Kankerpijn meten en signaleren

Om de juiste pijnbehandeling te kunnen kiezen, moet uw arts eerst de oorzaak, ernst en aard van de pijn en de impact ervan op uw functioneren en levenskwaliteit kunnen bepalen. De persoon die de pijn ervaart, is daarbij de belangrijkste informatiebron.

Pijnschaal

Illustratie Kom op tegen Kanker/Visueel Vertaler Klik op de pijnschaal om ze te vergroten

Om de intensiteit van de pijn te kennen, moet de pijn geregeld gemeten worden. Veel artsen gebruiken daarvoor een pijnschaal van 0 tot 10, waarbij 0 staat voor geen pijn, 1 voor minimale pijn en 10 voor maximale pijn. Gebruik die schaal ook thuis en noteer op vaste tijdstippen (bij voorkeur minstens tweemaal per dag) uw pijnscore.

De beleving van pijn is bij iedereen verschillend. Als iemand zijn pijn uitdrukt als 8/10, wil dat niet zeggen dat iemand anders ook 8/10 zou geven. Maar dat doet er niet toe. Als u herhaaldelijk uw pijn ‘meet’, krijgt de arts een goed idee van de globale evolutie van de pijn die u ervaart.

Pijndagboek

U bent de meest betrouwbare beoordelaar van uw pijn en beschikt ook over de beste informatie over uw pijn. Hou die informatie bij in een pijndagboek. U kunt dit in een notitieboekje doen of op uw computer, tablet of smartphone. Wie dat wenst, kan bij de Vlaamse Pijnliga een gratis ‘pijnmetingsdossier’ bestellen (bel 02 246 47 71 of stuur een mail naar vlaamsepijnliga@cm.be). Daarin kunt u de gegevens in tabellen invullen. Er bestaan ook apps voor iOS en Android, zoals ‘Pijndagboek’ en ‘Pijn Dagboek’ (CatchMyPain).

U bent de meest betrouwbare beoordelaar van uw pijn. Hou die informatie bij in een pijndagboek.

Noteer in uw elektronische of papieren pijndagboek ook zaken waarvan u denkt dat die een invloed kunnen hebben op de pijn: gedane inspanningen, hoe was uw nachtrust, wat hebt u gegeten, gevoelens van stress of angst of ontspanning … Op die manier krijgt u na verloop van tijd meer inzicht in hoe uw pijn evolueert en in wat de intensiteit van de pijn beïnvloedt.

Opvolging van de pijnbehandeling

Aan de hand van een gesprek, een klinisch onderzoek, (mogelijk) een neurologisch onderzoek en (mogelijk) beeldvormend materiaal (röntgenfoto’s en scans) brengt uw arts uw klachtenpatroon in kaart en stelt hij of zij een pijnbehandeling voor. Het is belangrijk dat u ook na het opstarten van die behandeling de pijn blijft meten en observeren en uw ervaringen blijft delen met uw arts. Probeer te beschrijven hoe uw pijn evolueert. Alleen zo kan uw arts samen met u nagaan of de pijnbehandeling uw pijn verlicht. Is dat niet het geval, dan moet de behandeling worden aangepast. Vertel aan uw arts ook welke bijwerkingen u eventueel ondervindt. Benoem ze zo nauwkeurig mogelijk zodat uw arts er rekening mee kan houden bij de evaluatie van uw pijnbehandeling.

Rol van de naasten

Ook familie en vrienden kunnen een rol spelen in het rapporteren van pijn. Soms zegt de patiënt ‘Het gaat wel, ik voel geen pijn’, terwijl de familie opmerkt dat die persoon maar tien of twintig meter kan lopen omdat de pijn anders te erg is. Of een patiënt die zegt dat hij of zij goed slaapt, terwijl de partner die persoon ’s nachts hoort kermen van de pijn.

Belangrijke informatie over uw pijn

  • Wanneer begon de pijn?
  • Wanneer hebt u pijn?
  • Waar zit de pijn? Waar begint hij? Waar straalt hij uit?
  • Hoe voelt de pijn? Kloppend? Stekend? Brandend? Schietend? Elektrisch? Tintelend? Jeukend? Prikkend? Pijnlijk koud?
  • Hoe hevig is de pijn?
  • Hoe voelt de pijn overdag? Hoe voelt de pijn ’s nachts?
  • Welke invloed heeft de pijn op uw dagelijks leven? Bijvoorbeeld op bukken, zitten, blijven zitten, u concentreren, stappen, slapen …
  • Wanneer vermindert, verergert of verandert de pijn?