De arts stuurt het uitstrijkje naar een laboratorium. Daar worden de cellen van de baarmoederhals onder een microscoop bekeken. Na een dag of veertien krijgt de arts het resultaat. Bespreek met uw arts hoe en wanneer u gecontacteerd wordt over het resultaat.

Veel artsen nemen alleen contact op met de vrouw indien het uitstrijkje afwijkende cellen vertoont of indien het uitstrijkje niet goed beoordeeld kan worden. Dat laatste is soms het geval als er te weinig cellen, of niet de juiste cellen in het afgestreken slijm zitten. Een nieuw uitstrijkje kan ook nodig zijn indien er wat bloed in het uitstrijkje zat. Laat daarom geen uitstrijkje nemen als u ongesteld bent.
Is het uitstrijkje afwijkend, dan is soms bijkomend onderzoek nodig.