U hebt recht op een herscholingscursus indien u arbeidsongeschikt bent en het bovendien definitief onmogelijk is geworden om uw referentieberoep(en) uit te oefenen.

Bespreek het (op uw of op zijn initiatief) met de adviserend arts van het ziekenfonds wanneer herscholing voor u interessant kan zijn.

De adviserend arts zal een advies formuleren dat samen met de aanvraag wordt overgemaakt aan het college van artsen-directeurs bij het RIZIV. Wanneer dit college de aanvraag goedkeurt, wordt de herscholing ten laste genomen door de ziekteverzekering. Gedurende de periode van herscholing blijft u bovendien een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen.

Na de herscholing wordt uw arbeidsgeschiktheid opnieuw beoordeeld in functie van uw nieuw verworven vaardigheden. In principe bent u dan weer beschikbaar voor de arbeidsmarkt, weliswaar voor andere functies. In de zes maanden na afloop van uw herscholing kunt u de ziekte- of invaliditeitsuitkering behouden. Als u na deze zes maanden niet opnieuw aan het werk bent, zal de adviserend arts uw arbeidsongeschiktheid opnieuw evalueren. Hij zal daarbij rekening houden met de nieuw verworven arbeidscompetenties en kan eventueel beslissen dat u niet meer arbeidsongeschikt bent.

Ook bij definitieve arbeidsongeschiktheid als gevolg van een beroepsziekte is herscholing mogelijk met het oog op een beroeps- of functiewijziging. Voldoet u aan de voorwaarden, dan wordt het programma wellicht gefinancierd door Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico's, en blijft u tijdens het programma uitkeringen ontvangen.

Ook in het kader van een re-integratietraject kan worden afgesproken dat u een opleiding volgt om (tijdelijk of definitief) aangepast of ander werk te kunnen uitvoeren.