Wat vertel je en hoe?

Het is nooit gemakkelijk om je kinderen te vertellen dat je kanker hebt. Terwijl je de kinderen deze boodschap brengt, mag je verdrietig zijn en mag je huilen, maar probeer niet te panikeren. Op die manier kun je je kinderen, ondanks het slechte nieuws, toch een gevoel van veiligheid bieden. Als je bang bent dat je overstuur zult raken, zorg dan dat er iemand bij jou is: je partner, een familielid, een vriend of een vriendin.

Snel naar

Bekijk alle opties

Wat je vertelt en hoe je dat doet, is afhankelijk van de leeftijd en het karakter van je kinderen, maar ook van je eigen ideeën en gewoonten.

Het is erg belangrijk dat je kinderen begrijpen wat je zegt. Probeer duidelijk te zijn en gebruik een taal die het kind verstaat. Geef niet te veel informatie tegelijkertijd en loop niet te ver op de zaken vooruit. Je kunt uitleggen wat je hebt, wat kanker is, waarom er iets aan moet worden gedaan, wat daarvan de gevolgen kunnen zijn en wat er de komende dagen en weken gaat gebeuren. Je kunt ook vertellen dat je heel erg verdrietig bent omdat de dokter je heeft verteld dat je kanker hebt. Dat betekent dat er in je hals, borst, buik of been een knobbel zit, die gevaarlijk voor je is en moet worden weggehaald. Leg uit dat het niet een knobbel is zoals iedereen wel eens heeft, maar dat deze knobbel bestaat uit een heleboel kankercellen en dat er steeds meer kankercellen bij komen als er niets gebeurt. Zeg ook dat je hoopt dat je weer beter wordt. Je kunt bij je uitleg gebruik maken van de woordenlijst in het voorleesboekje ‘Mama heeft kanker’ van Kom op tegen Kanker.

Sommige mensen hebben het moeilijk met het woord kanker. Uit angst durven ze dit woord niet altijd uit te spreken. Toch doe je er goed aan om het woord kanker vrij snel te laten vallen. Als je in een gesprek met je kinderen de term kanker vermijdt, bestaat het risico dat ze die van iemand anders horen. Misschien durven ze er dan zelf niet over te beginnen en is er niemand die hen kan opvangen en helpen. Hoe groter de angst, hoe moeilijker het wordt om erover te praten. Als je de ziekte durft te benoemen, kan dat helpen om de angst ervoor onder controle te krijgen en met je gezin over alle aspecten van kanker te praten. Door de manier waarop je met het woord kanker omgaat, bepaal je mee hoe kinderen dit woord ervaren en welk beeld ze zich van de ziekte vormen. Bovendien maak je hen zo weerbaar in hun contact met de buitenwereld. Wanneer een klasgenootje hen naar het hoofd slingert dat ‘je van kanker doodgaat’, is het goed dat ze weten wat kanker is en dat heel veel mensen van kanker genezen.

Bij kleuters roept kanker meestal weinig angst op. Zij praten er vaak heel gewoon over. Kanker is voor hen alleen maar een woord dat niet dezelfde angst, zorgen en onzekerheid oproept als bij jongeren of volwassenen. Je zou in plaats van het woord ‘knobbel’ ook kunnen spreken van een ‘tumor’ of een ‘gezwel’. Kies de woorden die het beste bij jou en je kinderen passen. Pas wel op met beeldspraak. Jonge kinderen kunnen fantasie en werkelijkheid nog niet van elkaar scheiden. Als je zegt dat er allemaal enge beesten in die knobbel zitten, kan je kind dat heel letterlijk opnemen. Het zal die beesten echt zien zitten. 

gesprek vader kind zoon woonkamer - Copyright: Joost Joossen

Ook al lijken tieners oud en wijs, toch is het soms moeilijk om met hen over kanker te praten. Pubers denken vaak nogal zwart-wit. Het is belangrijk om je kind gevoel voor nuance bij te brengen en het te laten inzien dat kanker lang niet altijd fataal hoeft te zijn en dat heel wat mensen genezen. Typerend voor pubers is hun onvoorspelbaar gedrag. Sommige pubers willen alles horen over elk detail van de ziekte, anderen stellen geen enkele vraag. Dring geen informatie op. Voor pubers zijn leeftijdsgenoten erg belangrijk. Misschien trekken ze zich liever terug op hun kamer om te praten met een vriend of een vriendin. 

Als je meerdere kinderen hebt, kan het goed zijn om hen allemaal op hetzelfde moment te informeren, zodat ze elkaar kunnen steunen. Is het leeftijdsverschil tussen je kinderen groot of hebben ze heel verschillende karakters, dan hebben ze misschien meer aan een individueel gesprek. Als je alle kinderen tegelijk vertelt wat er aan de hand is, blijft het toch belangrijk om daarna aandacht te hebben voor elk kind afzonderlijk en in te spelen op de vragen van elk van hen. Hoe je dit aanpakt, hangt af van de leeftijd en het karakter van je kinderen. Je weet wellicht wat het beste werkt voor jouw kinderen. 

Luister naar de vragen van je kinderen en probeer eerlijk te antwoorden, ook als er niet meteen een antwoord is. Je kunt bijvoorbeeld ook zeggen dat jij of dat anderen iets niet weten. Afhankelijk van hun reacties kunt je ervoor kiezen om nog iets meer te vertellen of het hier voorlopig even bij te laten. Kinderen vragen meestal niet meer dan ze zelf aankunnen en ze geven ook spontaan aan wanneer het genoeg is geweest. Ze maken dan een eind aan het gesprek en gaan verder met hun spel of hun studie.

Als je weet welke behandeling je gaat krijgen, kun je daar eventueel ook iets over zeggen. Ook hier is het belangrijk om rekening te houden met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van je kinderen. In het voorleesboekje ‘Mama heeft kanker’ van Kom op tegen Kanker vind je een woordenlijst met een aantal begrippen op het niveau van kinderen. Die kunnen helpen indien je een aantal termen duidelijk wilt maken zonder te ingewikkeld uit de hoek te komen. 

Vaak zijn de bijwerkingen en de gevolgen van de behandeling voor kinderen duidelijker dan de behandeling zelf, omdat zij daar thuis en in het ziekenhuis het meest van merken. Soms word je door de behandeling zieker dan je was op het moment van de diagnose. Door uit te leggen hoe dat komt en door aan te geven wat je als ouder nog wel en niet meer kunt, help je zowel je kinderen als jezelf.

Er zijn kinderen die erg nieuwsgierig zijn. Je kunt ook samen informatie zoeken of je kunt bijvoorbeeld in het ziekenhuis vragen of de kinderen eens de bestralingsruimte mogen bezoeken. 

Houd je kinderen gaandeweg op de hoogte van veranderingen in jouw situatie en van de tijdstippen waarop controles plaatsvinden. Zorg dat je kinderen wezenlijke punten als eersten te horen krijgen. Je hoeft niet altijd alles te vertellen, maar wat je vertelt, moet waar zijn. Soms willen je kinderen liever niets weten. Of ze willen nu niets weten, maar straks, later. Of nu niet en later ook niet. Daarom hoef je het onderwerp niet te vermijden. Blijf toch praten, ook al doe je dat niet rechtstreeks met hen, maar met je andere kinderen, je partner of vrienden. Zo horen ze toch genoeg en kunnen ze op een moment dat ze zelf kiezen, wanneer zij er behoefte aan hebben, terugkomen op wat voor hen belangrijk is.

Samengevat

  • Wanneer je met je kinderen praat, mag je verdrietig zijn, maar probeer niet te panikeren. Zo kun je de kinderen toch een gevoel van veiligheid bieden.
  • Zorg dat je kinderen begrijpen wat je zegt. Zoek naar een taal die je kind verstaat, geef niet te veel informatie tegelijkertijd en loop niet te ver op de zaken vooruit.
  • Je doet er goed aan het woord kanker al in het eerste gesprek te laten vallen. Vaak zit de angst vooral bij jezelf. Hoe groter de angst, hoe moeilijker het wordt om met je kinderen over kanker te praten. Als je de ziekte durft te benoemen, kan dat helpen om de angst ervoor onder controle te krijgen.
  • Luister naar de vragen van je kinderen en probeer eerlijk te antwoorden, ook als er niet meteen een antwoord is. Door goed naar hen te kijken en te luisteren kun je controleren of ze begrepen hebben wat je hebt gezegd. Jonge kinderen praten vaak makkelijk over kanker. Pubers sluiten zich soms meer af. Dring geen informatie op. Kinderen vragen meestal niet meer dan ze zelf aankunnen.
  • Houd je kinderen gaandeweg op de hoogte van jouw situatie en van controles. Zorg dat ze wezenlijke punten als eersten te horen krijgen. Je hoeft niet altijd alles te vertellen, maar wat Je vertelt, moet waar zijn.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Nu niet beschikbaar
Ma-vrij 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Nu offline Beschikbaar om 19:30
Ma 9-12u
Woe 14-17u en 19:30-22:30u
Met dank aan Lut Van Cauwenbergh, werkgroep Sociaal Werk UZ Leuven, Wendy Druyts en Kom op tegen Kanker
Laatst aangepast op