Journalist Bart van Eldert schrijft brievenboek over zijn chronische leukemie

Zelfmedelijden helpt niet, zelfcompassie wel
Bart van Eldert, journalist
Uit Leven, editie 84, oktober 2019

Met humor, wijsheid en open vizier bekampen de Nederlandse journalisten Danielle Pinedo en Bart van Eldert hun kanker in het brievenboek Beter worden is niet voor watjes. Bart van Eldert (53) getuigt over de zeldzame vorm van chronische leukemie die hij heeft. ‘Vandaag een rotdag? Morgen beter!’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: ID / Koen Verheijden
bve3

Bart van Eldert ontvangt ons in een aangenaam huis in het dorpje Beusichem, niet ver van Utrecht. Achter het huis weidse velden met vijvers en her en der een bomenrij. ‘Ik geniet ervan wanneer ik een winterkoninkje of een specht bezig zie. Het leven is leuk om naar te kijken.’ Datzelfde optimisme drijft boven in Beter worden is niet voor watjes, dat tot Barts eigen steile verbazing aan een vierde druk toe is. Het boek wordt gretig gebruikt door psychologische hulpverleners in sessies met mensen die van kanker herstellen. ‘Het is een fijne gedachte als iets goeds voortkomt uit iets kwaads’, glimlacht Bart. Dat kwaads is de leukemie die hem treft. Voor Leven praat hij erover aan de hand van negen fragmenten uit zijn boek.

Mensen zijn geen denkende wezens. Mensen zijn voelende wezens die denken. Wat voelde ik? Een diepe donkere angst voor mijn kinderen. Hun verdriet nu en wie-weet-straks, de kwetsbaarheid van een jong leven. De bescherming die ik als vader moet bieden terwijl mijn jongens stap voor stap op weg zijn naar zichzelf. Een vangnet mag zelf niet wegvallen.

‘Je hebt zoveel lentes met je twee zonen beleefd en bij het zien van de trekvogels vraag je je af hoeveel lentes er nog mogen komen. Dat is geen prettige gedachte. Toch ben ik van het type dat opstaat, zich scheert, een douche neemt, kleren uitzoekt en de dag aanvat. Waarom niet? Kan je niet lopen, ga dan zitten. Kan je geen boek lezen, lees dan een gedicht: dat is doorgaans korter (lacht). Mocht ik geen kinderen hebben, dan nog zou ik op die manier reageren. Dat zit in mij. Denk ik.’

Ziekte verandert niet onze plek op de wereld, maar duwt ons de gezonde wereld uit. Ziekte is een schaduwrijk voor bannelingen.

Wat voor gezonde mensen het gewone leven is, is bij ons al jarenlang niet mogelijk. Dat is onverwachte rouw.

‘Gezonde mensen zijn er zich niet van bewust dat een herstelproces lang kan duren. Intussen draait de gezonde wereld maar door. En jij zit intussen in een andere, trage wereld van ziekenhuizen en bij Kerst zit je in een wachtkamer naast een plastic kerstboom. Ik ben twee jaar out geweest op de redactie van het Algemeen Dagblad. Samen met de bedrijfsarts beslisten we dat ik opnieuw wat tijd op de redactie zou doorbrengen. Dat is onwennig voor beide partijen. Ik had gelukkig een goeie chef die de collega’s vooraf een mail had gestuurd: “Bart is twee jaar afwezig geweest, hij wil over zijn ziekte praten maar ook over het werk”. Kijk, dat helpt. Wat ook helpt, is dat het gesprek niet de hele tijd over jou moet gaan. Twee jaar was ik er niet en in die tijd hebben collega’s liefdes gevonden of verloren, een kind gekregen, een vader of moeder verloren. Het is belangrijk om aan die mensen te vragen: “En met jou, hoe gaat het met jou?”’

Ze praten honderduit tegen mij, de beter wordende biechtvader. En gretig luisteren ze naar mijn openbaringen. Als je anders wilt leven, hoef je daar niet mee te wachten tot je bijna dood bent. Begin nu.

bve2

‘Zodra het beter met je gaat, komen mensen jou allerlei dingen vragen. Ze vragen niet naar je omgang met de dood, ze vragen advies over het leven. Over de keuzes die ze gemaakt hebben of willen maken. Als je gezond bent en je bent niet tevreden, wanneer ben je dat dan wel? Wat wil je met je leven? Dan denk ik: tja, moet je echt leukemie hebben vooraleer je je leven in handen neemt? Voor je beslissingen neemt? Ik ben toch ook niet opeens schaapsherder geworden? (lacht)’

Een hoogbejaarde man loopt voortdurend met mij mee. Als het hem allemaal weer even te veel wordt, laat hij zich langzaam in mijn lichaam zakken. Onzichtbaar maar onontkoombaar neemt hij mij over.

‘Die oude man is een metafoor om uit te leggen wat ik ervaar. Hij is mijn vaste metgezel geworden. Veel mensen die kanker overleven, zijn twee keer zo vermoeid als mensen die gezond zijn. Na de middag lukt lezen mij niet meer, maar wandelen wel. Zo organiseer ik mijn dagen rond de oude man. Het is een akelig gevoel wanneer hij binnen sijpelt. “Dat is precies wat ik ook voel”, lieten veel lezers me weten. De oude man is door veel mensen herkend.’

bve1

Onlangs schreef ik over geestelijke groei na een levensbedreigende ziekte. Hoe we misschien beter kunnen worden in hoofd en hart. Beter in tegenslag incasseren, beter in loslaten van mensen die niet willen vasthouden, beter in direct contact met de blijvertjes. 

‘De keuze voor het betere, het diepere, dat zal een leidraad blijven, dat weet ik wel zeker. Nodigt een vriend me uit voor een concert, dan ga ik liever met hem lunchen: dan kunnen we echt praten. Die andere dingen zijn ook leuk en als je àlles kan doen, doe maar. Maar als je beperkt bent in tijd en energie, dan moet je scherpe keuzes maken. Ik merk dat veel mensen die kanker hebben overleefd behoefte hebben aan dat diepere contact. Je krijgt en je geeft heel veel.’

Zelfmedelijden, ik vind het meehuilen met jezelf. Het helpt even maar het werkt niet. Wat wel werkt, is gewoon de wekker zetten. Jezelf uit bed duwen, de trap afhinken. Zittend douchen. Nooit heb ik daarbij gedacht: kijk mij eens knokken. Narigheid moet je herkennen en onderkennen. Dat is geen zelfmedelijden, maar zelfcompassie.

Beter worden is moeilijker dan ziek worden. Je moet elke dag je optimisme aanspreken.

‘Zelfcompassie is denken vanuit kracht, niet vanuit zieligheid. Je wil iets doen wat je niet kan? Ja, dat is erg, maar vandaag even niet want de zon schijnt. Sinds eind vorig jaar ga ik niet meer naar de redactie. Dat lukte niet meer. Dan kan je gaan focussen op dat werk dat wegvalt of je kan dat zien als een heel lang weekend voor jezelf. Bof ik even, want ik kan elke dag in de voormiddag een boek lezen en in de namiddag een wandeling maken. Morgen misschien een ietsje langere wandeling dan vandaag.’

Aan de andere kant van mijn goudgele gordijnen hoor ik mijn vrouw en kinderen. Ze babbelen ontspannen in de tuin. De kat doet weer eens iets geks. Er wordt gelachen. Ik voel me een voyeur die een leven afluistert waar hij zelf niet meer bij hoort.

‘Ik lag vaak in mijn eentje in mijn studeerkamer te luisteren naar de geluiden van mijn gezin. Dan leer je hoe hun leven eruit zou zien als ik er niet meer zou zijn. Een andere keer kwam ik met de auto thuis, draaide de oprit op. Mijn gezin zat buiten te eten. Er was gedekt voor drie. Niet voor vier. Ja, zo had het ook kunnen lopen, denk ik dan. Ik kreeg een inkijkje in het leven zonder mij.’

bve4

We leven. In het zwart van de nacht. In rouw om de gemiste oogst. Om de weggeknipte tussenjaren. Om de verloren jaren van een jong gezin samen, lekker thuis en fijn op vakantie. ‘Die tijd komt nooit meer terug’, zeiden oudere vrienden vroeger. Hier zijn die jaren nooit gekomen.

‘Tijdens mijn herstelproces werd Hélène, mijn vrouw, door borstkanker getroffen. Twee kankerpatiënten in één gezin, de impact is groot. Een vriendin vroeg eens: ‘Waar gaan jullie op vakantie?’ Hélène antwoordde: ‘Nergens. Wij gaan al jaren niet meer op vakantie.’ Wat voor gezonde mensen het gewone leven is, is bij ons al jarenlang niet mogelijk. Dat is onverwachte rouw. Rouw waarvan ik niet eens wist dat hij bestond: geen rouw om wat verloren is, maar om iets dat niet geweest is en ook nooit zal komen.’

Beter worden is niet voor watjes – de boektitel.

‘Mijn arts zei: “Pas door je boek weet ik een antwoord op de vraag wat er met mijn patiënten gebeurt zodra ze hier de deur uitstappen.” Die man is een geweldige specialist maar hij heeft geen enkel zicht op het verdere leven van zijn talrijke patiënten. Ik vind dat mensen het al te vaak alleen moeten doen, beter worden. Wat heb je voor nazorg? Een foldertje in de wachtkamer, als het meezit. Beter worden is moeilijker dan ziek worden. Je moet elke dag je optimisme aanspreken. Al is vandaag een rotdag, morgen wordt beter.’

 

Meer lezen

Bio Bart van Eldert

  • Geboren in 1966.
  • Werkte van 1985 tot 2005 o.a. bij de omroep en als chef nieuwsdienst bij het Utrechts Nieuwsblad.
  • Schreef van 2005 tot 2019 voor het Algemeen Dagblad columns en artikels over medische thema's, wetenschap en economie.
  • Kreeg in 2013 de diagnose chronische myeloïde leukemie (CML).
  • Is getrouwd met Hélène, zij is in 2016 behandeld voor borstkanker.
  • Bart en Hélène hebben twee tienerzonen.
  • Schreef samen met collega-journaliste Danielle Pinedo Beter worden is niet voor watjes.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.