Jos Cleyman rijdt 1000 km tegen kanker

Een doel, dat heeft elk mens nodig
Jos Cleyman
Uit Leven, editie 65, januari 2015

‘68 jaar. En een half’, zo luidt het trotse antwoord van Jos Cleyman uit Zonhoven als ik hem vraag naar zijn leeftijd. Die vraag stel ik natuurlijk niet zomaar: in mei 2014 was hij de oudste solorijder in de vijfde editie van de 1000 km van Kom op tegen Kanker. Wat wil zeggen dat hij op vier dagen tijd 1000 kilometer heeft gereden. ‘Het was een fantastische ervaring, waarmee ik iets negatiefs in iets positiefs heb proberen om te buigen.’ Zijn plannen voor 2015? ‘Nog eens meerijden. Maar we zien wel.’

Auteur: Lies Vandenberghe - Fotograaf: Ivo Hendrikx
Foto Ivo Hendrikx

Eind 2008 kreeg Jos te horen dat hij huidkanker (melanoom) had. Het begon allemaal met een vlek op zijn rug, die zijn sportdokter niet meteen onrustwekkend vond. ‘Ontstoken kliertjes van het zweten’, zei hij en gaf een zalf mee. Maar drie weken later was de vlek alleen maar groter geworden, en kwamen er hier en daar op zijn rug kleine vlekjes bij. Dus werd hij doorverwezen naar de dermatoloog, die hem van kop tot teen onderzocht en nog de dag zelf tot het onthutsende verdict kwam: huidkanker. Jos kreeg te horen dat hij zo snel mogelijk moest beginnen met zijn behandeling. ‘Hoe moet ik dat nu thuis gaan vertellen? Dat was bijna het eerste wat ik dacht. Zoiets had ik nooit verwacht.’

Het topje van de ijsberg

Er volgde een half jaar van radiotherapie in combinatie met een lichte chemotherapie, maar die pijnlijke behandeling leverde niet het verhoopte resultaat op. Dus werd hij geopereerd in Leuven, met een intensieve controle achteraf. ‘De dokters onderzochten me bij elke controle op huidvlekjes, van hoofdhaar tot teennagels. Vonden ze verdachte vlekjes, dan werden die bevroren of met zalf “weggebrand”. Dat was wel vaak ontmoedigend. Mijn vrouw checkte thuis elke dag mijn lichaam en het is meer dan eens gebeurd dat we naar Leuven reden in de veronderstelling dat alles prima met me ging en dat er geen nieuwe vlekken waren. Tot de dokters er weer zes nieuwe aankruisten.’

Zijn arts vergeleek zijn kanker met een ijsberg, vertelt Jos. ‘De vlekken die je zag, vormden slechts het topje van die berg. Dus die kanker was al een tijdje aan het woekeren in mijn lichaam voordat hij daadwerkelijk zichtbaar werd. Het goede nieuws is dat er nooit uitzaaiingen zijn geweest naar andere organen. En dat we er op tijd bij waren, zodat de kankervlekken tijdig werden gedetecteerd en verwijderd. Ik zal voor de rest van mijn leven natuurlijk op controle moeten, maar vanaf nu maar om de zes maanden meer. ’

Positief denken

Ik ben ervan overtuigd dat mijn gezonde levensstijl me zeker heeft geholpen bij mijn herstel.

Van 2008 tot 2013 was het wel een hele lijdensweg, met ups maar ook met vele downs. Al is Jos nooit bang geweest dat het echt verkeerd zou gaan. ‘Ik heb een groot vertrouwen in de artsen. Heb steeds veel gesport: ik had een zware managersjob in een multinational, en fietsen was een belangrijke uitlaatklep, een manier om mijn batterijen op te laden. Ik ben ervan overtuigd dat mijn gezonde levensstijl me zeker heeft geholpen bij mijn herstel. Want het was zwaar. In 2009 was mijn weerstand helemaal op, zodat ik bovenop de huidkanker in mijn gezicht ook nog eens een zona kreeg. Toen ben ik zes weken in het ziekenhuis moeten blijven, dat was echt verschrikkelijk pijnlijk.’

Maar beetje bij beetje krabbelde hij weer overeind. ‘Ik ben niet iemand die bij de pakken blijft zitten. In de jaren zestig ben ik vijf jaar paracommando geweest, en een kapitein-commandant die ik al jaren niet meer had gezien, stond op een dag aan mijn ziekenhuisbed. “Jos,” zei hij, “gij gaat u niet laten gaan.” En dat heb ik ook niet gedaan. Ik heb natuurlijk geluk: ik heb een fantastische vrouw, een geweldige zoon en schoondochter en een kleinzoon uit de duizend. En veel goede vrienden.’

Op de fiets

Foto Ivo Hendrikx

Hoe kwam hij op het idee om op zijn leeftijd nog 1000 kilometer te rijden op vier dagen? ‘In 2011 deed ik ook al mee. Ik had me aangesloten bij een team en moest 125 kilometer voor mijn rekening nemen. Ik heb toen zwaar afgezien, reed de rit met moeite uit. Toen heb ik beloofd: als ik me ooit beter voel en die huidkanker versla, dan rijd ik de hele afstand solo. In oktober 2013 voelde ik dat ik er klaar voor was, tegen de start had ik al 5000 kilometer op de teller staan. En het was fantastisch.’

Bezig blijven, een doel hebben: het zijn dingen die Jos geregeld ter sprake brengt in ons gesprek. ‘Om mee te mogen fietsen met de 1000 km, moet je eerst 5000 euro inzamelen. Dat hebben mijn vrouw en ik samen geklaard. We kregen van plaatselijke sponsors 580 liter gratis fruitsap en 1000 pakken wafels, en die zijn we overal op evenementen gaan verkopen. Ik sprak het bestuur van Zonhoven aan, verschillende bedrijven, de verenigingen in Zonhoven waar mijn vrouw en ik lid van zijn. Zo sprokkelden we 4000 euro bij elkaar, het bedrijf van mijn zoon sponsorde de laatste 1000 euro.  Ik had weer een doel, en dat gaf me zin en drive. Is dat niet wat elke mens nodig heeft?’

Blijf vechten

Zijn ziekte heeft Jos’ kijk op het leven grondig veranderd. ‘Als je geregeld naar het ziekenhuis gaat, zie je zoveel miserie. Op de fiets op de 1000 km ook: iedereen heeft zijn verhaal, positief en negatief. Het klinkt als een cliché, maar daardoor leer je alles te relativeren. En wat ik echt aan de hele wereld zou willen vertellen: je bent op je 68 allesbehalve afgeschreven. Als je wil, kom je nog heel ver.’

En de toekomst? Kijkt hij die met een bang hart tegemoet? ‘Neen, helemaal niet. Ik weet dat ik sterk ben. Het is mijn droom dat een rit van de 1000 km in 2015 mijn gemeente Zonhoven zou aandoen. Maar ach, dat idee is nog maar een klein zaadje.’ Hij zwijgt even en lacht dan: ‘Maar uit zo’n zaadje groeit bij mij wel vaker een grote plant.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.