wat vervagen, misschien zal ik later niet meer kunnen duiden wat het precies is, maar het zal aanwezig blijven.’

Foto: Kotk/An Nelissen, Leven 66, april 2015

‘In juli 2010 waren we samen in Bulgarije, we maakten enkele trektochten in het Rodopegebergte. Dat was fantastisch. Tijd voor vakantie was er de jaren voordien niet vaak geweest, in Bulgarije maakten we meteen plannen voor het jaar nadien. Drie weken later bleek Hilde een zeldzame, agressieve vorm van borstkanker te hebben. Een week nadien zagen we op de foto’s van haar rug dat de kanker op twee na elke wervel had aangetast. Meteen wisten we dat ze nooit meer zou genezen, dat ze nog één, misschien twee jaar te leven had. Vanaf dat moment is het afscheid nemen begonnen. Het was ongelofelijk hoe Hilde na de diagnose bleef doorgaan, hoe ze van elke dag het beste maakte. Ik reageerde in het begin helemaal anders, met woede, met heel veel verdriet ook. Ik herinner me dat ik voor een babyborrel naar Oostende moest. Ik ben er niet geraakt, ik was er niet toe in staat. Ik heb een hele namiddag op mijn appartement zitten wenen. Zoiets deed ik niet in haar bijzijn. Hilde had een hekel aan mensen die weenden of haar beklaagden. Ik denk dat ze het gevoel had dat het haar verzwakte. Er zijn momenten geweest dat zij mij moest oppeppen. Maar haar moed was aanstekelijk, zij heeft mij ertoe gebracht mee te stappen in haar verhaal om samen nog mooie dingen te beleven. Hilde was ook zeer bezorgd over hoe het met mij zou gaan als ze er niet meer was. We hebben daar veel over gepraat. “Wat we samen hebben, is zeer mooi maar na mijn dood moet je verder met je leven, met je kinderen, met je baan, eventueel met een nieuwe relatie,” zo zag zij het.’

Plots zag ik het zoals Hilde wou dat ik het zag: als iets moois dat ik een plaats moest geven in mijn levensverhaal.

‘Ik heb er anderhalf jaar over gedaan om zo ver te komen. Het gebeurde in februari 2013 tijdens een lange zwempartij in Indonesië, waar ik drie maanden verbleef als gastdocent. Ik dacht aan Hilde en ik zag plots hoe mooi dat laatste jaar met haar eigenlijk was geweest. Er was het lijden, er was de pijn, natuurlijk, maar de schoonheid van hoe Hilde ermee omging en onze liefde die zo groot en intens was, maakten dat dit het mooiste jaar van ons samenzijn was.'

'Die ervaring in het zwembad, dat inzicht was een breekpunt. Plots zag ik het zoals Hilde wou dat ik het zag: als iets moois dat ik een plaats moest geven in mijn levensverhaal, waarna ik verder kon gaan. Darian Leader zegt in zijn boek Het nieuwe zwart dat een dode een tweede keer moet overlijden. Als een dierbare sterft, staat het rouwen gedurende een periode centraal, je bent er voortdurend mee bezig. Tot je op een bepaald moment de overledene een plaats kan geven in je leven. Dat is het tweede, symbolische overlijden en dat gebeurde daar, in Indonesië.’

Foto: Kotk/An Nelissen, Leven 66, april 2015

‘Dat het inzicht kwam toen ik al anderhalf uur aan het zwemmen was, was niet toevallig. Duursporten doet iets met je denken, je krijgt ideeën en inzichten. Dat heb ik 25 jaar geleden ontdekt. Ik lag toen een tijd in coma na een zwaar ongeval. Nadien had ik last van depressiviteit, ik liet me ook fysiek gaan. Pas nadat ik een koersfiets kocht en begon te fietsen, klaarde mijn wereld op. Sindsdien wandel, loop en fiets ik heel intensief. Hilde heeft mij wel doen inzien dat het competitieve niet belangrijk is. Mijn laatste sportboek Sport als levenskunst was door haar geïnspireerd.

Haar moed was aanstekelijk, zij heeft mij ertoe gebracht mee te stappen in haar verhaal om samen nog mooie dingen te beleven.

Niet de tijd die je doet over een marathon is belangrijk, maar hoe je ernaar toeleeft: het trainen, het rusten, het eten, het respecteren van je lichaam. Het is levenskunst. Na de dood van Hilde had ik geen zin meer in sporten, maar in Indonesië heb ik beseft dat ik het nodig heb. In 2014 heb ik met een van de VUB-teams aan de 1000 kilometer van Kom op tegen Kanker deelgenomen. Voor Hilde.’

In Leven na de dood schrijft Marc Van den Bossche daarover: ‘Elke pedaalslag was een symbool voor het verdergaan, zoals Hilde dat wou. En natuurlijk – ik geef het toe – was er ook het fiere gevoel dit nog te kunnen, het opnieuw te kunnen.  Jij hebt me hierheen gedragen, Hilde. Ploegmaat. Kopvrouw. Mentor. Coach. Trainer. Dank je.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Over rouwen

Lees ook dit verhaal over rouwen en afscheid nemen:

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.