Laetitia Stragier werd behandeld voor kanker tijdens de zwangerschap

Onze dochter is een energieke, enthousiaste, intelligente achtjarige
Laetitia Stragier
Uit Leven, editie 81, januari 2019

Laetitia was pas zwanger toen ze te horen kreeg dat ze tongkanker had. Ondanks de zware operatie en de radio- en chemotherapie zette ze een kerngezonde baby op de wereld. Met Zoë, intussen acht jaar, gaat alles prima. Laetitia is kankervrij maar kampt nog met de gevolgen van haar ziekte. ‘Ons gezin heeft leren leven met mijn beperkingen, maar ze staan het uitbouwen van een mooi en zinvol leven niet in de weg.’

Auteur: Bart Van Moerkerke - Fotograaf: Filip Claessens
Foto Kom op tegen Kanker/Filip Claessens

‘Moeder en kind maken het goed.’ Het is een zinnetje dat vaak bijna achteloos in een geboorteberichtje wordt geschreven. Voor Laetitia en haar naasten maakten die paar woorden een einde aan een periode van grote onzekerheid. Tijdens haar zwangerschap werd de jonge vrouw, toen amper 28 jaar, behandeld voor een kwaadaardige tongkanker. Ze onderging een zware operatie, kreeg 33 bestralingen en zes beurten chemotherapie. Zoë kwam desondanks kerngezond ter wereld, acht jaar later moet ze in geen enkel opzicht onderdoen voor haar leeftijdsgenoten. Laetitia en Dieter kregen nog een tweede kindje, Ernest, die inmiddels vijf jaar is. ‘We zijn een gelukkig gezin. Ook al zal ik door de ziekte en de behandeling nooit meer de oude worden,’ zegt Laetitia. 

‘Ik was zeven weken zwanger toen de diagnose tongkanker viel. Van grote blijdschap voor het nieuwe leven tuimelden we ineens in verschrikkelijke onzekerheid. Wat betekenen de ziekte en de behandeling voor ons kindje? Hoe groot is de tumor? Is hij al uitgezaaid? Ik had al langer last aan mijn tong, maar alle onderzoeken wezen in de richting van een goedaardige ontsteking. Er was geen reden om niet zwanger te worden, wat Dieter en ik zo graag wilden. Maar de pijn bleef en werd in enkele dagen tijd veel erger. Het bleek toch om een kwaadaardige tumor te gaan, groter dan gedacht en met uitzaaiingen in de lymfeklieren van mijn hals.’

Veel hoop

‘Tongkanker komt vooral bij oudere mensen voor, de afdeling neus-keel-oor van het ziekenhuis had geen ervaring met de combinatie met zwangerschap.'

Foto Kom op tegen Kanker/Filip Claessens

'In eerste instantie kreeg ik de boodschap om te focussen op de kankerbehandeling: ik was jong, ik had nog voldoende tijd om later weer zwanger te worden. Ook voor de familie en de paar vrienden die we inlichtten, was het belangrijkste dat ik het zou overleven. Voor mij lag de prioriteit echter bij de baby die in mijn buik groeide. De kankerbehandeling uitstellen tot na de geboorte was geen optie, de tumor groeide te snel. Dieter en ik gingen door enkele vreselijke weken. Tot de professor neus-keel-oor ons doorverwees naar het team van zijn collega van oncologische gynaecologie. We gingen met een bang hart naar het eerste gesprek, we stapten er buiten met een goed gevoel en heel veel hoop. Recent onderzoek toonde aan dat een behandeling van kanker niet hoeft te betekenen dat de zwangerschap moet worden afgebroken. De meeste vrouwen uit het onderzoek hadden gezonde baby’s gekregen. Voor ons was het een uitgemaakte zaak. We wilden ervoor gaan, hoe zwaar het ook zou worden.’

Alle echografieën en bloedafnames waren perfect, geen enkele keer werden afwijkende waarden vastgesteld. Daar trok ik me aan op, we deden het samen. Zoë bood ons een toekomstperspectief.

De operatie vond plaats op 12 november 2009, toen Laetitia twaalf weken zwanger was. Eerder mocht niet omdat de verdoving dan schadelijk kon zijn voor de baby. Tijdens de ingreep werden een groot deel van haar tong en lymfeklieren in haar hals verwijderd. Met weefsel, huid en een slagader van haar linkerarm werd meteen een tongflap gereconstrueerd. ‘Toen ik ontwaakte, kon ik totaal niet communiceren. Praten ging uiteraard niet, schrijven evenmin want mijn linkerarm was volledig omzwachteld en mijn rechterarm zat vol infusen. Gelukkig was met de baby alles perfect, ze had de verdoving zonder problemen doorstaan.’ 

Met zijn tweeën

‘Ik dacht dat met de operatie het ergste achter de rug was, maar de 33 bestralingen en de zes beurten chemotherapie tussen halfweg december 2009 en eind januari 2010 haalden me helemaal onderuit. De bestralingen veranderden alles in mijn mond, ze tastten mijn slijmvlies aan, ik kreeg overal brandwonden. Door de chemo vloeide mijn energie weg, ik was futloos.'

Foto Kom op tegen Kanker/Filip Claessens

'Maar met de baby bleef alles zeer goed gaan. Er was tijdens de hele behandeling intensief overleg tussen oncologie en gynaecologie. Alle echografieën en bloedafnames waren perfect, geen enkele keer werden afwijkende waarden vastgesteld. Daar trok ik me aan op, we deden het samen, we waren met zijn tweeën. Zoë bood ons een toekomstperspectief. Ik had een sterk vertrouwen in een goede afloop, ik heb in die periode echt een veerkracht in mezelf ontdekt om met tegenslagen om te gaan die ik daarvoor niet kende.’

‘Zoë werd op 18 mei 2010 geboren na een vlotte bevalling. Ze was in perfecte gezondheid. “Het is een zeer vinnige dochter,” was het eerste dat de professor bij de geboorte zei. En dat is tot vandaag zo: ze is energiek, leergierig, enthousiast, intelligent, ze staat volop in het leven. Ze is amper ziek geweest. Ze gaat nog om de zoveel jaar een keer naar het ziekenhuis voor onder andere opvolging van haar groeicurve, aandachts- en geheugentesten, en alles is telkens perfect.’ 

‘Ik heb sinds de operatie en de behandeling een hele weg afgelegd. Hoewel ik kankervrij ben, zal ik nooit weer helemaal de oude worden. Ik werkte vroeger als psychologe, maar werken lukt nu niet meer. Mijn energiepeil blijft laag. Ik heb een zwakke batterij die snel leegloopt en tijd nodig heeft om op te laden.'

Ik had een sterk vertrouwen in een goede afloop, ik heb in die periode echt een veerkracht in mezelf ontdekt die ik daarvoor niet kende.

'En ondanks alle logopedie komt mijn articulatie niet meer volledig goed. Als ik me op mijn gemak voel, kan ik een vlot gesprek voeren. Soms is mijn spraak een barrière in nieuwe situaties, maar ik ga die niet meer uit de weg. Ook eten blijft lastig. Ik heb gedurende bijna een jaar sondevoeding gekregen, Zoë is in de baarmoeder op sondevoeding gegroeid. Ik heb stapje voor stapje weer leren slikken en eten, ook nu nog maak ik lichte progressie.’

Grenzen bewaken

‘Na de bevalling van Zoë was ik euforisch, ik leefde op adrenaline. Ik moest er zijn voor haar, ook al was ik nog in volle revalidatie. De klap van de operatie en de behandeling kwam met zes maanden vertraging. Sindsdien weet ik dat ik moet doseren. Soms is dat niet makkelijk. We hebben bewust gekozen voor een tweede kindje, in overleg met de behandelende professoren. De kindjes vragen uiteraard veel energie, ik kan die niet altijd geven.' 

Ik heb een zwakke batterij die snel leegloopt en tijd nodig heeft om op te laden.

'Ik heb daar lang mee geworsteld, ik vergeleek mezelf met “gezonde” moeders. Als het even minder lukt, dan springen familie of vrienden bij. Dan kunnen ze enkele uren ergens gaan spelen of een nachtje uit logeren. Ik heb moeten leren ook voor mezelf te zorgen. Voldoende rusten, yoga, wandelen en fietsen, lezen, muziek, die zaken geven me de nodige zuurstof. Zoë begrijpt het als het even minder goed gaat, ze weet dat ik ziek ben geweest. Ook Ernest begint dat te beseffen. Maar evengoed vergeten ze het gewoon, dat is zeer verfrissend.’

‘Niet alles is perfect, maar dat hoeft ook niet. Ik leef, we hebben twee gezonde kinderen en we genieten van het leven ondanks de beperkingen. Het is wat het is en dat is goed. Als we vooraf hadden geweten waar we voor stonden, hadden we exact hetzelfde gedaan. We voelen ons compleet met ons gezin.’ 

Lotgenoten en meer info

Voor vrouwen en hun partners die hetzelfde meemaken is er een Facebookgroep ‘Praatgroep Kanker en Zwangerschap’.

Professor Frédéric Amant: 'De meeste zwangere vrouwen met kanker kunnen we behandelen’

Foto Gillissen

In vergelijking met twintig jaar geleden is kanker bij zwangere vrouwen veel minder vaak een reden om de zwangerschap af te breken. ‘In de meeste gevallen kunnen we de vrouw perfect behandelen zonder nadelige gevolgen voor de foetus en later voor het kind,’ zegt professor gynaecologische oncologie Frédéric Amant.

Professor Amant en buitenlandse collega’s onderzochten hoe de kankerbehandeling van zwangere vrouwen de voorbije twintig jaar evolueerde. ‘Vroeger werden zwangerschappen veel vaker afgebroken om de behandeling van kanker op te starten. En in een later stadium van de zwangerschap werd de bevalling vaker vroegtijdig ingeleid waardoor er meer premature baby’s geboren werden. De reden voor het afbreken van de zwangerschap of het vroegtijdig inleiden van de geboorte was dat artsen vreesden voor de negatieve gevolgen van chemotherapie en radiotherapie op het kind. Uit ons onderzoek blijkt nu dat die negatieve impact nagenoeg onbestaande is. De kinderen zijn bij de geboorte wel iets kleiner dan gemiddeld, maar dat halen ze later in. Hun ontwikkeling verloopt volkomen normaal.’

In welke gevallen is het toch nodig om de zwangerschap stop te zetten?

‘We kunnen chemotherapie niet toedienen in het eerste trimester van de zwangerschap omdat dan de organen van het kind worden gevormd en chemotherapie de kans op afwijkingen bij de geboorte zou vergroten. Heeft de moeder een agressieve kanker waarvan de behandeling niet kan worden uitgesteld tot na het eerste trimester, dan moeten we de zwangerschap afbreken. Denk aan acute leukemie of baarmoederhalskanker tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap.’ 

Hoe komt het dat chemotherapie na het eerste trimester geen impact heeft op de foetus?

‘De moederkoek fungeert als barrière. Alcohol bijvoorbeeld gaat rechtstreeks en onverdund naar de foetus, chemotherapie niet omdat het om grotere moleculen gaat die blijven vastzitten in de moederkoek. Wat er toch doorheen komt, zijn lagere of veel lagere dosissen dan bij de moeder en die hebben na het eerste trimester van de zwangerschap geen invloed op de ontwikkeling van het kind.’

Wat met radiotherapie?

‘We kennen de drempelwaarde waaraan een foetus mag worden blootgesteld. Enkel als we daaronder blijven, kunnen we bestralen tijdens de zwangerschap. Dat wil zeggen dat alleen tumoren van het bovenlichaam worden behandeld met radiotherapie – kanker van de hersenen, het hoofd en de hals, de schildklier, de borst - en enkel in het begin van de zwangerschap. Later wordt de foetus te groot en komt hij te dicht bij het bestraalde gebied. In de laatste drie maanden van de zwangerschap komt de foetus tot tegen het borstbeen van de moeder, bestraling van bijvoorbeeld borstkanker is dan niet meer mogelijk.’ 

Meer lezen: http://kankerenzwangerschap.be

 

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.