Lynn Wesenbeek over de kanker van moeder en zus

Meeleven als troost
Lynn Wesenbeek, tv-persoonlijkheid
Uit Leven, editie 62, april 2014

Moeder stierf aan kanker, zus overwon de ziekte. Als tienerdochter en jongere zus leefde televisiepersoonlijkheid Lynn Wesenbeek twee keer van heel nabij mee: ‘Ik heb geprobeerd om mijn energie in plaats van in boosheid of opstandigheid meer in zorg, in meeleven, in empathie te steken.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Lynn Wesenbeek

‘Veertien was ik, toen bij mama kanker aan het verhemelte werd vastgesteld. Ze werd kort na elkaar twee keer geopereerd. De ingreep leek prima geslaagd en de evolutie was gunstig. Zes jaar lang genoot ze van een vrij hoogstaand kwalitatief leven. Ze nam haar job weer op als dienster in een restaurant aan de rand van het Antwerpse havengebied. De job was voor haar bijzonder belangrijk: bezig zijn, contact hebben met mensen, de solidariteit onder de collega’s.’

‘Maar de kanker sloop weer binnen en zaaide zich uit. Had ze aanvankelijk in een week zes goede dagen en één slechte, dan werd dat in haar laatste levensjaar omgekeerd. Onze band was heel intens: ik woonde toen thuis, alleen met mama. Zus Vera was het huis al uit. Als twintigjarige meid beleefde ik mama’s ziekteproces mee, maar ik kon haar toestand echt niet bevatten. Mama voelde zich in dat laatste jaar geleidelijk slechter worden. Herhaaldelijk wou ze gesprekken aanknopen over haar ziekte, over sterven ook. Ik reageerde steevast met ongeloof. Wist ik veel, als twintigjarige: je sterft niet op je 49ste! Ten vroegste op je 89ste! Nu, als volwassen vrouw en zelf moeder, besef ik hoe moeilijk het voor mama moet zijn geweest om die gesprekken met mij niet te kunnen voeren. Ik wou en kon niet geloven hoe ernstig haar toestand was. Dertig jaar geleden waren de tijden ook heel anders dan nu: je had nauwelijks informatie, er waren geen organisaties zoals de VLK, de huisarts was karig met informatie… Intussen is een hele weg afgelegd.’

Mama wou herhaaldelijk gesprekken aanknopen over haar ziekte, over sterven ook. Ik reageerde steevast met ongeloof. Wist ik veel, als twintigjarige!

‘De laatste weken van haar leven bracht mama noodgedwongen door in het ziekenhuis. Ze kon niet meer eten, ze had steeds meer pijnstillers nodig. Zelfs toen, drie weken voor haar dood, begrepen mijn zus en ik de ernst van haar gezondheidssituatie niet. Maar op het eind stelden de mensen van het ziekenhuis voor dat we bij mama zouden blijven waken. De laatste twee nachten van haar leven waren we met ons drieën samen. Toen ze stierf, waren we bij haar. Er zijn weinig momenten in een mensenleven die zoveel indruk maken. Ik vond het in elk geval een geschenk dat we de tijd en de kans hadden om op een persoonlijke, intense manier afscheid te nemen. Wie een geliefde verliest in een verkeersongeval, heeft die gelegenheid niet. Dan veel liever met afscheid.’

Lynn Wesenbeek, foto Lieven Van Assche

‘Terugkijkend besef ik uiteraard dat dit lange gevecht met kanker ook mij deels heeft gekneed tot wie ik ben. Ik ben mijn mama op jonge leeftijd verloren – als meisje van twintig sta je er plots zo goed als alleen voor om de wereld te ontdekken. Maar die geschiedenis heeft mij ook gesterkt. Me ruggengraat gegeven. Als ik terugdenk aan mijn tienerjaren, herinner ik me wel een normale jeugd. Ik ging naar fuiven, deed aan sport. Maar in dat laatste levensjaar van mama heb ik de hobby’s op een lager pitje gezet. Feestjes bezoeken of na het sporten wat langer blijven bij een glas, dat schoot er bij in. Ook mijn studies heb ik dat jaar on hold gezet. Pas na mama’s dood heb ik via avondonderwijs doorgestudeerd. Een opoffering? Zo zag ik dat toen niet. Ik vond het vanzelfsprekend om veel tijd met mama door te brengen. Haar dood is nu dertig jaar geleden. Helemaal slijten doet het verlies nooit, maar ik heb het wel een plaats kunnen geven.’

‘Eind 2012 werd bij mijn zus Vera borstkanker vastgesteld. Gelukkig was de kanker nog in een vroeg stadium, dus Vera heeft zich meteen aan de hoop vastgeklemd en ze is met volle moed door de behandeling gegaan: eerst een borstbesparende operatie, dan een maand lang bestraling. Vanzelfsprekend was de behandeling soms lastig. Maar ze bleek effectief en nu stelt Vera het goed. Na de behandeling besloot ze haar leven om te gooien: ze stopte met haar restaurant en trok voor een tijd naar Spanje, naar een huis in de bergen bij Malaga.

Lynn Wesenbeek, foto Lieven Van Assche

‘Hoe persoonlijk elke diagnose ook aankomt, hoe individueel elkeen met kanker omgaat, toch denk je dan spontaan terug aan de geschiedenis die we samen met mama hadden beleefd. En dezelfde vechtersmentaliteit die mama had getoond, zag ik terug bij mijn zus. Ze was van meet af aan zo positief dat zij mij oppepte in plaats van ik haar (glimlacht).’

‘Mijn hulp en steun bestond erin mee te leven. Regelmatig te vragen hoe het met haar gaat. Dan krijg je nu en dan een verhaal te horen dat je al kent, ja. Maar dat is niet erg. Precies dát ze het verhaal kunnen vertellen, dat is voor veel patiënten belangrijk. Vertellen lost niets op maar het geeft troost.’

‘Opstandigheid, boosheid, hoe menselijk die gevoelens ook zijn, ze zijn volgens mij niet nuttig als je kanker hebt of als een van je geliefden kanker krijgt. Ik heb geprobeerd om mijn energie in plaats van in boosheid meer in zorg, in meeleven, in empathie te steken. Dat een patiënt zich de vraag stelt ‘waarom ik?’, is normaal. Maar je kan daar geen antwoord op vinden. Dan besteed je best je aandacht aan de strijd tegen de ziekte.'

‘Mama kanker, zus kanker en zelf ben ik net de vijftig voorbij. Ik besef dat ik in de risicocategorie vertoef. Mocht ik zelf ziek worden, dan zou ik het heel belangrijk vinden om de behandeling goed te bespreken, om te bekijken hoelang ik nog een kwalitatief leven met mijn dochters kan hebben maar ook om te spreken over wat als ik er niet meer ben. Dat zijn kwesties waar ik eerder aan zou denken dan aan de vraag ‘waarom ik?’. Ziek zijn wordt door iedereen heel persoonlijk beleefd. Maar goed omringd zijn, kunnen praten, dat is denk ik voor iederéén van kapitaal belang.’

Ziek zijn wordt door iedereen heel persoonlijk beleefd. Maar goed omringd zijn, kunnen praten, dat is denk ik voor iederéén van kapitaal belang.

‘Zoveel borstkankers in België… Dat stemt tot nadenken. Al is angst een slechte raadgever, toch ben ook ik soms bang. Ik probeer de angst om te zetten in positieve stappen: door mijn familiale geschiedenis ga ik in overleg met mijn gynaecoloog om de zes maanden op controle en elk jaar laat ik een mammografie maken. Ik probeer ook voldoende te bewegen, gezond te eten. En voorts ligt het in handen van het lot, nietwaar? Voor mij, met het ouder worden, wordt het elk jaar duidelijker en concreter: niet te veel tijd verspillen aan dingen die niet nuttig zijn.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.