Er is een wettelijke regeling voor het hoger onderwijs van zieke studenten. Wie een functiebeperking heeft (bijvoorbeeld een langdurige medische aandoening zoals kanker) heeft recht op redelijke aanpassingen. Elke instelling voorziet hiertoe een procedure in haar onderwijs- en examenreglement. De onderwijs- en examenfaciliteiten die studenten kunnen krijgen, worden altijd individueel bekeken. Hierbij is het uitgangspunt dat de student alle essentiële leerresultaten kan halen. Daarnaast wordt ook de haalbaarheid voor de instelling (de redelijkheid) afgetoetst.

Aanspreekpunten

Foto ID/ Karel Hemerijckx

Hogeschool- en universiteitsstudenten kunnen faciliteiten aanvragen omwille van de hindernissen die hun functiebeperking met zich meebrengt en hen belemmeren tijdens hun studies. Dit kan van alles zijn: u hebt problemen om u te verplaatsen doordat u een beenprothese hebt, u moet tijdens de examenperiode af en toe naar het ziekenhuis en zal dus niet altijd examen kunnen afleggen volgens uw officiële examenrooster, u hebt door uw behandeling last van concentratiestoornissen en kan daardoor niet goed notities nemen enz.

U kunt daarvoor het beste terecht bij de dienst voor studiebegeleiding of de dienst voor studenten met een functiebeperking van uw onderwijsinstelling. Zo’n dienst is er voor u, bekijkt samen met u wat uw noden zijn en geeft advies over onderwijs- en examenfaciliteiten. Vraag ernaar op het secretariaat van uw onderwijsinstelling. Maar doe het tijdig, wacht niet tot de examenperiode, dan is het veel moeilijker om nog van alles te regelen. Laat u niet afschrikken door het woord ‘student met een functiebeperking’ of ‘begeleidingsdienst voor gehandicapten’ of hoe de dienst in uw onderwijsinstelling ook heet. Ze zijn er absoluut ook voor wie kanker heeft (gehad)!

Studiepunten en leerkrediet

Wat zijn de gevolgen voor het leerkrediet als u niet slaagt voor alle opgenomen studiepunten? Bij de start in het Vlaamse hoger onderwijs krijgt iedere student een leerkrediet van 140 studiepunten. Bij een inschrijving, met een diplomacontract voor een bacheloropleiding of een initiële master of met een creditcontract wordt het leerkrediet verminderd met de opgenomen studiepunten. De studiepunten die de student verwerft (= waarvoor u een credit behaalt) komen terug bij het leerkrediet; de studiepunten waarvoor de student niet slaagt, is hij kwijt. Wie niet deelneemt aan één of meer examens verliest dus leerkrediet.

Voor studenten die door een overmachtsituatie niet konden deelnemen aan één of meerdere examens en ook geen inhaalexamen konden afleggen, bestaat er een uitzondering. Ze kunnen het verloren leerkrediet toch terugkrijgen via een procedure bij de Raad voor Betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. Kunt u door uw ziekte niet aan de examens deelnemen, neem dan eerst contact op met de onderwijsinstelling met de vraag of u een inhaalexamen kunt afleggen. Als dit om organisatorische redenen niet mogelijk is, dan kunt u een verzoekschrift indienen bij de Raad voor Betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen voor teruggave van het verloren leerkrediet. Vergeet niet om de overmacht te bewijzen met medische attesten met duidelijke vermelding van de ziekteperiode.

Studiepunten en studievoortgang

Laat u niet afschrikken door het woord ‘student met een functiebeperking’ of ‘begeleidingsdienst voor gehandicapten’. De begeleidingsdiensten zijn er absoluut ook voor wie kanker heeft of gehad heeft!

Wat zijn de gevolgen op het vlak van studievoortgang als u niet slaagt voor alle opgenomen studiepunten? Naast het leerkrediet van de Vlaamse overheid heeft iedere onderwijsinstelling nog eigen studievoortgangsregels. Studenten met onvoldoende studievoortgang kunnen een weigering krijgen voor herinschrijving. Als de onvoldoende studievoortgang te wijten is aan ziekte voorzien de onderwijsinstellingen meestal in de mogelijkheid om een uitzondering te vragen op de weigering. Neem hiervoor contact op met uw onderwijsinstelling.

Studietoelage

U hebt recht op een studietoelage voor zover u over studietoelagekrediet beschikt:

  • als u voor het eerst in het hoger onderwijs bent ingeschreven, krijg u een startkrediet van 60 studiepunten;
  • de volgende academiejaren is uw studietoelagekrediet gelijk aan het aantal studiepunten waarvoor u in het voorgaande studiejaar een credit hebt behaald (met een maximum van 60 studiepunten);
  • als u onvoldoende studietoelagekrediet hebt, wordt uw jokerkrediet aangesproken. Dat jokerkrediet is een reserve van 60 studiepunten voor uw volledige studieloopbaan. Het jokerkrediet werd in het leven geroepen om studenten de kans te geven zich te heroriënteren of om de student een herkansing te bieden na een mislukt jaar zonder dat dit zijn recht op studietoelage beïnvloedt.

Wie door ziekte of hospitalisatie niet kan deelnemen aan de examens, dreigt het recht op een studietoelage te verliezen omdat er in de wetgeving over de studietoelagen tot voor kort nog geen regeling werd opgenomen rond overmacht.

Het aantal studiepunten dat op 30 juni van het huidige academiejaar als opgenomen wordt beschouwd, is binnen de bachelor-masterstructuur bepalend voor de studietoelage van de Vlaamse overheid. Wie geen 27 studiepunten heeft opgenomen, heeft dus geen recht meer op een studietoelage. Vanaf het academiejaar 2019-2020 komt hier echter verandering in. Vanaf dan wordt namelijk in een uitzonderingsregeling voorzien waardoor de minimumvereiste van 27 studiepunten om een studietoelage te krijgen voor chronisch zieke studenten in het hoger onderwijs niet meer zal gelden.  

Nog geen wijziging jokerkrediet

Jammer genoeg werd nog geen wijziging aan het systeem van het jokerkrediet aangekondigd. Studenten die door ziekte of hospitalisatie niet kunnen deelnemen aan één of meerdere examens en hierdoor geen credit behalen, moeten het daaropvolgende jaar jokerkrediet inzetten. Zij spelen op die manier dus jokerkrediet kwijt dat een student zonder ziekte behoudt. Dit zorgt er ook voor dat zij zich minder niet-geslaagde examens kunnen  veroorloven dan een student die niet door ziekte getroffen werd. Terwijl die laatste het jokerkrediet van 60 studiepunten volledig kan gebruiken om te vermijden dat slechte resultaten een impact hebben op zijn recht op studietoelage, moet de zieke student dit krediet deels of volledig aanspreken om te vermijden dat zijn ziekte een impact heeft op zijn recht op studietoelage.

Kinderbijslag

Foto ID/ Patrick De Roo

Voor studenten die ouder zijn dan 18 jaar is het recht op kinderbijslag als student in principe voorbehouden aan studenten die ingeschreven zijn voor een voldoende uitgebreid studieprogramma. Wie ingeschreven is in het hoger onderwijs moet ingeschreven zijn voor ten minste 27 studiepunten per academiejaar. Gaat het om een graduaatsopleiding die nog niet wordt uitgedrukt in studiepunten, dan moet u minstens 13 lesuren, inclusief stage, per week volgen. Als het niet gaat om een vorm van hoger onderwijs is een lesprogramma van minimaal 17 lesuren verplicht om recht te hebben op een kinderbijslag na uw 18de. Dat geldt bijvoorbeeld voor secundair onderwijs, maar ook om bijv. een ondernemersopleiding of een leertijd.

Sinds 1 januari 2019 is er in de regelgeving voor de kinderbijslag (die nu deel uitmaakt van het ‘Groeipakket’), een uitzonderingsregeling voorzien voor studenten die door ziekte niet aan de vereiste studiepunten of lesuren geraken. Met voldoende medische attestering behoudt u in dit geval uw kinderbijslag. Meer info over de kinderbijslag vindt u hier.

Wie erkend is als kind met een handicap of aandoening, of als kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte in het nieuwe systeem, krijgt in die hoedanigheid (verhoogde) kinderbijslag tot 21 jaar. Het aantal studiepunten/lesuren waarvoor men is ingeschreven, speelt in dat geval geen rol voor het recht op kinderbijslag. Na de leeftijd van 21 jaar en tot de maximumleeftijd van 25 jaar zullen de voorwaarden qua studiepunten/lesuren zoals hierboven vermeld wel moeten vervuld zijn.

Stage

Stages laten studenten toe om vaardigheden, kennis en attitudes die ze verwerven in hun opleiding, in te oefenen en uit te breiden. Het vormt ook een belangrijke component in de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Instellingen hoger onderwijs kennen ook redelijke aanpassingen toe in de stagecontext (bijv. spreiden van stage over een langere periode), maar zijn daarbij ook afhankelijk van het werkveld. De praktijk leert dat studenten met een chronische ziekte moeilijkheden ondervinden om een geschikte stageplaats te vinden, en ook het inlichten van de stageplaats over de functiebeperking en de verplaatsing naar de stage en de toegankelijkheid van de stageplaats is niet altijd evident. Sommige studenten hebben ook – net door hun ziekte – moeite met de praktische organisatie van de stage en met de concrete afspraken.

Om een stageplek te vinden en stage te kunnen lopen, is het voor een student met een chronische ziekte belangrijk dat

  • hij individuele en voldoende begeleiding op maat krijgt
  • de onderwijsinstelling voor hem kan bemiddelen

De medewerker van de onderwijsinstelling die belast is met de organisatie en begeleiding van de stage heeft een cruciale rol om de student bij te staan bij het zoeken en vinden van een stageplaats. Bij eventuele problemen heeft hi of zij een bemiddelende rol. Ook de inbreng en verantwoordelijkheid van de werkgevers zijn cruciaal voor het slagen van een stage. De beschikbaarheid van de stageplaatsen en de zinvolle invulling van de stage worden immers grotendeels door de werkgevers bepaald. Het is belangrijk dat zij openstaan voor studenten met een chronische ziekte en bereid zijn mee te zoeken naar flexibele oplossingen en waardevolle alternatieven. In dit kader kan ook verwezen worden naar de verplichting om redelijke aanpassingen te voorzien voor personen met een handicap (in de ruime zin van het woord), die ook van toepassing is bij stages. 

Meer informatie/ondersteuning

Hebt u vragen of wilt u meer informatie over de ondersteuning van studenten in het hoger onderwijs die langdurig ziek zijn?

  • Het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs biedt een interessante informatiefiche (pdf) aan rond studeren met een chronische ziekte. De fiche bevat facts & figures, aandachtspunten en handige tips.
  • De dienst Studentenvoorzieningen van uw hogeschool of universiteit ondersteunt studenten met (praktische) zaken die met de studies of met het studentenleven te maken hebben, dus ook met ziekte en de gevolgen ervan voor het leerkrediet, de studievoortgang, de studietoelage en de kinderbijslag. Informeer in uw onderwijsinstelling bij wie u terechtkunt.
  • Entree biedt individuele coaching voor jongeren tussen 18 en 35 jaar met vragen over studeren (en werken) na een kankerdiagnose. Samen met een coach gaat de jongere op zoek naar antwoorden, die worden gebundeld in een persoonlijk ontwikkelingsplan. De coach volgt verder op, zodat de samen bepaalde doelen en acties worden omgezet in concrete acties. De begeleiding is gratis door de financiële steun van Kom op tegen Kanker.
    Interesse? Mail of bel Lieven Gulinck, coördinator van Entree: entree@emino.be of 0496 25 32 74.
  • Voor een anoniem luisterend oor, deskundig advies of een bemoedigend gesprek kunt u onder meer terecht bij de Kankerlijn . De Kankerlijn hoort ook graag waar u het moeilijk mee hebt als u of iemand in uw omgeving kanker heeft. Zo kunnen wij problemen detecteren en waar mogelijk voor structurele oplossingen pleiten. Ook ideeën en suggesties om de zorg te verbeteren zijn welkom. Laat het ons weten! Bel 0800 35 445, elke werkdag van 9 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur, of stel hier uw vraag.