Een dag uit het leven van Erica Vervecken

Eerste werkdag na borstkanker: voor de volle 100 procent erin gevlogen!
Erica Vervecken
Uit Leven, editie 66, april 2015

Begin 2014 kreeg Erica Vervecken (42) te horen dat ze borstkanker had. Een jaar was ze buiten strijd, maar nu staat ze vol goede moed weer voor de klas.

Auteur: Anne Adé - Fotograaf: Filip Claessens
Foto Filip Claessens, Leven 66, april 2015

Het is nog donker als we arriveren op de dorpsschool van Sint-Jozef Rijkevorsel. De leerlingen druppelen binnen, te voet of met de fiets. De speelplaats is een zee van fluohesjes, ook de leerkrachten dragen een hesje. ‘Als we zelf niet het goede voorbeeld geven, dan kunnen we niet van de kinderen verwachten dat zij het wél aantrekken’, legt juf Erica uit. Bijna exact een jaar geleden kreeg Erica Vervecken te horen dat ze borstkanker had, en werd haar gewone leven abrupt onderbroken. Na een jaar kan ze haar duobaan op de lagere school Het Kompas weer opnemen. Het voelt een beetje aan als een eerste schooldag, haar man heeft haar daarnet thuis ook uitgewuifd.

Foto Filip Claessens, Leven 66

Op weg naar haar klaslokaal op de eerste verdieping wenst de ene collega na de andere die we tegenkomen haar succes. ‘Zie je het zitten?’, vraagt juf Monique. ‘Het zal wel lukken’, antwoordt Erica monter. ‘En als ik te moe ben, staat er een bedje voor me klaar’. Enkele dagen geleden is ze op school haar terugkomst komen voorbereiden. Daarbij is ook afgesproken dat ze indien nodig kan gaan rusten in een speciaal daarvoor voorzien lokaal. ‘Dat is het enige waar ik me ongerust over maak: over hoe ik me vanavond ga voelen’, vertelde ze deze ochtend toen we bij haar thuis vertrokken. ‘Weer voor de klas kunnen staan is heel fijn, maar de vermoeidheid kan soms onverwacht toeslaan. En dan ben ik tot niet veel meer in staat.’

Foto Filip Claessens, Leven 66

Van enige vermoeidheid is niets te merken als haar vierdeklassertjes die ze voor het eerst ziet, in de schoolbanken schuiven. Juf Erica legt eerst kort uit dat het haar eerste dag terug op school is, dat ze dus nog niet alle kinderen kent, maar dat ze haar best doet om alle namen snel te leren. De kinderen hebben duidelijk geen behoefte aan meer uitleg over haar afwezigheid, en de klas gaat dus volop aan de slag met meetkunde. Juf Erica stapt energiek van bank tot bank om knelpuntjes op te lossen en te controleren of de oefeningen juist zijn gemaakt. Zonder een moment haar stem te moeten verheffen, houdt Erica de klas rustig en betrokken bij de les. Daarna krijgen de kinderen een oefening creatief schrijven. De fotograaf en ik worden even ingeschakeld als levend lesmateriaal, want de opdracht is een artikel maken, en dat doen wij als journalisten natuurlijk ook. De kinderen krijgen een krantenkop en een foto, en moeten daar een verhaal bij verzinnen. De inspiratie laat bij de meesten even op zich wachten, maar Erica geeft hier een tip en lokt daar wat ideeën uit, en zo raakt iedereen uiteindelijk toch aan het schrijven.

Vanaf het moment dat ik weer voor de klas stond, ben ik er voor de volle 100 procent in gevlogen. Dat had mijn arts voorzien, en daarom ben ik blij dat hij me toch wel tegengehouden heeft om in september al opnieuw te beginnen werken, wat ik eerst van plan was.

Na de speeltijd krijgt ze derdeklassertjes onder haar hoede, en we merken meteen dat die juf Erica nog helemaal niet vergeten waren. Er komen kinderen naar haar toe om van alles te tonen. Een attente leerlinge wijst er op dat het naamkaartje van Erica’s vervangster nog op de deur van het lokaal hangt. En als iedereen rustig zit, is er meteen een meisje dat opmerkt dat de juf haar haar korter is. Erica grapt dat haar man er met de grasmachine overheen is gereden, maar wijdt verder niet uit over haar ziekte. Achteraf legt ze uit dat ze de kinderen niet nodeloos wil bezwaren met haar medisch verhaal, en dat ze eigenlijk ook niet kan inschatten wat ze er al over gehoord hebben. ‘Als de kinderen met vragen zitten, laten ze dat wel weten, en dan leg ik het wel uit.’

De voormiddag vliegt voorbij.

Foto Filip Claessens, Leven 66

Terwijl de kinderen in een ander lokaal hun boterhammetjes opeten, blikken we met Erica terug op het voorbije jaar. In januari 2014 merkte ze zelf iets aan haar borst. Haar huisarts kon niets vinden, maar schreef haar toch een mammografie en een echografie voor. Die vrijdag vertrok Erica van op school naar het ziekenhuis. Ze had nog aan haar collega Monique gezegd dat ze zich er niet druk over maakte, het zou toch niets zijn. ‘Zo zie je maar hoe je je aan je eigen lichaam kunt mispakken’, zegt Erica. Want bij het onderzoek werden twee tumoren ontdekt, die na biopsie kwaadaardig bleken. De week daarop werd Erica’s borst al weggehaald. ‘Het ging zo snel dat ik geen tijd had om het te laten bezinken, en daar ben ik niet echt rouwig om’, zegt ze. ‘Het was toch van moetens.’ Daarna begon een lange nabehandeling. ‘Toen de dokters me uitlegden dat ik een reeks van 16 chemobeurten en nadien wellicht nog bestralingen zou moeten krijgen, leek het een berg waar ik nooit overheen zou geraken. Maar als je er eenmaal aan begint, kijk je niet verder dan de chemo waar je op dat moment mee bezig bent. Ja, het was zwaar. Maar ik was voorbereid op erger, omdat ik het had meegemaakt bij mijn broer die aan een hersentumor overleed.’

Ik ben tijdelijke leerkracht, en in een nieuwe school moeten starten na zo’n ingrijpend jaar, was veel te zwaar geweest. Toen ik ziek werd, heeft de directrice me meteen laten weten dat ze mijn contract verlengd had, en dat ik na mijn ziekte mijn halftijdse baan gewoon weer kon opnemen. Daar ben ik haar nog altijd heel dankbaar om.

Op school in de leraarskamer sloeg het nieuws over haar ziekte in als een bom, hoorde Erica nadien van de directrice. In de vele lieve mails en sms’jes van collega’s die volgden, klonk dikwijls ook verontwaardiging door. Hoeveel tegenslag kon een mens hebben in haar leven: eerst werd Erica’s broer getroffen door kanker, en dan zijzelf. ‘Misschien waren de reacties ook zo fel omdat mijn collega’s allemaal vrouwen zijn’, denkt Erica. ‘En dan komt borstkanker wel erg dichtbij.’

De weken nadien nam ze bewust wat afstand. ‘Er kwam zoveel op me af dat ik soms dacht: laat me nu maar wat gerust.’ Maar toen ze zich beter voelde, is ze een paar keer de school gaan bezoeken. Weer buiten komen was in het begin wat onwennig, zegt Erica. ‘Je voelt je een uitzondering, je bent niet gezond, je kunt niet meedraaien. En ik merkte ook dat sommige mensen niet goed weten hoe ze je moeten benaderen. Als ik over mijn ziekte wil praten, geef ik dat wel duidelijk aan, en voor de rest heb ik het liefst dat iedereen me gewoon behandelt zoals vroeger.’ Gelukkig is die gêne nu weg, zegt Erica.

Foto Filip Claessens, Leven 66, april 2015

‘Ik ben heel blij dat het in mijn vertrouwde school is dat ik de draad weer mag oppikken. Ik ben tijdelijke leerkracht, en in een nieuwe school moeten starten na zo’n ingrijpend jaar, was veel te zwaar geweest. Toen ik ziek werd, heeft de directrice me meteen zelf laten weten dat ze mijn contract verlengd had, en dat ik na mijn ziekte mijn halftijdse baan gewoon weer kon opnemen. Daar ben ik haar nog altijd heel dankbaar om.’

In de leraarskamer overlegt Erica na ons gesprek nog even met een collega over de taakverdeling tijdens de naschoolse opvang, en dan gaat de bel alweer voor de namiddaglessen. Het lijkt alsof ze nooit is weggeweest, een indruk die Erica nadien ook bevestigt aan de telefoon. ‘Vanaf het moment dat ik weer voor de klas stond, ben ik er voor de volle 100 procent in gevlogen. Dat had mijn arts voorzien, en daarom ben ik blij dat hij me toch wel tegengehouden heeft om in september al opnieuw te beginnen werken, wat ik eerst van plan was. En met mijn deeltijdse baan heb ik tussendoor tijd om te recupereren. De zware vermoeidheid waarvoor ik vreesde, is uitgebleven, maar ik voel wel dat ik zuiniger met mijn energie moet omspringen dan vroeger. De ziekte zal nooit helemaal uit mijn leven verdwijnen, maar ik ben blij dat ik er weer sta.’

 

  • Met dank aan basisschool Het Kompas dat ons toeliet deze reportage te maken.
  • Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.