Hoe ga je om met de emoties die kanker oproept?

Vertellen dat papa of mama kanker heeft, dat doe je met woorden en taal. Die boodschap roept heel wat emoties op, zoals verdriet, boosheid, frustratie, ontgoocheling of angst. Deze emoties kunnen zich op vele manieren uiten. Je zoon of dochter wordt heel stil, gaat erg aan jou hangen, doet net alsof er niets aan de hand is of gaat weer bedplassen. Dat zijn allemaal mogelijke reacties.

Kijk er niet van op wanneer je kinderen heel verschillend reageren of anders dan je had verwacht. Elk kind reageert op zijn eigen manier, soms meteen en soms veel later of op momenten dat je het niet meer verwacht. Ze reageren soms pas als het ergste voorbij is omdat ze aanvoelen dat er dan tijd voor hen is.

Net als jezelf zullen je kinderen zich gaan realiseren wat het betekent om een vader of een moeder met kanker te hebben. Ze worden geconfronteerd met jouw afwezigheid: lichamelijk – omdat je in het ziekenhuis ligt – of emotioneel – omdat je te ziek bent om op hun verhalen in te gaan. Ze zien je vreugde wanneer het goed gaat en je verdriet wanneer je het even niet meer ziet zitten. Ze merken dat je ziek, soms misselijk en vrijwel altijd moe bent. Ze reageren erop, alweer op hun eigen manier. Slapeloosheid, nachtmerries, teruggetrokken gedrag of juist hyperactiviteit, depressieve buien, snel geïrriteerd zijn, overbezorgdheid, poeslief gedrag, huilbuien, buikpijn, hoofdpijn of dezelfde pijn als jij, vroegwijs zijn, nors, ongelukkig, agressief of verdrietig zijn, problemen op school of met vriendjes, zich op anderen afreageren – het kan allemaal. Het zijn uiteenlopende, normale reacties op een veranderde thuissituatie. 

Wie met zijn kinderen over emoties wil praten, doet er in het algemeen goed aan niet alleen zakelijke mededelingen te doen, maar zelf ook iets over zijn gevoelens te vertellen. Veel ouders voelen zich verdrietig en schuldig. Ze zijn bang dat ze minder aandacht aan hun kinderen kunnen besteden en maken zich zorgen over de toekomst. Wanneer je iets vertelt over je gevoelens, zoals onzekerheid, wanhoop en hoop, krijgen je kinderen inzicht in wat er in jou omgaat. Bovendien maakt dit voor hen de weg vrij om te praten over hun gevoelens. Zeg bijvoorbeeld dat je verdrietig bent omdat je je te moe voelt om ze met hun huiswerk te helpen of te ziek om mee naar de muziekschool te gaan. Wel is het belangrijk dat je het uiten van je gevoelens doseert, want als je al je angsten aan je kinderen laat zien, kunnen ze van streek raken omdat het meer is dan ze aankunnen.

Kleine kinderen

Ook heel kleine kinderen hebben al deze emoties. Ook al begrijpen zij de betekenis van ziekte nog niet met hun verstand, toch voelen ze het verdriet en de spanning en zijn ze zich sterk bewust van de veranderingen in het gedrag van hun ouders. Kinderen zetten soms een stapje terug in hun ontwikkeling. Ze worden weer onzindelijk, gaan weer bedplassen of duimzuigen. Sommige kinderen kunnen moeilijk inslapen of komen ‘s nachts uit bed. Ze voelen zich onveilig en alleen en willen horen dat alles in orde is. Een baby die noodgedwongen een tijdlang door iemand anders is verzorgd, kan angstig en afwerend reageren wanneer zijn ouder hem wil knuffelen. Hij zal opnieuw aan de ouder moeten wennen. Voor baby’s en peuters zijn regelmaat en vertrouwde personen die hen opvangen erg belangrijk.

gesprek kind vader zoon woonkamer - Copyright: Joost Joossen

Met kleine kinderen kun je niet altijd gemakkelijk over hun emoties praten. Soms uiten ze hun gevoelens in tekeningen, gedichtjes of verhalen. Een beeld zegt soms meer dan woorden. Een tekening kan een aanknopingspunt vormen voor een gesprek. Moedig hen aan om er iets over te zeggen en stimuleer hen om vragen te stellen, zo vaak ze maar willen. Probeer een rustige, veilige sfeer te scheppen, zodat ze met hun vragen of opmerkingen over de brug durven komen, maar dwing hen nooit om te praten. Elk kind praat wanneer het er klaar voor is. Luister wanneer je kinderen iets vragen en schuif de antwoorden niet voor je uit.

Soms kun je kinderen helpen door hun emoties zelf uit te spreken. Als mama in het ziekenhuis is opgenomen, kan papa zeggen dat hij weet dat het erg is dat mama niet thuis is om een verhaaltje voor te lezen en hen onder te stoppen. Op die manier maak je hun duidelijk dat het niet raar is om zich verdrietig, bang of boos te voelen. Soms denken kinderen dat hun gevoel ‘slecht’ of ‘verkeerd’ is, maar ‘verkeerde’ gevoelens bestaan niet. Door zelf je gevoelens te laten zien en bijvoorbeeld te durven huilen of lachen, leer je je kinderen dat gevoelens normaal zijn.

Je kunt ook gebruikmaken van spel. Jonge kinderen spelen gebeurtenissen vaak na. Tekenen of een spel met poppen of dieren helpt kinderen om afstand te nemen en hun gevoelens te uiten. Het kan hen bijvoorbeeld ook voorbereiden op een bezoek aan het ziekenhuis. Soms hebben kinderen een emotionele opkikker nodig, zoals een extra knuffel of een leuke, onbezorgde dag. Misschien kun je ook niet alles in woorden vatten: er zijn praatgezinnen, maar er zijn ook doe-gezinnen en knuffelgezinnen. Ook dat bepaalt hoe je met emoties omgaat.

Oudere kinderen

Met oudere kinderen kun je proberen te praten over wat kanker voor hen betekent en over de gevoelens die de ziekte bij hen oproept. Ook in deze leeftijdsgroep is niet elk kind hetzelfde. Sommige tieners zijn zeer betrokken, anderen willen er het liefst zo weinig mogelijk mee te maken hebben. Pubers proberen net hun ouders los te laten en hun eigen weg te zoeken. Dat wordt extra moeilijk wanneer één van de ouders ziek wordt en zij zich daar zorgen over maken. Het is voor hen moeilijk zich tegelijk betrokken te voelen en los te maken. Dat kan leiden tot depressief, vervelend of nukkig gedrag.

Voor pubers zijn leeftijdsgenoten erg belangrijk. Misschien bespreken ze hun echte gevoelens liever met een vriend of een vriendin: om hun ouders niet te belasten, om hun verdriet kwijt te kunnen of om even gewoon zichzelf te zijn. Tieners willen vooral ‘normaal’ zijn en erbij horen. Stimuleer het contact met anderen en houd de deur open, voor het geval ze toch een gesprek met jou willen aanknopen.

Verdriet, boosheid en angst

Als iemand kanker krijgt, vinden we het normaal dat er verdriet is. We begrijpen ook nog wel dat iemand boos daarvoor kan zijn, maar met angst hebben we het meestal een stuk moeilijker. Zowel ouders als kinderen hebben angst, maar al die angsten zijn vaak moeilijk bespreekbaar. Mensen zijn bang voor wat komen gaat, bang voor de afloop, bang voor de emoties die opkomen: angst is vaak taboe.

Volwassenen kunnen kinderen maar goed helpen met hun angst als ze hun eigen schrik durven onderkennen. Angst mag er zijn en is zelfs normaal in deze omstandigheden. Wie als ouder durft toegeven dat hij of zij ook bang is, helpt zijn kind om met angst om te gaan. De meeste kinderen hebben net in een onzekere periode als deze veel baat bij regelmaat: op geregelde tijdstippen samen eten, samen spelen en samen praten kan helpen om het gevoel van veiligheid te herstellen. 

Emoties van verdriet, boosheid en angst zijn normaal als je met kanker wordt geconfronteerd. Het is belangrijk om deze emoties te uiten: door flink te huilen of bij iemand op schoot te kruipen bijvoorbeeld. Je kunt je kinderen leren iets met hun gevoelens te doen: boosheid kunnen ze op een gezonde manier uiten door tegen kussens te slaan of door op een boksbal te meppen. Ook sporten, tegen de wind in fietsen of hard tegen een bal trappen kunnen een prima uitlaatklep zijn. De ene tiener draait luide muziek, een ander vertelt al zijn problemen aan zijn teddybeer – het is allemaal beter dan emoties langdurig op te kroppen. 

Als je je kinderen wilt helpen met hun emoties om te gaan, kies dan een manier waar jij en je kinderen je goed bij voelen. Iedereen heeft zijn eigen voorkeuren en stijl. Niemand mag zich tot iets verplicht voelen. Ook twijfelen mag. Omgaan met kanker en de emoties die dat met zich meebrengt, leer je met vallen en opstaan.

Samengevat

  • Kinderen reageren soms heel anders dan verwacht, soms meteen, soms veel later of soms op momenten dat het je verrast. Van bezorgd en lief tot bang en agressief: alle emoties zijn normale reacties.
  • Doe niet alleen zakelijke mededelingen maar vertel zelf ook iets over je gevoelens.
  • Kleine kinderen uiten hun emoties vaak in tekeningen, verhalen of spelletjes. Stimuleer hen om hierover te praten, maar dwing hen nooit. Elk kind praat wanneer het er klaar voor is. Soms hebben kinderen meer behoefte aan een extra knuffel of een leuke activiteit.
  • Voor pubers is het moeilijk om zich van hun ouders los te maken en zich tegelijkertijd erg betrokken te voelen bij hun ziek-zijn. Pubers praten soms liever met een vriend of een vriendin. Geef hun die ruimte, maar sta klaar wanneer ze toch met jou willen praten.
  • Help je kinderen met hun angsten door je eigen, bange gevoelens te onderkennen.
  • Leer je kinderen een uitlaatklep te zoeken voor hun emoties: tegen kussens trappen, sporten, tegen de wind in fietsen, luide muziek draaien of tegen een teddybeer praten.
  • Zoek hierbij je eigen stijl. Doe iets waar je zelf achter staat en waar je kinderen zich goed bij voelen.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Nu niet beschikbaar
Ma-vrij 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Nu beschikbaar
Ma 9-12u
Woe 14-17u en 19:30-22:30u
Met dank aan Lut Van Cauwenbergh, werkgroep Sociaal Werk UZ Leuven, Wendy Druyts en Kom op tegen Kanker
Laatst aangepast op