Hieronder vindt u een overzicht van de mogelijke invloed van de behandeling van gynaecologische kanker, dat zijn kankers van de vagina en vulva, baarmoederhals, baarmoederslijmvlies of eierstokken op de seksualiteit en het seksueel functioneren van vrouwen.

Radiotherapie in het bekkengebied:

  • uitval van hormoonproductie (vroegtijdige menopauze) met als gevolg minder seksueel verlangen
  • aantasting en irritatie van de slijmvliezen met als gevolg bloedingen, ontstekingen, vorming van littekenweefsel, minder elasticiteit van de vaginawand en pijn
  • verkleving van de vaginawanden
  • angst voor besmetting om te vrijen met een “radioactieve” partner (Uitwendige bestraling (vanuit een machine buiten het lichaam) maakt u niet radioactief; uw partner komt er dus niet mee in aanraking. Bij inwendige bestraling, dit is de implantatie van radioactief materiaal bijv. in de blaas, baarmoeder of vagina, wordt geslachtsgemeenschap afgeraden zolang het implantaat er zit.)
  • vermoeidheid ...

Chemotherapie

  • tijdelijke of blijvende beschadiging van de eierstokken met als gevolg verminderde hormoonproductie en mogelijk menopauzeklachten, bijv. drogere en minder elastische vaginawanden, dunner vaginaal slijmvlies en mogelijks contactbloedingen, meer vaginale schimmelinfecties en mogelijks jeuk, witverlies, branderigheid en pijn bij het vrijen
  • minder seksueel verlangen door fysieke factoren (bijv. misselijkheid, vermoeidheid) en psychische factoren (bijv. omgaan met kaalheid, urinekatheter ...)

Hormoontherapie (tamoxifen)

  • vroegtijdige menopauze met als gevolg minder seksueel verlangen, een drogere vagina en minder gemakkelijk tot een orgasme komen

Tabel mogelijke invloed van behandelingen voor gynaecologische kankers op het seksueel functioneren van vrouwen