Marc Devlaminck blijft fervent sporten ondanks ziekte van Kahler

Elke morgen knipoog ik naar mezelf
Marc Devlaminck

‘Ik sta ermee op en ik ga ermee slapen, maar overdag denk ik niet aan mijn ziekte.' Marc Devlaminck heeft de ziekte van Kahler, een kanker van het beenmerg. Die is momenteel onder controle, Marc is de sportman die hij altijd is geweest. Maar hij weet dat de kanker vroeg of laat weer de kop opsteekt. ‘Elke morgen sta ik voor de spiegel, ik knipoog naar mezelf en ik voel me klaar voor nog een goede, plezante dag.'

Auteur: Bart Van Moerkerke - Fotograaf: An Nelissen
Foto An Nelissen

Marc Devlaminck was veertig jaar boekhouder in een Kortrijks textielbedrijf, een zittend beroep. Maar in zijn binnenste is Marc een sportman, altijd geweest. ‘Ik was wellicht de enige die elke dag met de fiets naar het werk kwam, tien kilometer heen en tien terug. Ik voetbalde vijf jaar voor het eerste elftal van SV Waregem in derde en tweede klasse, daarna kwam ik uit voor Stade Kortrijk en Wevelgem. Vanaf mijn 24ste was ik ook veertig jaar lang jeugdtrainer in het voetbal. En in 1974 begon ik in de arbitrage. Ik ben nu zeventig jaar maar ik sta nog elk weekend als scheidsrechter van jeugdwedstrijden op het voetbalveld. En ik fiets iedere dag gemiddeld vijftig kilometer. Ik doe alle boodschappen met de fiets. Krijg ik niet alles in één keer mee, dan rijd ik twee keer. Ik fiets naar vrienden. En voor iets langere tochten haal ik de mountainbike of de racefiets uit de garage. Maar ik rij niet snel, ik doe het altijd rustig aan.'

Hoe kwam u erachter dat u ziek was?

Marc Devlaminck: ‘De eerste aanwijzing kreeg ik in april 2007. Toen ik de leuning van een zetel wilde laten kantelen, kreeg ik een hevige pijnscheut in de borst. De dokter dacht aan een spierscheur. Het aanbrengen van zalf leek ook effectief te helpen. Enkele maanden later, in juni, voelde ik bij het koppen tijdens een voetbaldemonstratie een pijnscheut in de nek. De pijn werd erger, twee weken later kon ik niet meer op mijn rug liggen. Onderzoek bracht aan het licht dat ik een nekwervel had gebroken. Toen bleek ook dat ik in april mijn borstbeen had gebroken. De dokter zei dat ik 's anderdaags moest terugkomen voor een botscan. Terug thuis zie ik aan mijn vrouw Rosa: "Ik heb kanker". De bevestiging kwam een dag later: ik had de ziekte van Kahler. Dat is een kanker in het beenmerg waarvan je onder meer poreuze botten krijgt. Vandaar de breuken.'

Hoe reageerde u op de diagnose?

‘De dokter zei me dat de ziekte van Kahler goed behandelbaar is. "Laat er ons maar meteen aan beginnen", antwoordde ik. Dat ging niet zomaar, er was nog bijkomend onderzoek nodig, onder meer een NMR-scan (beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt met een sterke magneet, ook MRI-scan genoemd, red.). Het toestel in Kortrijk was de eerste veertien dagen niet vrij. Maar ik wilde vooruit en dus ben ik daarvoor naar Ieper gereden.'

Welke behandeling kreeg u?

Ik heb tijdens mijn behandeling heel veel over mijn ziekte gepraat. Ik had dat nodig.

‘Begin augustus kreeg ik twaalf bestralingen van de nek. Het gevolg was dat mijn keel en slokdarm verbrand waren. Dat was het pijnlijkste van de hele behandeling, ik kon nog amper eten. Daarna volgden zes chemokuren. Na de vijfde behandeling hebben ze stamcellen van me afgenomen. Die zijn na de zesde en heel zware chemobehandeling opnieuw toegediend. Daarna verbleef ik achttien dagen in een isolatiekamer (om besmetting te voorkomen, red.). Sindsdien neem ik geen medicatie meer. Ik ga elke zes weken op controle, mijn toestand is stabiel.'

Maar u bent niet genezen?

‘Neen, de ziekte van Kahler is niet te genezen, dat is me meteen bij de diagnose gezegd. Ik weet dat de kanker vroeg of laat weer de kop opsteekt. Maar ik zit er niet op te wachten. Ik sta er 's morgens mee op en val er 's avonds mee in slaap maar overdag denk ik niet aan de ziekte. Ik leef graag, ik geniet van iedere dag. Ik heb me de voorbije vijf jaar elke dag geamuseerd.'

Hoe doet u dat, overdag niet aan uw ziekte denken?

Foto An Nelissen

‘Door bezig te zijn. Mijn dagen zijn perfect gevuld en zo heb ik het graag. Naast mijn dagelijkse fietstochten ben ik met van alles bezig. Ik ben fietsverantwoordelijke bij de seniorenorganisatie Okra. Ik stippel vooraf de fietsroutes uit en begeleid de groep op de dag zelf. Ik zit in het feestbestuur van de wijk. Ik ben vrijwilliger bij vervoer in nood, zodat mensen die zich niet kunnen verplaatsen toch boodschappen kunnen doen of naar het ziekenhuis kunnen. Ik ben ook vrijwilliger in het rusthuis. Ik bezoek lotgenoten. In Deerlijk heeft nog iemand de ziekte van Kahler maar ik ga ook langs bij andere kankerpatiënten. Ik probeer hen moed te geven. En ik laat mensen hun verhaal doen. Ik weet hoe belangrijk dat is. Zelf heb ik in de periode van behandeling heel veel over mijn ziekte gepraat. Waarschijnlijk heb ik veel gezaagd maar ik had dat nodig. Als ik het weer eens had kunnen vertellen, had ik een emmer verse moed getankt. Ik ben altijd zeer positief gebleven, ik ben er altijd zeker van geweest dat ik nog een mooi stuk aan mijn leven zou breien. Die positieve ingesteldheid bepaal je deels zelf maar die hangt ook af van je entourage. Ik heb heel veel steun gehad van mijn vrouw Rosa, zij is er altijd van overtuigd geweest dat we er ons doorheen zouden slaan. Ook mijn twee kinderen en mijn zes kleinkinderen waren en zijn een grote steun. En omdat ik zo actief ben, ken ik natuurlijk heel veel mensen die me hebben geholpen om de moeilijke periode te overbruggen.'

Wat doet ziek zijn met een sportman?

‘Dat is heel vreemd, je verwacht dat niet. Ik heb altijd veel bewogen, gezond gegeten, niet gerookt. Kijk, toen ik op mijn 57ste met brugpensioen ging, liet ik me grondig onderzoeken door een dokter. Bleek dat ik suikerziekte had. Ik viel compleet uit de lucht. Sindsdien neem ik daar dagelijks pillen voor. En ik heb nooit nog zoetigheid gegeten, niet één keer. De dokter zegt dikwijls dat ik wel eens mag zondigen, ik antwoord hem altijd dat het wellicht nog beter is nooit te zondigen. Ik doe er dus alles aan om gezond te blijven, maar dat betekent niet dat ik niet ziek kan worden. Kanker kan iedereen overkomen.'

Bewegen na de behandeling

Lang niet alle kankerpatiënten bouwen opnieuw een conditie op zoals Marc Devlaminck, en dat hoeft ook helemaal niet. Fysieke activiteit kan wel helpen tegen vermoeidheid en om energie op te doen. In heel wat ziekenhuizen lopen initiatieven van oncorevalidatie. Patiënten krijgen er in kleine groepjes informatie en opleiding over verschillende aspecten van het revalideren na een behandeling. Daar hoort ook een fysiek programma bij, met een training op maat die patiënten later thuis voortzetten. Vraag informatie over deze revalidatiemogelijkheden aan uw behandelend arts.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.