Embolisatie bij leverkanker

Embolisatie is het injecteren van bepaalde stoffen om de bloedtoevoer naar kankercellen in de lever te blokkeren of te verminderen. Deze behandeling kan alleen toegepast worden bij patiënten van wie de lever voldoende gezond is en goed functioneert en van wie de lever de enige of voornaamste plaats van ziekte is.

In de slagader die bloed naar de lever brengt, worden bepaalde stoffen ingespoten. Die stoffen blokkeren de bloedtoevoer naar de tumor waardoor deze stopt met groeien. Deze behandeling wordt transarteriële embolisatie genoemd en kan gecombineerd worden met chemotherapie (transarteriële chemo-embolisatie) of radiotherapie (transarteriële radio-embolisatie).

  • Bij transarteriële chemo-embolisatie sluit de arts de bloedtoevoer naar de tumor af en dient hij of zij direct daarna plaatselijk chemotherapie toe. De arts injecteert kleine bolletjes die van te voren gevuld zijn met celdelingremmende medicijnen (cytostatica). De bolletjes blijven steken in de kleine slagadertjes van de tumor. Daardoor krijgen de kankercellen geen zuurstof en voedingsstoffen meer. De cytostatica komen langzaam vrij uit de bolletjes en vernietigen de kankercellen.
  • Bij transarteriële radio-embolisatie worden via de slagader die de lever voedt radioactieve bolletjes in de levertumor(en) gespoten. Deze bolletjes lopen vast in de allerkleinste bloedvaatjes in en rond de levertumor(en). Ze geven hun straling daardoor dicht bij de tumor(en) af. Deze behandeling werkt ongeveer drie maanden. Deze behandeling wordt ook wel Selectieve Interne Radiatie genoemd.

Bijwerkingen

Mogelijke bijwerkingen na transarteriële chemo-embolisatie zijn misselijkheid, pijn, koorts en vermoeidheid. Mogelijke bijwerkingen na transarteriële radio-embolisatie zijn buikpijn, lichte koorts, misselijkheid, vermoeidheid, infectie van de lever. Deze bijwerkingen zijn meestal tijdelijk. De vermoeidheid kan enkele weken aanhouden. Uw arts kan u vertellen hoe u het best omgaat met deze bijwerkingen.