Koen De Graeve over het afscheid van zijn moeder

Zweefvliegen tussen verdriet en levenslust
Koen De Graeve, acteur-zanger
Uit Leven, editie 65, januari 2015

Acteur-zanger Koen De Graeve (41) verloor zijn moeder aan bloedkanker. Zeven jaar later hakt het gemis er nog diep in maar beseft hij beter dan wie ook: ‘Ga achter je droom aan. Doe het. Nu.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Koen De Graeve, foto Lieven Van Assche

‘Doorgaan. Nie neuten. Ons ma is altijd een kranige, trotse vrouw geweest die het beneden haar waardigheid vond om te zeuren of te klagen. Als jongste zus van vier broers werd ze eind jaren 1940 door haar vader verplicht de school vaarwel te zeggen om mee te helpen in het huishouden en het textielbedrijf. Ze heeft het nadien als een persoonlijke missie opgevat om haar eigen kinderen de kansen te geven die haar als jong meisje waren ontnomen.’

‘Zes kinderen heeft ze opgevoed: de jongste ben ik, met één broer en vier zussen. Ze was 66 toen ze de diagnose te horen kreeg. Al meer dan een jaar had ze last van pijn aan schouder en elleboog. Ze dacht: jicht. Maar bij bloedonderzoek werd het duidelijk: de ziekte van Kahler, een bloedkanker die groeit in het beenmerg. Ik was aan het repeteren met Toneelhuis toen ik haar telefoontje kreeg. Dat nieuws kwam zeer hard binnen.’

‘Ik ben altijd heel close geweest met mijn moeder. Toen ze zwanger was van mijn broer, heeft ze een kindje van tien maanden aan wiegendood verloren. Ze raakte daar niet overheen. Ging elke dag treuren bij het graf. Tot mijn vader haar voor de keuze stelde: ‘Ofwel ga je nu naar huis en sla je de bladzijde om, ofwel verlaat ik je.’ Ze is opgestaan, heeft het kerkhof verlaten en heeft nadien geen traan meer om haar kindje gelaten. Mijn oudere broer en zussen vertellen dat er sindsdien een sluier van afstandelijkheid in haar relatie met haar kinderen sloop, alsof ze zich niet meer té ver durfde te engageren. Maar bij mij, als jongste - eens de gevarenzone voor wiegendood achter de rug - liet ze haar moederliefde weer volop stromen. Ik herinner me dat ik letterlijk aan haar rokken hing. Zo’n band hadden wij. Toen ik van haar kanker hoorde, was dat (zoekt even de woorden) instant diep emotioneel.’

Na haar diagnose koos mama resoluut voor me time.

‘Sowieso is de ziekte van Kahler ongeneeslijk. Ze kunnen enkel chemotherapie aanbieden. Maar mama wou zich daar niet bij neerleggen. Ze had haar hele leven voor anderen gezorgd en nu wou ze me-time. We waren allemaal blij en trots toen ze na de eerste chemokuur met een stel vriendinnen op reis ging naar Marokko, steden bezocht, op kamelen ging rijden (lacht). Na anderhalf jaar herbegonnen de symptomen. Iedereen wist dat de eindsprint was ingezet. Dat de tussenpauzes tussen de kuren korter zouden worden. Uiteindelijk heeft ze vier chemokuren en twee stamceltherapieën ondergaan. Bij de diagnose had ze volgens de pronostiek van de artsen nog anderhalf jaar te leven. Het zou zeven jaar worden.’

‘Tot op het einde toe wou ze niet als patiënt worden behandeld. Pas in de laatste maanden hebben we haar bed naar beneden verhuisd. In haar grote trots en koppigheid verbeet ze de pijn en weigerde ze consequent om over haar ziekte te communiceren. Ik wil haar fysieke pijn zeker niet minimaliseren, maar ik ben ervan overtuigd dat ze meer leed onder de beperking van haar mobiliteit en het groeiende sociale isolement. Heel soms ontsnapte haar wel een zucht en sprak ze over de kanker: hoe kwaad ze wel was dat ze die had. Hoe onrechtvaardig ze het vond, zij, die zo gehoopt had op een mooie en lange levensherfst.’

Koen De Graeve, foto Lieven Van Assche

‘Dus probeerden wij, vader en de kinderen, om haar laatste jaren zo aangenaam en waardig mogelijk te maken. Ze kwam met vader en haar vriendinnen graag naar voorstellingen kijken. Dan kwamen die dametjes, de een al wat krakkemikkiger dan de ander, het theater binnengewaggeld: wij noemden hen “de eenden” (lacht). Ze genoot zo diep van het sociale leven, ze was zichtbaar trots ook. Het was traditie dat ik haar na elke voorstelling terug naar de auto wandelde. Die wandelingen duurden almaar langer en ik moest haar steeds steviger ondersteunen. Dat waren bijzondere momenten waarin we heel dicht bij elkaar waren. De laatste voorstelling die ze zag, speelde ik in de toen pas gerenoveerde KVS. Veertig jaar eerder hadden mijn ouders in die zaal Julien Schoenaerts nog zien spelen, François Beuckelaers zien debuteren … In die theatertempel haar eigen zoon op de planken te zien, dat was heerlijk voor haar.’

Je rouwt al terwijl je mama nog leeft.

‘Het naderende einde heeft ze met grote liefde en waardigheid gedragen. Ieder van de kinderen ging regelmatig naar het thuisfront om te koken, wat rond te hangen, te blijven slapen. Tussen broers, zussen en vader was er de hele tijd een intense verbondenheid. En tegenover mama, dat kleine, kwijnende vogeltje voelde je zoveel liefde en respect. De kinderen en vader wilden haar laatste tocht samen met haar afleggen en haar over de streep brengen. Met als gevolg dat je met je neus op de aftakeling zit, je bent zo dicht bij dat geknakte lijfje, je maakt het prachtige werk van de artsen en de verpleegsters van nabij mee. Een deel van je rouwproces is al bezig terwijl mama nog leeft.’

Koen De Graeve, foto Lieven Van Assche

‘Halverwege de vierde chemokuur zagen de artsen dat deze niet meer aansloeg. Dan heeft therapie geen zin meer. Dan was er alleen nog palliatieve zorg. Omringd door haar gezin - met thuisverpleging en pijnbestrijding - gloeide mama in die laatste dagen van liefde, rust, aanvaarding. Wanneer ze uit haar sluimer ontwaakte, konden we nog mooie, intieme korte gesprekjes voeren tot ook dat niet meer lukte: hoewel haar geest nog kwiek was, kon ze de laatste anderhalve dag niet meer spreken. Ik troostte me: alles is gezegd. Als er iemand al zeven en een half jaar bezig was met afscheid nemen, dan zij wel. Na zes dagen palliatieve zorg heeft mama in de late namiddag de finale dosis gekregen die de palliatieve sedatie inleidde. We waren er allemaal bij. Al haar kindjes. De volgende ochtend begon haar eindademhaling en ook daar waren we samen bij tot ze stierf.’

‘Ik zweefvlieg al zeven jaar tussen een universeel verdriet en intense levenslust. Ik heb sowieso een melancholische aard die ik counter met humor en aandacht voor al wat mogelijk is, wat schoon is, wat groeit. Het verlies van ons ma heeft me dus niet radicaal veranderd maar het heeft wel die beide polen van mijn karakter intenser gemaakt. Soms benijd ik de Koen die ik vroeger was, die makkelijk een grap maakte of een fopneus opzette (lacht). Dat lukt moeilijker. Als ik te veel de heerlijke oppervlakte bewandel, word ik onrustig of triest. Er hangt een zwaar touw aan me. Dan lees ik Nietzsche, Schopenhauer en besef ik dat nihilisme en melancholie van alle tijden is.’

Koen De Graeve, foto Lieven Van Assche

‘Anderzijds: eens je bewust bent van je vergankelijkheid, kan je maar beter een elegante manier vinden om ermee om te gaan (lacht). Daar komt mijn intense levenslust om de hoek kijken, als een ballon die me omhoog stuwt. Als je iets wil in je leven, ga er achteraan. Zo ben ik al jarenlang liedjes aan het schrijven, naast het acteren. Nu denk ik: ga er dan voor man, voor die muziek, als het blijkbaar dat is wat je wil. Dus is er nu de CD met De Post en zijn we op tournee. Twee liedjes zijn voor mama geschreven: “Jij was bij mij” en “Wandel aan mijn zij”. De bandleden dachten eerst dat het liefdesliedjes waren (lacht).’

‘Weet je, een moeder voelt als geen ander aan: “Ik moet gaan maar ik ben hier eigenlijk nog nodig”. Ik kan alleen maar zeggen: op het moment dat ze echt ging, toen waren wij allemaal kleine, kleine kindjes. (blijft even stil) Voilà.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Meer informatie

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.