Eric Kellens lijdt aan longkanker

Uit gesprekken met lotgenoten haal ik troost en hoop
Eric Kellens
Uit Leven, editie 84, oktober 2019

'De lucht is er schoner, ik kan er beter ademen’. Aan het woord is Eric Kellens (69), longkankerpatiënt en verliefd op Kroatië. Al heeft hij van zijn laatste uitstap naar het land aan de Adriatische Zee niet genoten. ‘Ik ben er op mijn eigen grenzen gebotst en moest vervroegd terugkeren.

Auteur: Liesbet De Vuyst - Fotograaf: Leo De Bock
ek1

Eric reist al 30 jaar naar Kroatië. Hij houdt van de zee en die is er door de lange kustlijn in overvloed. Zijn lievelingsplek is een baai, waar in de wijde omtrek geen huis te bespeuren valt. De natuur is er prachtig, de rust onbeschrijfelijk en de temperatuur van het water aangenaam. Zich daar al zwemmend een weg door de golven van de Adriatische Zee banen, is het liefste wat hij doet. Maar tijdens zijn laatste verblijf moest hij vaststellen dat zwemmen niet meer lukt. ‘Al na een paar slagen was ik uitgeput en voelde ik dat het geen goed idee was om dieper het water in te gaan. Maar ook ’s nachts kreeg ik last. Ik raakte meermaals in paniek door een beklemmend gevoel in de borstkas. Omdat ik in Kroatië liever niet in het ziekenhuis beland, keerde ik een week te vroeg terug naar huis.’

Benauwd gevoel

Bij Eric werd anderhalf jaar geleden longkanker vastgesteld. Hij meldde zich met pijn ter hoogte van het middenrif bij de huisarts. Een gastroscopie (kijkonderzoek van de maag, red.) wees uit dat hij een maagbreuk had. ‘Ik nam medicatie, maar de pijn verdween niet helemaal. Na een tijdje kreeg ik ook last van een benauwd gevoel. Ik onderging een bijkomende scan. Daarop zagen de artsen een longtumor die al uitgezaaid was naar de bijnieren. Opereren kon niet meer. Omdat de tumor op de luchtwegen drukte, kreeg ik bestralingen. Die zorgden ervoor dat ik weer beter kon ademhalen. Ik startte ook immunotherapie (zie kader, red.) waardoor de tumor ondertussen al meer dan een jaar stabiel blijft.’ Dat laatste is ook na Erics Kroatiëreis nog altijd het geval. De last die hij toen ervaarde, zou te wijten zijn aan littekenweefsel dat zich na de bestraling gevormd heeft en de opeenstapeling van de therapieën. Die maken ademhalen opnieuw lastiger en zwakken zijn conditie af.

ek2

Het is niet de eerste keer dat Eric af te rekenen krijgt met kanker. Dertien jaar geleden werd bij hem al prostaatkanker vastgesteld. Hij onderging toen enkel een operatie en wist snel dat hij zou genezen. Toch had die diagnose een grote invloed op zijn levenswijze. ‘Ik rookte toen 38 jaar. Hoewel de artsen nooit expliciet hebben gezegd dat mijn sigarettenverslaving de oorzaak van mijn kanker was, heb ik die twee wel altijd aan elkaar gelinkt. Uit angst om opnieuw ziek te worden, stopte ik van de ene op de andere dag met roken. Ik at wat meer chocolade in het begin, maar andere afkickverschijnselen waren er niet. Al bij al bleek het niet moeilijk te zijn om de sigaret te laten. Ik merkte ook snel de voordelen: mijn eten smaakte me beter en ik voelde me fitter.’

Stoerdoenerij

Ik vrees niet zozeer de dood, wel de weg ernaartoe.

‘Helaas krijg ik dertien jaar nadat ik de sigaret uit mijn leven bande, toch nog de rekening gepresenteerd. Deze keer zeiden de artsen wel dat mijn longkanker een laattijdig gevolg was van het roken.’ Of Eric kwaad is op zichzelf? Hij haalt de schouders op. ‘Het heeft geen zin om me verwijten te maken. Ik probeer het in zijn context te plaatsen. Ik ben beginnen te roken op mijn zestiende. In die tijd hadden stoere filmhelden een sigaret in de hand, op ieder kruispunt werd ik geconfronteerd met tabaksreclame, op openbare plaatsen stonden gevulde asbakken en thuis zag ik mijn ouders roken. Niemand wees mij erop dat die gewoonte op lange termijn schadelijk was. Bovendien was ik jong en naïef. Mijn lichaam leek toen onoverwinnelijk en “later” was nog veraf.’

Eric heeft niet het gevoel dat zijn omgeving hem terechtwijst omdat hij jarenlang gerookt heeft. ‘Zeker mijn generatie is mild. Jongere mensen durven wel eens subtiel een verwijtende opmerking te maken. Ik vind dat niet fijn, maar diep van binnen weet ik dat ze gelijk hebben. Je bent tenslotte voor een groot stuk zelf verantwoordelijk voor je gezondheid. De vele antirookcampagnes wijzen de jeugd nu op de gevaren van de sigaret en die missen hun effect niet. Zo hoort het, al vind ik dat die campagnes te veel focussen op het feit dat je van roken sterft. Dat is natuurlijk zo. Toch vrees ik als ongeneeslijke longkankerpatiënt niet zozeer de dood, wel de weg ernaartoe.’

ek4

Luisterend oor

‘Longkanker hebben, is afzien. Al acht maanden slaap ik rechtop zittend. ’s Avonds kruip ik met angst in mijn bed. Ik ben dan al bang voor de ochtend waarin ik slijm zal ophoesten. Het is dan net alsof ik stik. Doordat ik alleenstaand ben, is er niemand die op dat moment mijn hand vasthoudt. Op zulke momenten mis ik echt een partner. Ik weet wel dat het lichamelijke lijden niet draaglijker wordt omdat er iemand naast je bed zit, maar op mentaal vlak zou het een verschil maken. De aanwezigheid van een geliefde zou mij kalmeren. Ik zou ook graag wat vaker mijn hart eens kunnen luchten bij iemand die echt begripvol is. Als ik bij kennissen het onderwerp “kanker” aansnijd, gebeurt het geregeld dat ze het gesprek snel een andere wending geven. Dat doen ze door te zeggen ‘Je komt er wel door’. Maar dat is natuurlijk onzin, ik weet dat ik niet meer kan genezen. Waar ik zeker boos om word, is als mensen zeggen “Iedereen moet sterven”. Dan is het net alsof ze je ziekte minimaliseren. Ik krijg die reacties vooral van mannen, vrouwen doen minder snel zulke uitspraken.’

ek3

Dat een luisterend oor wonderen kan verrichten, heeft Eric net na zijn diagnose gemerkt. ‘Ik was emotioneel een wrak. Bang dat de therapie niet zou aanslaan, bang om op korte tijd te sterven. Ik ben dan bij een zorghuis (zie kader, red.) gaan aankloppen en heb er zes maanden verbleven. Ik heb daar veel gehad aan de vrijwilligers. Door naar mij te luisteren, hebben ze mij door de moeilijkste periode van mijn leven gesleurd. Met de andere bewoners had ik niet zo’n klik. Misschien omdat de meeste al in de revalidatiefase zaten?’

Lotgenotencontact

Sinds ik ziek ben, zie ik hoe fantastisch het leven is. Als je gezond bent, heb je de neiging om daaraan voorbij te gaan.

Herkenning vond Eric dan wel bij LiLo. Dat is een lotgenotengroepering voor mensen met longkanker. Tijdens bijeenkomsten geven artsen informatie over de ziekte en je kunt er met andere longkankerpatiënten ervaringen uitwisselen. ‘Er komt altijd veel volk naar zo’n LiLo-bijeenkomst. Je merkt dan dat je niet alleen bent en dat troost. Ik word er ook wat hoopvoller door. Ik heb daar mensen leren kennen die ongeneeslijk ziek zijn, maar al lang met hun kanker leven. Het zou mooi zijn, mocht ook ik nog wat tijd krijgen. Sinds ik ziek ben, zie ik hoe fantastisch het leven is. Als je gezond bent, heb je de neiging om daaraan voorbij te gaan. Ik heb er spijt van dat ik daar nooit eerder heb bij stilgestaan.’

Meer lezen over:

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.