Doelgerichte therapie bij non-Hodgkinlymfomen

Door een beter inzicht in het ontstaan van bepaalde kankers is er de laatste jaren een nieuwe generatie medicijnen ontwikkeld die veel doelgerichter de groei van kankercellen afremmen of stoppen.

Doelgerichte therapie remt de signalen waardoor kankercellen kunnen groeien. Daarom heten de doelgerichte medicijnen vaak ‘remmers’. Bij een non-Hodgkinlymfoom worden momenteel onder meer CD20-remmers en CD52-remmers toegediend. Die medicijnen blokkeren een specifiek eiwit (CD20 of CD52) dat kankercellen helpt om te overleven.

Voorbeelden van CD20-remmers zijn rituximab (merknaam MabThera), obinutuzumab (Gazyvaro) en ibritumomab tiuxetan (Zevalin). Een voorbeeld van een CD52-remmer die soms wordt voorgesteld aan mensen met een non-Hodgkinlymfoom is alemtuzumab (MabCampath).

CD20- en CD52-remmers worden meestal toegediend via een infuus en worden als enige behandeling gegeven of in combinatie met chemotherapie.

Bijwerkingen

Over het algemeen hebben doelgerichte medicijnen andere nevenwerkingen dan bijvoorbeeld chemotherapie. Ze richten zich specifieker op de kwaadaardige cellen zodat gezond weefsel gespaard kan worden. 

De meest voorkomende nevenwerkingen van CD20- en CD52-remmers zijn een grieperig gevoel (koude rillingen, koorts, hoofdpijn, spierpijn, rugpijn, gewrichtspijn en pijn op de borst) en algemene malaise. Deze bijwerkingen treden op tijdens of kort na toediening van het medicijn. Bespreek de bijwerkingen met uw behandelend arts die u raad kan geven hoe u er het best mee omgaat.

Meer informatie