Ivan De Vadder over zijn 'gedwongen sabbatical'

Elke dag verlangd om weer aan de slag te kunnen
Ivan De Vadder
Uit Leven, editie 66, april 2015

Slecht nieuws tackelde journalist Ivan De Vadder in de zomer met beide voeten vooruit: huidkanker en darmkanker. Noodgedwongen werd de gedreven doener tijdens de behandeling teruggeworpen op een dieet van onaangename rust: ‘Wat ik deed tijdens de weken van chemotherapie? Niks. Echt niks. Naar het plafond staren.’ Nu duikt hij weer blakend in de drukte: ‘Veranderd, ik? Kom dat over een half jaar nog eens vragen.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 66, april 2015

‘Ik ben een voorbeeld van die zeven tot tien procent kankerpatiënten dat twee kankers tegelijkertijd heeft. Huidkanker, dat is voor mij een bekend risico. Ik heb veel moedervlekjes en ik had al eens een melanoom in 2006. Toen is dat heel snel weggesneden. In juli merkte mijn vrouw, die huidarts is, een vlekje op, vlakbij de plek van het vorige melanoom. Daardoor dachten de artsen, inclusief mijn vrouw, aan een uitzaaiing, veeleer dan aan een nieuw primair melanoom. Een PET-scan toonde daarenboven vier gezwellen in de buikholte. Dat leek een bevestiging van de diagnose van uitgezaaid melanoom. En dat, ja, dat is eigenlijk een doodvonnis. Dat is een blok beton die op je neervalt.’

‘Een dag later was een operatie gepland om rondom het weggesneden melanoom breder te snijden. Een standaardprocedure. Bij die operatie werd ook een kijkoperatie in de buikholte gedaan om die verdachte gezwellen te onderzoeken. Bleek dat het niét om uitgezaaid melanoom ging, maar om darmkanker. Die diagnose is natuurlijk zwaar, maar in mijn geval voelde ze haast als een gelukstreffer aan. Vierentwintig uur van loodzware onzekerheid waren voorbij.’

Mensen zijn in staat om slecht nieuws te verdringen of tenminste om het in te kapselen in een cocon van hoop, van vooruit kijken, ondanks alles. Enfin, zo werkt het toch bij mij.

‘Weet je, zelfs in die vierentwintig uur ben ik tot de merkwaardige vaststelling gekomen dat je, na een tijd van ontreddering en huilen, vrij snel toch weer op zoek gaat naar dat sprankeltje hoop. Je praat met de artsen, in mijn geval mijn vrouw, je zoekt naar dat ene mogelijke lichtpuntje, naar die kans op behandeling. Mensen zijn in staat om slecht nieuws te verdringen of tenminste om het in te kapselen in een cocon van hoop, van vooruit kijken, ondanks alles. (even stil) Enfin, zo werkt het toch bij mij.’

‘De tumoren in de darmen werden weggehaald en hoewel de kanker in een vroege fase was ontdekt, moest ik een adjuvante chemokuur ondergaan. Die moest verhinderen dat microscopisch kleine cellen alsnog aangetast zouden raken. Zonder chemo had ik vijftig procent kans op een terugkeer van de kanker. Mét daalt dat cijfer tot een kans op vijf. Dan weet je het wel. De winst die je boekt is de motivatie om de chemokuur, twaalf beurten gespreid over zes maanden, te doorstaan.’

Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 66, april 2015

‘De eerste drie chemo’s waren onnoemelijk hard. We - mijn vrouw en ik - hebben dat heel expliciet aan de artsen gesignaleerd: dit ga ik niet volhouden, dit is op het randje van het onmenselijke, help ons. De effecten zijn moeilijk in woorden te vatten. Het voelde aan alsof ik permanent naar beneden werd getrokken, zelfs letterlijk, (buigt voorover) ik voelde me echt ineengedrukt. Je hebt geen energie, je hebt een zwaar gevoel in je buikholte. Ik had last van blijvend tintelende vingertoppen, wat op termijn kon leiden tot het volledige wegvallen van gevoeligheid in de vingertoppen. Je hersenen slaan op drift: ze signaleren “honger” en zodra je een hap neemt, ga je kokhalzen. Mijn smaakzin was in de war en wispelturig. De ene dag snakte ik naar een dampende kom soep, de andere dag liep ik er van weg. En dat bleef allemaal zeven, acht dagen hangen, dus eens je er een beetje bovenop bent, vangt alweer een nieuwe chemosessie aan.’

De slechte weken waren de weken met chemokuur. Wat ik dan deed? Niks. Echt niks. Zwijgend naar het plafond staren.

‘Na drie sessies hebben de artsen de dosis inderdaad verminderd, zonder dat de efficiëntie van de chemo eronder zou lijden. Let wel, dit is mijn individueel verhaal: lang niet iedereen die chemo na darmkanker krijgt, heeft daar zoveel last van. Er zijn zelfs mensen die tijdens de chemokuur blijven werken. Maar ik had duidelijk meer last van de chemo dan veel anderen.’

‘Ik deelde mijn leven in “goede” en “slechte” weken in. De slechte waren de weken met chemokuur. Wat ik dan deed? (resoluut) Niks. Echt niks. Zwijgend naar het plafond staren. Nadat de dosis lichter werd, kon ik eindelijk weer televisie kijken. Ook series op DVD en Netflix – echt de ene aflevering na de andere weghappen. En gelukkig ook weer lezen. Van Piketty (de Franse econoom die gespecialiseerd is in ongelijke verdeling van rijkdom, red.) tot stapels romans, ik ben verslingerd aan lezen. In de ‘goede’ weken mocht het wat meer zijn en wou ik mijn tijd nuttig besteden. Daaruit is het boek- en theaterproject De parabel van het ezelsoor geboren, het politieke jaaroverzicht dat ik samen met tekenaar Karl Meersman en muzikant Jan De Smet maakte. Het beviel zo goed dat we er ook dit jaar eentje willen maken (lacht).’

Foto: KotK/Lieven Van Assche, Leven 66, april 2015

‘Muziek? Neen, daar vond ik geen troost of afleiding in. Muziek is voor mij hooguit achtergrond. Ook religie is niet aan mij besteed. Maar waar ik wel enorm veel aan had, was de golf van steun en solidariteit. Van mijn vrouw in de eerste plaats, van vrienden en familie, maar evengoed van collega’s, lotgenoten, politici van alle gezindte. Je hebt mensen die na maanden heel schroomvallig bij je aankloppen of je een eenvoudig sms’je sturen en je hebt mensen die voluit permanent steunbetuigingen uiten. Zo is er een man, die ik eigenlijk niet zo heel goed kende, die me elke dag een foto mailt van een kaarsje dat hij voor mij brandt. Soms loopt de foto in de mailbox binnen midden in de nacht, maar ik kan er van op aan dat de foto komt. Elke dag! Schitterend, toch? Maar de schroomvallige en bescheiden reacties vind ik al even waardevol. In mijn ‘goede’ weken besteedde ik de eerste dagen aan het beantwoorden van al die berichten, brieven, mails, kaartjes. Daar maakte ik graag werk van. Mensen geven je vaak een inkijk in hun persoonlijke leven en denken, dus ik wou daar even persoonlijk op antwoorden.’

Mijn werk is, naast mijn gezin, familie en hobby’s een belangrijk deel van mijn leven en ik zie geen enkel signaal om dat plots anders te gaan bekijken. Elke dag heb ik ernaar verlangd om weer aan de slag te kunnen gaan.

‘Voor mij was de hele periode een gedwongen sabbatical. Ik neem aan dat mensen met bijvoorbeeld een burn-out zich vragen stellen bij hun werk, maar bij mij ligt dat anders: ik heb twee soorten kanker en daarom kon ik een tijdlang niet werken. Mijn werk is, naast mijn gezin, familie en hobby’s een belangrijk deel van mijn leven en ik zie geen enkel signaal om dat plots anders te gaan bekijken. Elke dag heb ik ernaar verlangd om weer aan de slag te kunnen gaan. Ik was ongeduldig, ja, de aard van het beestje zeker?. Meer nog: weer aan het werk gaan, stond synoniem met weer gezond zijn.’

‘Ben ik dan helemaal niet duurzaam veranderd? Kom over een half jaar nog eens terug, dan weet ik het je te vertellen (lacht). Nee, serieus, ik loop vijfentwintig jaar rond in de Wetstraat, ik ben er vijftig. Is het dan niet normaal dat je je weleens vragen stelt over je professionele toekomst? Zouden die vragen ook zonder de kanker niet opduiken? Ik dacht het wel. Er zijn natuurlijk de goede voornemens, dat wel. Genre: ik ga me niet meer ergeren in de file. Maar ik ken mezelf. Na drie dagen file gooi ik in gedachten een pantoffel naar de auto voor me (lacht).’

Mijn vrouw moest de zwaarste last dragen. De zorg voor mij, voltijds blijven werken, van nabij betrokken zijn bij elke stap in de behandeling… Dat kruipt niet in de koude kleren.

‘Mijn vrouw heeft mijn leven gered. Absoluut. Beeld je in dat ze dat vlekje niet had opgemerkt. Dan zou de huidkanker heviger zijn doorgegroeid en had ik er misschien een uitgezaaide darmkanker bovenop. We waren al een hecht koppel en die band is enkel sterker geworden nu we dit avontuur zo intensief samen hebben beleefd. Het is misschien een boutade, maar zij moest de zwaarste last dragen. De zorg voor mij, voltijds blijven werken, van nabij betrokken zijn bij elke stap in de behandeling… Dat kruipt niet in de koude kleren. Daarom hebben we enkele weken geleden samen vakantie genomen vooraleer ik weer aan het werk ging. Dat deed goed. Even ertussenuit, en dan er weer middenin.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.