Een dag uit het leven van Bea Van Hecke

Ik blijf uitkijken naar morgen
Bea Van Hecke
Uit Leven, editie 75, juli 2017

‘Ze noemen mij een mirakel, ik zal dat maar geloven zeker?’, lacht Bea Van Hecke (76) als we haar de hand schudden. In 1991 sloop borstkanker haar leven binnen, in 2004 kreeg ze darmkanker en sinds 2013 gaat die nooit meer helemaal weg. Maar ze is er nog, en vandaag moet ze voor de ontelbaarste keer naar het ziekenhuis om het resultaat van een bloedonderzoek en scan te bespreken.

Auteur: Frederika Hostens - Fotograaf: Filip Claessens
Foto KotK/Filip Claessens

Terwijl ze wacht op Luc, een vriend die haar naar het ziekenhuis zal brengen, neemt Bea het programmaboekje door van een concert dat ze gisteren bijwoonde. ‘Het was de allereerste uitvoering van de Mattheüspassie van J.S. Bach in de Sint-Pieters-Bandenkerk hier in Hamme’, stipt Bea aan. ‘Die primeur wou ik niet missen. Ik kon wel niet blijven tot het einde. Als ik lang zit, krijg ik overal pijn. Dat was gisteren niet anders, ook al had ik een kussentje bij. Er zat dus niets anders op dan in de pauze naar huis te gaan.’
Over die pijn wil Bea het straks hebben met de dokter. ‘Ik voel die vooral in mijn rug en rechterbeen. De pijn is het hevigst als ik lig, ik slaap daardoor heel slecht. Tot drie keer per nacht sta ik op om rond te wandelen. Wat ik nog doe als ik wakker lig? Naar muziek luisteren. Eigenlijk zou ik dan willen meezingen om me af te reageren, maar dat kan ik mijn buren niet aandoen. Ik tel af tot het zeven uur is, dan hou ik me niet langer in.’

Jacques en Luc

Bea zit er mooi geschminkt en stijlvol gekleed bij. ‘Ja, ik ben elke morgen wel even zoet met het uitkiezen van mijn kleren en accessoires’, knipoogt ze. ‘Sinds 2013 volgen de chemokuren elkaar snel op, waardoor mijn haar niet veel kans krijgt om opnieuw te groeien. Intussen heb ik al een hele collectie mutsjes en hoedjes, want ik wil dat de kleur ervan past bij het kleed dat ik draag. Voor mijn wenkbrauwen vond ik ook een elegante oplossing: die heb ik laten tatoeëren.’

Foto KotK/Filip Claessens

Is Luc al in aantocht? Bea gaat op de radiator aan het raam zitten. ‘Lekker warm, dat doet deugd.’ Het is deze keer een korte opwarmbeurt, want daar gaat de bel. De begroeting is hartelijk, Luc en Bea kennen elkaar al heel lang. ‘Bea’s man Jacques en ik waren collega’s’, vertelt Luc. ‘Jacques zou uitgerekend vandaag 78 jaar zijn geworden, hij stierf in 1995, op zijn 56ste, aan leverkanker. In Jacques laatste levensfase herviel Bea van borstkanker, vier jaar eerder, in 1991,  was ze voor de eerste keer geopereerd. In ons laatste gesprek vroeg Jacques me om na zijn dood voor Bea te zorgen. Jacques dacht dat Bea ook niet meer lang te leven had, maar kijk, we zijn intussen 22 jaar verder en Bea is er nog altijd.’

Chemopauze

Foto KotK/Filip Claessens

Op weg naar het ziekenhuis legt Bea uit waarom ze nu in behandeling is. ‘In 2004 kreeg ik de diagnose darmkanker. Ik werd geopereerd, een nabehandeling was toen niet nodig. Maar in 2013 had ik opnieuw prijs. Deze keer waren er uitzaaiingen in de lever. Die werden behandeld met chemotherapie. De samenstelling en dosering zijn meermaals aangepast, want ik had telkens veel last van bijwerkingen. Die varieerden van misselijkheid tot flauwvallen en alles daartussen. In oktober vorig jaar was ik helemaal op, ik had geen energie meer. Ik vroeg aan de dokters om de chemo stop te zetten. Maar ik weet dat dit slechts een pauze is, want de uitzaaiingen zijn niet weg.'

Foto KotK/Filip Claessens

'Om de drie maanden ga ik nu op controle. In januari was de uitslag vrij goed: de uitzaaiingen waren bijna niet toegenomen. Vandaag krijg ik de uitslag van het bloedonderzoek en de scan van vorige week.’

De autorit naar het ziekenhuis verloopt vlot en ook in het ziekenhuis is de wachttijd beperkt. Bea meldt zich aan, even later komt dokter Willem Lybaert haar ophalen in de wachtzaal. Op de vraag ‘Hoe gaat het met jou’ antwoordt Bea dat ze de afgelopen maanden serieus wat problemen heeft gehad. Ze beschrijft de pijn in haar rug, bil en benen. Eten gaat vrij goed, maar na het eten heeft ze dikwijls last van steken in het middenrif. De dokter overloopt Bea’s medicatieschema en stelt vragen over de nevenwerkingen. De morfinepleister die Bea heeft uitgetest, komt voor haar niet meer in aanmerking omdat de pleister felle huidreacties uitlokt op haar bovenarm.

Uitzaaiingen

Foto KotK/Filip Claessens

Dokter Lybaert neemt er de resultaten van het bloedonderzoek bij. ‘Die zijn goed’, stelt hij Bea gerust. ‘Alleen zien we net zoals drie maanden geleden een tekort aan vitamine B12, daarom krijg je straks in de dagkliniek opnieuw een inspuiting met die vitamine.’ En wat vertellen de resultaten van de CT-scan van de borstkas en onderbuik? ‘We zien op de beelden dat de kanker opnieuw geactiveerd is’, legt dokter Lybaert uit. ‘De uitzaaiingen in de lever zijn licht gegroeid en er zijn ook enkele heel kleine uitzaaiingen in de longen bijgekomen.’ Bea schrikt. In de longen? Dat is nieuw. Hoe moet het nu verder?

Dokter Lybaert stelt voor om de chemotherapie zo snel mogelijk opnieuw op te starten. ‘De kanker heeft zich zeven maanden koest gehouden, maar is nu opnieuw ontsnapt.’ 

Morgen ga ik naar een verjaardagsfeestje. Maar vanaf overmorgen kan ik naar de chemotherapie komen.

'Met een nieuwe chemoreeks zullen we proberen om de kankercelgroei af te remmen.' Bea luistert aandachtig en neemt er meteen haar agenda bij. ‘Morgen ga ik met mijn vriendinnen naar een verjaardagsfeestje, daar wil ik zeker naartoe. Maar vanaf overmorgen is het oké voor mij.’

Pijnbestrijding

Na de bespreking van de heropstart van de chemotherapie, volgt een lichamelijk onderzoek. Dokter Lybaert concentreert zich vooral op de pijn in de rug, want die bezorgt Bea momenteel veel last. De dokter stelt voor om de dag van de eerstvolgende chemo een gerichte CT-scan van de onderrug te laten nemen. ‘De pijn kan veroorzaakt worden door een uitzaaiing in het bot, maar evengoed door een probleem met een tussenwervelschijf. De scan zal hierover uitsluitsel geven.'

Foto KotK/Filip Claessens

'Daarna kan ik met de pijnkliniek overleggen welke pijnbestrijding het meest kans op succes heeft. Maar ik wil zeker niet dat je intussen met pijn blijft rondlopen. Daarom schrijf ik als tijdelijke tussenoplossing een medicijn op basis van morfine voor. Je neemt één pilletje ’s morgens en één ’s avonds. Als je toch nog pijn hebt, mag je tussendoor een extra pilletje laten smelten onder de tong.’

‘Zal ik dan nog normaal kunnen functioneren’, vraagt Bea. ‘Normaal gezien zal je van die pilletjes weinig neveneffecten ondervinden’, antwoordt dokter Lybaert. ‘De andere medicijnen blijf je ook best nemen, inclusief de andere pijnstillers.’

Gefopt

Voor Bea naar de dagkliniek vertrekt, laat ze even Bart Nuytinck, de psycholoog van de afdeling, opbellen. Het is een warm weerzien. Bart informeert of Bea in november haar jaarlijkse reis naar Tenerife heeft kunnen maken en of haar batterijen weer wat opgeladen zijn.

Foto KotK/Filip Claessens

Bea heeft het ook even over de moeilijke zoektocht naar een nieuwe huisarts, want haar vorige huisarts is recent met pensioen gegaan. ‘Over de dood spreken we niet’, werpt Bea op. ‘Maar we gooien wel af en toe een visje uit’, voegt ze er in haar geheel eigen stijl prompt aan toe.

De verpleegkundige die Bea opwacht in het dagziekenhuis, weet meteen wat Bea te wachten staat. ‘Ik ben weer gefopt’, zegt Bea terwijl ze haar schoenen uitdoet. ‘Ik had net opnieuw een beetje haar en nu moet ik opnieuw chemo krijgen. Ik draag nu al vier jaar een muts op mijn kop. Weet je wat? Morgen doe ik ze uit, zodat mijn vriendinnen zien dat ik opnieuw haar heb, al is het waarschijnlijk maar voor eventjes.’ Bea gaat op hetzelfde elan voort als de verpleegkundige met de vitamine B12-spuit komt aanzetten. ‘Bang? Nee hoor, ik ben het al gewoon om mishandeld te worden’, grapt ze.

Koffie en taart

Foto KotK/Filip Claessens

Voor Luc en Bea terug naar Hamme vertrekken, gaan ze nog even koffie drinken in de cafetaria. Of dat een vast ritueel is? ‘Niet echt’, antwoordt Bea. ‘Na een chemobeurt wil ik altijd zo snel mogelijk naar huis, dan voel ik me te ziek om hier te komen. Ik krijg dan trouwens geen koffie binnen. Maar ik heb vandaag geen chemo gekregen, dus waarom zou ik Luc en mezelf dit extraatje ontzeggen? Er is toch niets mis met aan iets vervelends iets plezants koppelen? Het is mijn manier om met al het slechte nieuws dat ik de voorbije jaren hier al “cadeau” kreeg, om te gaan: niet te snel panikeren, positief blijven denken en plezante dingen blijven doen. Komaan, laat ons ook een taartje eten, ik trakteer!’

 

  • Met dank aan het AZ Nikolaas dat ons toeliet deze reportage te maken.
  • Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.